De spagaat van de financiële coöperaties

Financiële coöperaties hebben in de financiële crisis hun positie verder versterkt. Hun nieuwe uitdaging: hoe houden ze de coöperatieve klantrelatie en lokale verankering overeind? Professor Hans Groeneveld buigt zich over deze vraagstukken. ‘Een waarachtige coöperatie is een economische democratie in actie.’

De vorm waarin verschilt, maar overal ter wereld zijn financiële coöperaties te vinden. De coöperatieve banken en verzekeraars hebben samen honderden miljoenen klanten, spelen een rol van betekenis in de economie en de samenleving. Hun wortels liggen veelal eind 19e, begin 20ste eeuw.
De coöperaties zijn net zoveel bank of verzekeraar als hun private concurrenten. Wat de financiële coöperaties onderscheidt van private bedrijven? Coöperaties zijn in handen van leden en opgericht om de klant te bedienen. Winst is geen doel op zichzelf. ‘Winst is bij coöperaties van belang voor de continuïteit en verdere groei van de dienstverlening’, zegt Hans Groeneveld, die in februari 2015 zijn oratie hield als bijzonder hoogleraar financiële coöperaties aan TIAS School for Business and Society van de Universiteit van Tilburg. Vanuit de leerstoel worden financiële coöperaties over de hele wereld bestudeerd. Naast zijn hoogleraarschap heeft Groeneveld een advies- en beleidsfunctie bij de Rabobank in coöperatie-ontwikkeling.

Een speler van belang

Coöperaties hebben in de financiële dienstverlening een sterke marktpositie , die de afgelopen jaren ook nog eens is verstevigd. Coöperatieve banken, zoals de Rabobank, hebben op het Europese vasteland gezamenlijk meer dan 25% marktaandeel. Kredietunies (lokale, coöperatieve kredietverenigingen waarin particulieren en ondernemers elkaar geld lenen) zijn vooral sterk in Angelsaksische landen en hebben daar 8 tot 10% marktaandeel. Onderlinge verzekeraars zijn sterk in Japan, de Verenigde Staten en Europa en hebben wereldwijd 27% marktaandeel. Groeneveld: ‘Verzekeren moet je bij uitstek samen doen; het gaat om solidariteit’.

Meer solide dan private banken

De coöperatieve financiële instellingen hebben hun positie tijdens de laatste financiële crisis verder versterkt. Groeneveld: ‘Natuurlijk zijn ook coöperaties geraakt door de crisis. Terwijl coöperatieve banken in Europa een kwart van de markt hebben, waren ze in de periode 2008-2010 slechts voor 8% verantwoordelijk voor de totale afschrijvingen en verliezen . En die hebben ze nog zelf opgevangen ook. Coöperatieve banken bleken meer solide dan private banken. Ze hadden geen overheidssteun nodig en konden langer doorgaan met kredietverstrekking. Voor de kredietunies geldt dat ook.’

Trends zijn lastig te verenigen

Hoe sterk ze ook uit de crisis zijn gekomen, de financiële coöperaties wachten nieuwe uitdagingen. ‘Coöperaties zitten in een spagaat’, doelt hoogleraar Groeneveld op de trends in de financiële sector die soms lastig te verenigen zijn met de klantfocus en de lokale verankering die horen bij coöperaties. Neem de sterke virtualisering van de producten en de dienstverlening. Wereldwijd is de trend dat klanten hun bankzaken meer en meer online doen en minder vaak een bankkantoor bezoeken. En dat past bij de efficiencyverbetering die banken en verzekeraars doorvoeren. Coöperaties kunnen daarbij niet achterblijven, virtualiseren ook en gaan over tot schaalvergroting.

Coöperatieve relatie voeden

‘De worteling in de lokale samenleving is essentieel. Maar de grootte van werkgebieden neemt toe en de dienstverlening wordt steeds meer virtueel. Hoe houd je dan mensen betrokken? De coöperatieve identiteit kun je alleen voeden als je een relatie hebt. Virtuele klantcontacten zijn klantcontacten, maar daarmee bouw je geen relatie’, schetst Groeneveld één van de uitdagingen waar financiële coöperaties voor staan en waar zijn leerstoel aandacht aan besteedt.

‘De coöperatieve identiteit kun je alleen voeden als je een relatie hebt.’

Hans Groeneveld, bijzonder hoogleraar financiële coöperaties

Stem voor de leden

En hoe blijft de stem van de leden gehoord in bestuur en toezicht van financiële coöperaties? Groeneveld signaleert: ‘Overheden en autoriteiten stellen steeds hogere eisen aan commissarissen en leden van de raden van toezicht van coöperatieve instellingen. Ze moeten bij wijze van spreken een halve bankier zijn. En dat terwijl bij coöperatieve instellingen juist de stem van de leden moet doorklinken, ook in toezichthoudende en centrale governance-organen. Essentieel is de ledeninvloed bij het kiezen van leden in bestuur en toezicht en in de onderwerpen die ze bespreken. Als je minder lokaal geworteld bent, gaat dat minder automatisch. Coöperaties zullen dus meer energie moeten steken in het ophalen van ideeën en meningen van de leden. Een waarachtige coöperatie is immers een economische democratie in actie.’

Coöperatieve bankbalans

Als je de balansopbouw van coöperatieve banken vergelijkt met die van private banken, zie je aan de cijfers dat ze andere accenten leggen.

Leningen aan gezinnen en bedrijven (de kern van de reële economie) zijn bij coöperaties goed voor de helft van de debetzijde van de balans, tegen 37% bij private banken. ‘Coöperaties zitten dus dichter op de reële economie’, zegt coöperatiehoogleraar Groeneveld, terwijl private banken meer zijn gericht op de financiële sector en overheden. ‘En de financiering van de activiteiten van coöperatieve banken is stabieler. Op hun balans hebben coöperatieve banken relatief veel meer