Landbouw in Afrika heeft jonge boeren en sterke coöperaties nodig

Goed functionerende boerencoöperaties en jonge boeren kunnen Afrika helpen om op het continent meer voedsel te kunnen produceren. Dat is de visie van Pierre van Hedel, directeur van de Rabobank Foundation. De Rabobank Foundation ondersteunt boeren in Afrika bij het versterken van coöperaties om zo hun positie te verbeteren.

Kleine familiebedrijven, met hooguit enkele hectaren grond, vormen de basis voor de voedselvoorziening voor de meer dan een miljard inwoners van het Afrikaanse continent. Door professionalisering en kleine investeringen in deze bedrijven is veel te winnen, zo weet Van Hedel. Denk aan betere zorg voor gewassen en dieren, goede kwaliteit zaden of kunstmest of betere opslagvoorzieningen voor behoud van de kwaliteit van de geoogste rijst, cassave of cacao. Daarmee zijn aanzienlijke opbrengstverbeteringen te realiseren.

Opzetten van coöperaties

Krachtenbundeling kan boeren helpen hun positie te versterken, zoals dat ook in Nederland is gebeurd. Dit is de overtuiging en de ervaring van de Rabobank Foundation, die met name wordt gefinancierd uit bijdrage van de lokale Rabobanken in Nederland. Afrikaanse boeren die samenwerken in coöperaties, kunnen samen zaaizaden, kunstmest, dieren en bodemonderzoek aankopen, maar bijvoorbeeld ook kennis delen. In coöperaties kunnen ze ook krachten bundelen om sterker te staan bij de afzet van producten, zoals koffie, rijst, cassave, cacao en melk. Of om te investeren in de verdere verwerking van de producten om meer waarde toe te voegen. Door zelf spaar-en krediet coöperaties op te zetten kunnen boeren onderling voor een deel in hun eigen financieringsbehoefte worden voorzien. Bovendien hebben de boeren gezamenlijk betere toegang tot externe financiering, waarbij de Rabobank Foundation vaak bereid is het eerste risico te nemen.

Met name in het oosten en westen van Afrika geeft de Rabobank Foundation adviezen, ondersteuning bij het versterken van boerencoöperaties en verzorgt financiering. Al met al bereikt de Rabobank Foundation hiermee 1,2 miljoen boeren in Afrika. Van Hedel: ‘Door samen te werken in coöperaties krijgen mensen meer kennis, meer marktkansen, meer inkomen, meer perspectief. Wat we in Afrika doen, noem ik wel eens de Rabobank op herhaling. We doen daar waar we ooit in Nederland mee begonnen zijn en waar we goed in zijn.’

‘Door samen te werken in coöperaties krijgen mensen meer kennis, meer marktkansen, meer inkomen, meer perspectief.’

Pierre van Hedel, directeur Rabobank Foundation

Coöperaties ondersteunen bij goed functioneren

Krachtenbundeling alleen is niet genoeg om de Afrikaanse landbouw en voedselvoorziening verder te helpen. Want een coöperatie opzetten is één, maar uiteindelijk moeten de coöperaties doen waarvoor ze bedoeld zijn. Boerencoöperaties ondersteunen bij het goed functioneren, dat is voor Pierre van Hedel een van de aandachtspunten voor verdere ontwikkeling van de Afrikaanse landbouw. ‘Het gaat om goede governance: hoe zorg je dat besturen goed zijn opgeleid, dat het betrouwbare en kundige mensen zijn? Hoe blijf je de leden erbij betrekken en zorg je ervoor dat de zakelijke belangen en gemaakte afspraken voorgaan voor familiebanden? En hoe zorgt een coöperatie ervoor dat ze transparant is, over wie wat doet, waar en hoe.’ Van Hedel noemt het voorbeeld van een coöperatie waar de vrachtauto niet werd gebruikt voor het goed vervoeren van de rijst van de aangesloten boeren, maar vooral voor het vervoer van de bestuurder. Dat kostte niet alleen geld, het belemmerde de leden om de vooruitgang te boeken in kwaliteit en afzet.

Beperkte belangstelling jongeren

Coöperaties kunnen een belangrijke rol vervullen om de interesse van Afrikaanse jongeren te wekken om boer te worden. Van Hedel schat in dat de gemiddelde leeftijd van boeren 50 tot 55 jaar is. ‘Jongeren vinden het veel moderner en aantrekkelijker om mobieltjes te gaan verkopen in de grote stad, maar daar zijn er al heel veel van. Jongeren moeten het weer aantrekkelijk gaan vinden om boer te worden. Daarvoor is het nodig dat ze inkoop- en afzetmogelijkheden hebben via een coöperatie, dat er voldoende land is voor hun bedrijf en dat hun bedrijf voldoende inkomen genereert. Als hun bedrijf wat groter is, kunnen ze handwerk vervangen door mechanisatie en kunnen ze modernere technieken gebruiken. Denk aan een betere weersvoorspelling, betere zaaizaden en veerassen, bodemonderzoek. Voor deze verbeteringen is financiering nodig. Daar kan Rabobank Foundation een rol in spelen, maar wij stimuleren ook juist de boeren zelf hier een rol in te spelen door het vormen van spaar- en kredietcoöperaties.’

Marktpositie verbeteren

Op zichzelf ligt er een wereld open voor de boeren in Afrika, zegt Van Hedel. Het verbeteren van de positie van de kleine familiebedrijfjes is niet alleen goed voor de lokale voedselvoorziening. ‘Als familiebedrijfjes de beschikking, kennis en financiering krijgen voor bijvoorbeeld betere zaden of kunstmest, kunnen ze hun productie verhogen en de kwaliteit van de productie verbeteren. Wanneer de boeren hun aanbod bundelen, komen ze in beeld bij grote afnemers. Die kunnen niks met één zak koffiebonen, maar wel met een grotere partij die ontstaat door bundeling van aanbod. Maar daarvoor moeten boeren met elkaar wel afspraken maken over de kwaliteit en moeten ze daar ook op controleren. Daar kunnen coöperaties een prima rol in spelen. Doordat de Rabobank contacten heeft met grote internationale voedingsbedrijven, kunnen wij de verbinding maken met de boerencoöperaties in Afrika.’