Kracht Nederlandse veehouderij zit in kwaliteit en duurzaamheid

Nederlandse veehouders kunnen hun internationale toppositie vasthouden, als ze inzetten op kwaliteit en duurzaamheid en om kunnen gaan met prijsschommelingen. Dat zegt Ruud Huirne, directeur Food & Agri Nederland bij de Rabobank, naar aanleiding van actuele ontwikkelingen in de pluimvee-, varkens- en melkveehouderij.

Een van de ontwikkelingen waar veehouders in toenemende mate mee te maken hebben, zijn de sterk schommelende prijzen. De marktanalyse voor zuivel die de Rabobank onlangs bekend maakte, geeft dat weer aan. Als gevolg van internationale marktverhoudingen was 2014 een jaar met zeer goede melkprijzen, maar deze zijn inmiddels 25 procent gedaald. Herstel blijft voorlopig uit. Het scheelt een melkveebedrijf maandelijks duizenden euro's aan melkinkomsten.

Verduurzaming is het andere grote thema in de veehouderij. Zo geeft de Rabobank in een recente visie op de pluimveehouderij aan dat 30 tot 40 procent van de Nederlandse pluimveehouders de komende jaren ‘strategische keuzes’ moet maken op het gebied van kwaliteit en duurzaamheid.

Bijdrage aan de wereldvoedselvoorziening

‘De vraag is: hoe blijft de veehouderij internationaal concurrerend en in Nederland gewaardeerd?’, aldus Huirne. 'Nederland is een belangrijke exporteur van vlees, eieren en zuivel. Deze export draagt bij aan de Nederlandse economie en de wereldvoedselvoorziening. Nederland geldt internationaal als koploper en voorbeeld in innovatie, efficiency en duurzaamheid. Dat moeten we vast zien te houden.' Alleen al de zuivelsector kent zo’n 45.000 voltijdsbanen en is goed voor 8 procent van het Nederlandse handelsoverschot.

‘De vraag is: hoe blijft de veehouderij internationaal concurrerend en in Nederland gewaardeerd?’

Ruud Huirne, directeur Food & Agri Nederland bij de Rabobank.

'Voor de allerlaagste kosten is Nederland niet de beste plek', zegt Huirne. Dat is niet alleen vanwege de dure en schaarse grond. Er zijn weinig andere landen waar burgers, media en politici zoveel aandacht hebben voor de groei van kippen, het welzijn van koeien, de gezondheid van varkens en de grootte van stallen. Huirne: ‘Op het gebied van maatschappelijke opvattingen over de veehouderij spant Nederland internationaal gezien de kroon. Ontwikkelingen ter bevordering van dierenwelzijn die je nu in Nederland ziet, zie je vijf tot tien jaar later in het buitenland.’

Betere smaak en kwaliteit

Ondernemers zitten bepaald niet stil. Pluimveehouders bouwen duurzame en diervriendelijke stallen en slagen er tegelijkertijd in om eieren en vlees met een betere smaak en kwaliteit te produceren. Varkenshouders werken samen met de Rabobank en het ministerie van Economische Zaken aan een visie op een rendabele en vitale varkenshouderij. De melkveehouders hebben de afgelopen jaren, in aanloop naar het einde van de Europese melkquotering per 1 april 2015, fors geïnvesteerd in schaalvergroting (nu gemiddeld ruim 90 koeien per bedrijf). Hoog op de agenda van de sector staan ook het behoud van weidegang, verbetering van diergezondheid en het beheersen van de mestproductie.

De Rabobank is bij deze ontwikkelingen betrokken, sectorbreed en bij individuele ondernemers. In de melkveehouderij had de Rabobank vorig jaar ruim 12 miljard aan financiering uitstaan, in de varkenshouderij 2,4 miljard en in de pluimveehouderij een miljard euro.

Beter vlees verdient betere prijs

'De slag naar meer kwaliteit en duurzaamheid moet samengaan met een betere prijs voor de boer', zegt Huirne. 'Anders houden veehouderijbedrijven dit niet vol. Een kip met het Beter Leven-kenmerk, een scharrelei en melk van een weidende koe verdienen een hogere prijs. Dat vindt iedereen fair, maar is tegengesteld aan de prijsontwikkeling die al lange tijd te zien is.’

Het draait om de marktkracht die boeren en verwerkende bedrijven samen realiseren, om met producten te komen waar supermarkten en consumenten meer voor willen betalen. In de zuivel hebben boeren afzetcoöperaties, die internationaal sterk staan en de goede kwaliteitsprestatie van Nederland omzetten in een meerprijs. In de varkens- en pluimveesector is de situatie anders. In het pluimveevlees willen de pluimveehouders en slachterijen afspraken maken met Nederlandse supermarktketens over de meerprijs voor duurzamer en beter vlees. De Nederlandse Autoriteit Consument en Markt, die toeziet op naleving van wet- en regelgeving voor een vrije markt, heeft hier vooralsnog een stokje gestoken voor deze prijsafspraken die gericht zijn op verduurzaming van de veehouderij. Supermarkten pakken het nu individueel op.

Sterk wisselende inkomsten

De open internationale markten zorgen ervoor dat ondernemers te maken hebben met sterk schommelende opbrengst- én grondstofprijzen. Huirne: ‘Als prijzen een tijdlang goed zijn, dan moet een ondernemer buffers aanvullen om mindere tijden door te komen. Tegen de verwachting in, was de melkprijs in 2014 heel goed. Vanwege wereldwijd een groot aanbod en achterblijvende vraag is de prijs nu gedaald tot iets onder het langjarig gemiddelde. Maar ondernemers weten ook dat er weer betere tijden gaan komen. Je ziet dergelijke cycli bijvoorbeeld in de varkens- en pluimveehouderij.’