F20-top: ‘Investeer in voedselzekerheid’

13 november 2014 - Om de wereld in het jaar 2050 duurzaam te kunnen voeden, zijn hogere investeringen in de landbouw essentieel, zoals in onderzoek en ontwikkeling, opslagcapaciteit, logistiek en opleidingen. Deze oproep werd gedaan door de Rabobank F20 (Food) Summit in Sydney, Australië.

Meer dan 650 agrarisch ondernemers en vertegenwoordigers van de internationale agribusiness namen deel aan de F20. Onder hen 40 boeren uit 12 landen die de Rabobank Global Farmers Master Class in de voorafgaande week hadden bijgewoond. Uitkomsten van de F20 worden gepresenteerd in een memorandum, waarop stakeholders kunnen reageren. Het dient ook als input voor de wereldleiders. De F20 vond plaats enkele dagen voorafgaand aan de G20-wereldtop in Australië. Jim Woodhill, van de Australische G20 taskforce voor voedselzekerheid, verzorgde ook een bijdrage aan de F20.

Gemeenschappelijke oplossingen zijn nodig

‘De wereld heft grote uitdagingen op het gebied van voedselzekerheid. Het bespreken van deze uitdaging is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de politieke wereldleiders en van de leiders in de food- en agribusiness. We hebben gemeenschappelijke oplossingen nodig, onder een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Het is cruciaal dat boeren, die uiteindelijk het voedsel produceren, een sterke stem aan tafel hebben’, zegt Berry Marttin, lid van de raad van bestuur van de Rabobank. De F20 kreeg een videoboodschap van Daniel Gustafson, plaatsvervangend directeur-generaal van de wereldvoedselorganisatie FAO: ‘We hebben grote waardering voor de unieke mogelijkheid voor de wereldwijde food- en agribusiness om op de F20 samen te komen, bekendheid te geven aan vraagstukken en oplossingen aan te dragen voor de wereldleiders.’

Toegang tot kennis en netwerken

De Rabobank is wereldwijd actief als food- en agribank, in alle continenten, in de hele waardeketen van boer tot bord. Onder het motto Banking for Food heeft de Rabobank een visie op voedselzekerheid en de rol van de bank hierin: toegang geven tot financiering, kennis en netwerken, zoals met de F20. Marttin: ‘Want een sterke sector is goed voor de ondernemers zelf, voor de voedselvoorziening, voor de wereldeconomie en voor ons als bank.’

Meer investeren in onderzoek

Waarom de voedseluitdaging zo groot is? Elke maand neemt de wereldbevolking toe met een stad ter grootte van Hong Kong. Het aantal hectare land per wereldbewoner neemt dientengevolge af, van 1,2 in 1960 naar 0,4 in 2050. 0,3 hectare per inwoner zou in 2050 genoeg voedsel op kunnen leveren voor iedereen, als de hele keten efficiënt opereert. Dat vraagt om investeringen en om nieuwe ideeën.
Die ideeën en investeringen komen alleen los als de samenleving op een andere manier naar de landbouw en voedselvoorziening gaat kijken, de uitdagingen en complexiteit ziet. Op de F20 zegt Brent Finlay, bestuurslid van de World Farmers Organisation: ‘We moeten praten over de goede aspecten van de landbouw in plaats van problemen, zoals droogte en overstromingen, want anders trekken we geen jongeren aan. Jongeren zoeken complexiteit.’

Voedsel begint bij de boer

Zonder agri geen food, ook dat is een signaal dat duidelijk klinkt op de F20. Hoe goed en efficiënt de voedsel keten ook werkt, voedsel begint bij de boer. Bij boerenbedrijven die zich kunnen ontwikkelen, waar jongeren willen werken, bedrijven die rendabel zijn. Dat vraagt om meer scholing en toegang tot informatie over landbouw en voedsel. Ook van belang is het bespreken van onbalans in marktkracht binnen de voedselketens.

Actieve opstelling boeren nodig

Ook boeren en tuinders zelf moeten aan de slag, voor een sector die rendeert, maatschappelijke waardering krijgt en enthousiaste kopers en medewerkers aantrekt. Dat blijkt tijdens de F20 ook de uitkomst van de voorafgaande Global Farmers Master Class Het gaat niet alleen om meer efficiënte productie, maar juist ook om meer transparantie, meer informatie en meer zelfbewust tonen hoe boeren zorgen voor kwalitatief hoogwaardig voedsel. En ook al zijn ze afhankelijk van de natuur en het klimaat, de opstelling van boeren in de markt zou anders moeten. Meer samenwerken in coöperaties, minder aanbodgedreven.