Rabo-visie Banking for Food raakt iedereen

Is er in 2050 genoeg eten voor álle ruim negen miljard mensen op de wereld? Hoe kunnen ondernemers in de voedselketen de voedselproductie op een duurzame wijze verdubbelen? Aan deze uitdaging wil de Rabobank haar bijdrage leveren, buiten én binnen Nederland. De Rabo-visie is neergelegd in ‘Banking for Food’.

‘Als ik een bank was met ambities op het gebied van het wereldvoedselvraagstuk, dan ……’ Ja, wat dan? Wat vind je dan als bank? En wat ga je als bank dan doen?

Deze vragen, vanuit het perspectief van de jonge generatie van nu, en de Rabo-zienswijze daarop stonden vandaag (19 juni) centraal op de algemene vergaderingen van de Rabobank. Daar presenteerde de raad van bestuur Banking for Food aan onder meer directeuren en commissarissen van lokale Rabobanken. De visie Banking for Food wordt verder uitgewerkt in een strategie en plan van aanpak, met concrete doelstellingen. Dat betreft dan de aanpak van de Rabobank, wereldwijd, in de hele keten, van bron tot bord.

Dagelijks eten en drinken

De wezensvragen over landbouw en voedsel zijn niet alleen kernvragen voor de Rabobank, die eind 19e eeuw ontstaan is in de landbouw en vandaag de dag wereldwijd wordt gezien als toonaangevende bank in food & agri.

‘Het is relevant voor iedereen: het gaat om het dagelijks eten en drinken van ons allemaal’, zegt Berry Marttin, lid van de raad van bestuur van Rabobank. ‘De uitdaging voor de wereld voor de komende decennia: twee keer zoveel voedsel produceren, met de helft van de grondstoffen, de factor ‘4’ in Banking for Food. De enige manier is: veel efficiënter produceren. De Rabobank en Nederland moeten daar een rol in spelen. Want over de hele wereld zien veel mensen Nederland als het agriland bij uitstek.’ In diverse landen, waaronder Nederland, zijn productie en verwerking van landbouw en voedsel belangrijke en stabielere sectoren in de economie.

Vier dimensies van voedselzekerheid

Bij de productie en beschikbaarheid van voldoende voedsel voor iedereen gaat het om vier dimensies. Dimensies die elkaar kunnen versterken, zowel in positieve als in negatieve zin. Het gaat om:

  • het vergroten van de beschikbaarheid van voedsel. Belangrijk daarvoor zijn meer efficiency in productie en minder verspilling. Een andere uitdaging is de bedrijfsopvolging van land- en tuinbouwbedrijven
  • het verbeteren van de toegang tot voedsel. Het gaat daarbij om financiële middelen en basiskennis voor ondernemers, waardoor netto-investeringen in de land- en tuinbouw verbeteren
  • het stimuleren van gebalanceerde, gezonde voeding. Voedselveiligheid en gezondheid zijn van belang, net als de ecologische voetafdruk
  • het vergroten van de stabiliteit in ketens. Minder schommelingen in prijzen zijn nodig. Daarvoor zijn een betere afstemming en nauwere samenwerking binnen de productieketens voor voedingsmiddelen van groot belang.

Verantwoordelijkheid Rabobank

De Rabobank wil bijdragen aan het (meer) duurzaam voeden van de wereld, door het economische succes van klanten te faciliteren en de vitaliteit van de gemeenschappen waarin klanten actief zijn te verbeteren. Deze ambities worden verder uitgewerkt in een strategie en plan van aanpak, met concrete doelstellingen.  De rol van de Rabobank binnen het wereldvoedselvraagstuk richt zich op toegang tot financiering, toegang tot kennis en toegang tot netwerken,  wereldwijd. ‘De kennis en de netwerken die we hebben, kunnen we inzetten bij financieringsvraagstukken en bij het maatschappelijke debat’, aldus Marttin.

Buiten én binnen Nederland

Deze ambitie van de Rabobank betreft de verbetering van de landbouw- en voedselproductie en verwerking buiten én binnen Nederland. ‘Van de uitzettingen van 87 miljard euro die de Rabobank in landbouw en de voedselketen heeft uitstaan, betreft bijna de helft food & agriondernemers in Nederland’, zegt Rien Nagel, lid van de raad van bestuur van Rabobank. De Rabobank heeft een sterke positie in de Nederlandse food & agrisector en die heeft op haar beurt, als gidsland, een belangrijke positie in de wereldwijde food & agrisector.

De hele keten, van keukentafel tot boardroom

‘Het grote thema is: hoe krijgen we die keten effectiever? En hoe kunnen wij dat als bank faciliteren?’, aldus Rabobank-bestuurslid Jan van Nieuwenhuizen. ‘Wij benaderen de hele keten integraal, vanaf de wholesale klanten die zorgen voor de inputs, naar de primaire bedrijven in binnen- en buitenland, naar de verwerkende industrie en food retail, waarvan er vele wholesale klanten zijn.’

Zijn collega-bestuurder Marttin geeft aan dat de Rabobank als bank graag zijn bijdrage wil én kan leveren aan de wereldvoedseluitdaging. ‘We zetten ons financieringsbeleid in, we dragen bij aan de beslissingen in de keten, want we zitten zowel aan de keukentafel als in de boardroom. En we hebben kennis ėn het netwerk. Die willen wij inzetten.’ Van Zeeuws-Vlaanderen tot Groningen, van Australië tot Zambia.

Verder lezen

Onze agrarische roots

De Rabobank van vandaag is einde 19e eeuw ontstaan in plattelandsgemeenschappen in Nederland. Boeren en tuinders hadden kredieten nodig om hun bedrijven te kunnen ontwikkelen. Lokale kredietcoöperaties kregen spaargelden toevertrouwd, waarmee ze die kredieten konden verstrekken.

Twee strategische pijlers

De Rabobank kent twee strategische activiteiten. Als bank wil de Rabo, met een breed pakket aan bancaire en financiële diensten, in Nederland particuliere en zakelijke klanten versterken. En parallel daaraan wil de Rabobank internationaal (buiten én binnen Nederland) als bank klanten versterken die actief zijn in landbouw en de voedselketens. De Rabobank heeft de ambitie om mondiaal de leidende food & agribank te zijn.

Samenhang

Negen miljard mensen voeden vraagt om een visie en oplossingen die niet ophouden bij landsgrenzen, bij het hek van een boerderij of het toegangspoortje van een supermarkt. Banking for Food, de visie van de Rabobank, betreft daarom alle schakels in de voedselketens, buiten én binnen Nederland. Dus van boeren en tuinders en hún toeleveranciers, tot verwerkers van landbouwproducten tot aan transporteurs en supermarktketens.