Een nieuw tijdperk voor biomaterialen

De landbouw voorziet van oudsher niet alleen in ons eten, maar ook in talloze andere materialen. Nu, zeventig jaar na het begin van het synthetische tijdperk, maakt het gebruik van biomaterialen een omslag. Er zijn veel mogelijkheden om alledaagse producten van duurzame grondstoffen te maken. Maar dan moeten de chemische industrie en de landbouw wel eerst een aantal obstakels overwinnen.

Wat is het verband tussen een suikerbiet en een flesje frisdrank? De eerste gedachte is waarschijnlijk eerst aan het drankje zelf, al hebben veel frisdrankproducenten het suikergehalte in hun drankjes sterk verminderd. Minder bekend is een andere link, die de komende jaren steeds belangrijker zal worden: geraffineerde stoffen die uit suikerbiet worden gewonnen, worden gebruikt voor de productie van frisdrankflessen.

Synthetische materialen

Maar wacht eens even, die flessen worden toch gemaakt van fossiele grondstoffen? Dat klopt, maar sinds het begin van de beschaving heeft de landbouw ons niet alleen voorzien van voedsel, maar ook van kleding (wol, katoen, leer), verpakkings- en bouwmaterialen. Na de Tweede Wereldoorlog investeerde men wereldwijd massaal in infrastructuur voor het winnen van fossiele brandstoffen. Dit bracht een radicale verandering met zich mee en betekende het begin van wat we nu kennen als het 'synthetische tijdperk'. 'De olieindustrie wist het maximale uit elke druppel olie te halen. Mensen begonnen grote hoeveelheden synthetische materialen te produceren, waaronder plastic, nylon en polymeer', zegt Daan Dijk. Bij de afdeling Duurzaamheid van de Rabobank is hij verantwoordelijk voor de biomaterialen.

Industrieën stappen over op duurzame grondstoffen

De zogenoemde biobased technologie heeft in de afgelopen jaren wereldwijd terrein gewonnen en richt zich op het produceren van dagelijkse producten met gebruik van duurzame grondstoffen. Industrieën gebruiken micro-organismen, zoals schimmels en bacteriën, om bepaalde elementen uit biomaterialen (zoals planten, bomen, algen en voedselresten) om te zetten in hoogwaardige materialen. De meeste biomaterialen bestaan uit vijf bestanddelen: zetmeel, suikers, oliën, eiwitten en lignocellulose. Deze bestanddelen kunnen worden gebruikt in diervoeding, chemicaliën, voedingsadditieven, medicijnen, verpakkingen en zelfs in de bouw en autosector.

Duurzaamheid en bedrijven

Deze verandering vindt plaats doordat industriële biotechnologie een enorme sprong vooruit heeft gemaakt en doordat de vraag groot is vanuit internationale bedrijven die consumptiegoederen produceren, van Ford tot Ikea, van Heinz tot Nike. 'De kunststofproductie is gebaseerd op lineaire in plaats van circulaire processen. Dat betekent dat mensen veel niet-duurzame grondstoffen gebruiken en daarbij veel afval produceren. Biomaterialen zijn veel efficiënter. Bedrijven opereren vanuit strategisch oogpunt: ze willen hun rendement verbeteren en tegelijkertijd hun ecologische voetafdruk verkleinen en de beschikbaarheid van grondstoffen veiligstellen', legt Daan Dijk uit. Bedrijven in de landbouw, bosbouw en visserij gebruiken op hun beurt biotechnologie om de waarde van hun producten te verhogen, door er hoogwaardige bestanddelen uit te winnen. Palmolie kan Azië als grondstof dienen, maïs in de VS en suikerbieten in Europa. De Rabobank is bij veel van deze voorbeelden betrokken, omdat ze een belangrijke positie inneemt in belangrijke agri-ketens, zoals die van suikers (tapioca, riet, biet), zetmeel (granen, cassave), plantaardige oliën (palm) en eiwitten (zuivel, vlees, vis, soja, algen).

Raffinaderijen dichtbij boerenbedrijven

Een belangrijk vraagstuk voor chemische bedrijven is het tegen concurrerende prijzen verkrijgen van grondstoffen. Daan Dijk: 'Landbouwproducten bevatten veel water. Vanuit financieel en duurzaamheidsoogpunt heeft het geen zin om agrarische grondstoffen naar grote bestaande chemische fabrieken te transporteren. Daarom verwachten we meer, maar kleinere, raffinaderijen dichterbij het boerenbedrijf. En boeren zullen hun voorraad op orde moeten brengen, zodat zij een chemische fabriek kunnen beleveren die 8.000 uur per jaar draait. Het is niet voor niets dat chemische bedrijven hun zakelijke focus steeds meer verleggen naar life sciences. Voor hen is dit een volledig nieuwe wereld: toelevering van materialen van een groot aantal leveranciers, waarbij de hoeveelheid en de kwaliteit van de grondstoffen afhangen van verschillende factoren.’

'Vanuit financieel en duurzaamheidsoogpunt heeft het geen zin om agrarische grondstoffen naar grote bestaande chemische fabrieken te transporteren. Daarom verwachten we meer, maar kleinere, raffinaderijen dichterbij het boerenbedrijf.'

Daan Dijk, bij de afdeling Duurzaamheid van de Rabobank verantwoordelijk voor biomaterialen

Een impuls voor de bio-economie

Omdat biomaterialen nieuw en nog weinig bekend zijn, hebben bedrijven moeite met het aantrekken van risicodragend kapitaal. Veel investeerders achten de werking van de technologie nog onvoldoende bewezen, de markt te onzeker of de toelevering te precair. Daan Dijk: 'Private investeerders en overheden moeten de krachten bundelen om de bio-economie een impuls te geven. Dit vereist een strategisch industrieel beleid. Landen die de juiste omstandigheden weten te creëren om een bio-economie op gang te brengen, investeren daarmee in een welvarende nieuwe industrie die banen oplevert, de ecologische voetafdruk verkleint en de economie veerkrachtiger maakt.'

De Rabobank helpt bij het vinden van oplossingen. Daan Dijk: ‘Wij hebben veel kennis op het gebied van agri-voedselketens. We zorgen voor nieuwe verbindingen tussen de chemische industrieën en de boeren. Wij kunnen een aanpak aandragen die werkt, toegang verschaffen tot onze netwerken en financieringsoplossingen op maat bieden.’

Voedselzekerheid

Zijn biomaterialen verenigbaar met wereldwijde voedselzekerheid? Daan Dijk: 'Zelfs als de biobased industrie petrochemische stoffen volledig zou vervangen, wat zeer onwaarschijnlijk is, zou maximaal vijf procent van het wereldwijde landbouwareaal daarvoor nodig zijn, waardoor 95 procent overblijft voor voedselproductie. Aan de andere kant kunnen landbouwoverschotten en niet-eetbare delen van de plant gebruikt worden als biomaterialen. Naar mijn mening helpt de bio-economie het inkomen per hectare van een boerenbedrijf te verhogen. En meer inkomen voor boeren vergroot de voedselzekerheid.'

Gerelateerde verhalen