Familiebedrijf blijft krachtige ondernemingsvorm in agrarische sector

19 november 2014 - Vrijwel alle agrarische bedrijven in Nederland zijn familiebedrijf. Ze vormen al vele decennia het hart van de Nederlandse land- en tuinbouw. Die sterke positie houden familiebedrijven. Wel worden hogere eisen aan het agrarisch ondernemerschap gesteld, zegt Ruud Huirne, directeur Food & Agri Nederland bij de Rabobank.

Het agrarisch familiebedrijf staat donderdag 20 november in de belangstelling in het Auditorium van de Rabobank in Utrecht. Dat biedt plaats aan een congres van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) over de toekomst van het agrarisch familiebedrijf, waar ook koningin Máxima acte de présence geeft. 2014 is het VN-jaar van het agrarisch familiebedrijf.

Sinds 1898

Familiebedrijven kennen een rijke geschiedenis, die soms enkele eeuwen terug kan gaan. Op het NAJK-congres wordt bekend gemaakt wat het oudste agrarisch familiebedrijf in Nederland is. De Rabobank is sinds 1898 van de partij; opgericht om kleine boerenbedrijven te ondersteunen in hun ontwikkeling. Vandaag de dag is ruim 80% van de 67.000 Nederlandse boeren en tuinders klant bij de Rabobank. ‘We zijn als het ware met de agrarische familiebedrijven meegegroeid’, zegt Huirne, zelf ook afkomstig uit een boerenfamilie.

Ondernemersvaardigheden

‘Professionalisering’ is een belangrijke trend die Huirne voorziet voor agrarische familiebedrijven. Agrarische families zullen in toenemende ondernemersvaardigheden moeten combineren met de passie voor het vak en de manier van leven. Huirne: ‘Die passie is al decennialang de kracht van familiebedrijven. Want als het even tegenzit, kan men als geen ander samen de schouders er onder zetten. Dat maakt dat ze tegen een stootje kunnen.’

Inspelen op marktontwikkelingen

Dat er op langere termijn vraag is naar melk, aardappels, bloemen, groenten, planten en andere landbouwproducten, daar twijfelt Huirne niet aan. Uit analyses, ook van de Rabobank, blijkt dat de wereldwijde voedselproductie tot 2050 met 60% moet stijgen, om de groeiende wereldbevolking te kunnen voeden. Nederland heeft daarin een sterke positie.
Toch vragen juist de marktontwikkelingen voor land- en tuinbouwproducten om een ondernemender insteek van agrariërs. ‘Door de globalisering en transparantie van markten en informatie, worden prijsbewegingen voor land- en tuinbouwproducten sterker. Dit vraagt van ondernemers meer flexibiliteit om in te kunnen spelen op veranderende marktomstandigheden en om bijvoorbeeld risicomanagement en liquiditeitsmanagement’, zegt Huirne.

‘Die passie is al decennialang de kracht van familiebedrijven. Want als het even tegenzit, kan men als geen ander samen de schouders er onder zetten.'

Ruud Huirne, directeur Food & Agri Rabobank

Risicodragend vermogen

Financiële buffers zijn meer nodig dan in het verleden. Daarnaast maakt een grotere bedrijfsomvang het lastiger dat één persoon voor het risicodragend vermogen zorgt. Huirne: ‘Vanwege de bedrijfsgrootte ontstaan nieuwe initiatieven met verschaffers van risicodragend vermogen, die niet persé meewerken in het bedrijf. Maar dat betekent vaak ook deze verschaffers een vergoeding voor hun risico willen zien. Zij zijn toch minder geduldig dan het eigen vermogen dat de ondernemer zelf inbrengt.’

Verbinding met de omgeving

Ook maatschappelijke ontwikkelingen stellen nieuwe eisen aan de agrarisch ondernemers van de toekomst. Huirne: ‘Familiebedrijven worden groter en de omgeving waarin ze opereren stelt steeds hogere eisen aan de bedrijfsvoering. Hierbij speelt het verduurzamen van het bedrijf een belangrijke rol. Van ondernemers vraagt dit een open houding en goede communicatievaardigheden.’
Dat steeds meer vrouwen van agrariërs een baan buiten de deur hebben, noemt Huirne een positieve ontwikkeling. ‘Vaak blijven ze wel betrokken bij de strategische beslissingen van het bedrijf. Zo zorgen ze voor inkomensspreiding en er komt kennis van buiten het agrarische bedrijf binnen. Er ontstaan nieuwe verbindingen met de maatschappij.’

Ontsluiten van kennis en netwerken

Kunnen de jonge generaties agrarische ondernemers dit aan? Huirne ziet het potentieel en is hoopvol gestemd: ‘Het opleidingsniveau stijgt en Nederland kent een sterke internationale oriëntatie. Bedrijfopvolging van de ouders naar de eigen kinderen is niet meer vanzelfsprekend.Het is een goede zaak dat er veel bewuster voor overname wordt gekozen. Als Rabobank dragen we hier ook aan bij met het ontsluiten van kennis en netwerken.’ Zo kent de Rabobank in Nederland het Rabo Opvolgers Perspectief, waar inmiddels al meer dan 1.000 jonge agrarisch ondernemers aan hebben deelgenomen. Ook is de Rabobank recent een kwantitatief onderzoek gestart naar de succesfactoren van een agrarische bedrijfsovername. De resultaten komen begin volgend jaar beschikbaar en geeft ons inzicht hoe de Rabobank ondernemers beter in hun bedrijfovernameproces kan faciliteren. Ook organiseert de Rabobank regelmatig internationale masterclasses voor agrarisch ondernemers. Vorige week was de 2014-editie in Australië, waar vijf Nederlandse agrarisch ondernemers aan deel hebben genomen.