Meer markt dan melk

Het is een en al bedrijvigheid in de zuivel, van Nieuw-Zeeland tot Nederland, van melkveehouders tot zuivelbedrijven. Ze spelen in op de gestaag groeiende vraag naar zuivel. Er zijn beperkingen aan productiegroei, ook al vervalt per 1 april het wettelijke melkquotum in Europa.

Zo rustig als een koe gras herkauwt of een baby een fles melk drinkt, zoveel bedrijvigheid is er in de bedrijfstak die koe en consument verbindt. Van Nieuw-Zeeland tot Nederland heeft die bedrijvigheid in de zuivel maar één doel: inspelen op de gestaag groeiende vraag naar zuivel, een belangrijke eiwitbron voor mensen. De wereldwijde vraag naar zuivel zal de komende tijd jaarlijks met ongeveer 2,5% groeien, aangevoerd door Azië en Afrika. Lokale melkveehouders kunnen onvoldoende voorzien in de gevraagde hoeveelheid en kwaliteit. Daarom is veel zuivelaanbod van buiten nodig. Grote, sterke zuivel exporterende landen zien hun kans, zoals het noordwesten van Europa, Australië, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten.

Zaken doen met zuivelondernemers over de hele wereld

De Rabobank is bij veel van deze ontwikkelingen betrokken. Van de ruim 90 miljard euro die de Rabobank wereldwijd aan financiering heeft uitstaan in de landbouw en voedingssector, heeft 15% betrekking op de zuivel. De Rabobank is verreweg de grootste financier van de melkveehouderij in Nederland en financiert melkveebedrijven in onder andere de Verenigde Staten, Australië, Nieuw-Zeeland, Brazilië en Chili. Ook doet de Rabo zaken met bijna alle van de 20 grootste zuivelondernemingen ter wereld.

Allianties in Azië

Dat een positie in Azië van belang is, blijkt uit een overzicht van Michael Harvey, zuivelanalist bij de Rabobank in Australië. Grote Aziatische voedings- en zuivelbedrijven hebben de afgelopen vijf jaar 17 grote overnames en investeringen gedaan in de zuivel in Nieuw-Zeeland en Australië. Op hun beurt sloten zuivelbedrijven uit die twee landen negen grote samenwerkingsverbanden, gericht op Azië. En ook zuivelondernemingen uit Europa en de Verenigde Staten sloten allianties met Aziatische bedrijven.

Einde aan 31 jaar melkquotering

Ook in Europa staat de zuivel in het teken van groei, zeker doordat 1 april 2015 het einde betekent van 31 jaar melkquotering. De Europese Gemeenschap kwam in 1984 met deze aanbodbeperking, omdat subsidies voor de zuivelmarkt toen leidden tot een te hoge productie. Nadat de marktsteun was afgebouwd, verdwijnt ook de hoeveelheidsbeperking. In aanloop daar naartoe hebben melkveehouders in bijvoorbeeld Nederland flink geïnvesteerd en de productie al sterk uitgebreid. Melkverwerkers hebben verwerkingscapaciteit bijgebouwd voor de extra melk. Alleen al in Nederland voor 2 miljard euro.

Schaalverschillen melkveehouderij

Omgaan met natuurlijke beperkingen

‘Er is meer markt dan melk’, verklaart Kevin Bellamy, zuivelanalist bij de Rabobank, de wereldwijde bedrijvigheid. De vraag naar zuivel lijkt sterker te stijgen dan het aanbod. Want groei van de zuivelproductie kan alleen maar als ondernemers goed omgaan met de beperkingen van land, klimaat en natuur en tegelijkertijd hun concurrentiepositie versterken.

Grond is schaars

Beschikbaarheid en betaalbaarheid van land is bijna overal een knelpunt. Land is nodig voor het voer, als bestemming voor de mest en in sommige landen ook om koeien te laten grazen. In Nieuw-Zeeland wordt land schaarser en dus duurder, vanwege de uitbreidingsdrang van melkveehouders en de steeds strengere milieu-eisen. In het veel kleinere Nederland is grond al duur en nog veel schaarser. Financieel wordt het een steeds grotere uitdaging om grond te kopen van oudere melkveehouders die hun bedrijf beëindigen. ‘Het rendement in de melkveehouderij blijkt daarvoor toch vaak de beperkende factor. Er moeten andere financiële oplossingen komen, zodat blijvende ondernemers toch hun grondareaal kunnen uitbreiden’, zegt Jan van Beekhuizen, sectormanager melkveehouderij bij de Rabobank in Nederland.

Concurrerende productiekosten zijn een voorwaarde om het wereldwijde zuivelspel te kunnen meespelen.

Europa is niet kansloos

Concurrerende productiekosten zijn een voorwaarde om het wereldwijde zuivelspel te kunnen meespelen. Vanouds is dit een sterk punt van melkveehouders in Australië, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten, vanwege de grotere melkveebedrijven en minder strenge milieu-eisen. Deze eisen worden daar echter ook strenger.

Europa is op het punt van productiekosten niet kansloos, maar heeft werk te doen. Binnen Europa loopt Nederland voorop in efficiency. De Rabobank schat in dat 30 tot 40% van de bijna 18.000 Nederlandse melkveehouders zich qua kosten nu al kan meten met de grote bedrijven in Nieuw-Zeeland. Deze koplopers kenmerken zich door goed ondernemerschap, arbeidsefficiëntie en vakmanschap.

Kwaliteit te gelde maken in de markt

Uiteindelijk tellen niet alleen de productiekosten, maar de prestaties in de hele keten van gras tot glas. Jan van Beekhuizen: ‘Omdat de lat al jaren hoog ligt voor milieu, dierenwelzijn en ruimtelijke ordening, hebben Nederlandse melkveehouders een hogere kostprijs, maar lopen ze internationaal gezien ook voorop in duurzaamheid, kwaliteit en efficiency. Die voorsprong weten coöperatieve zuivelondernemingen in de markt voor hun melkveehouders te vertalen in een structureel betere opbrengstprijs voor de melk. Het is de uitdaging dat melkveehouders die betere opbrengstprijs benutten om het kwaliteitsvoordeel te behouden en om de kostprijs te verbeteren.’

Hoe positief de vooruitzichten ook zijn, ondernemers ontkomen niet aan sterke prijsschommelingen voor melk.

Scherper sturen op liquiditeit

Hoe positief de vooruitzichten ook zijn, ondernemers ontkomen niet aan sterke prijsschommelingen voor melk. Buiten Europa waren ondernemers dat al langer gewend, voor Europa is het betrekkelijk nieuw. Ondernemers moeten scherper sturen op kostprijs, op liquiditeit en het opbouwen van noodzakelijke buffers. Want de oorzaak van deze zogenoemde volatiliteit verdwijnt niet. Rabo’s zuivelanalist Michael Harvey zegt in zijn analyse: ‘Zuivelimporten in Azië zullen groeien, maar dat gebeurt in een lager tempo als markten volwassener worden en het consumenteninkomen minder hard stijgt.’ Meer of minder consumptiegroei zal nooit precies synchroon lopen met de ontwikkeling van de melkproductie. Want uiteindelijk laat een koe zich niet dwingen.

Lees meer