Duurzaamheid veehouderij heeft expliciet aandacht bij Rabobank

De Rabobank, als wereldwijd toonaangevende financier van landbouw en voedselproductie, hecht aan duurzame ontwikkeling van de veehouderij. De Rabobank neemt daarom afstand van conclusies die Wakker Dier en onderzoeksbureau Profundo vandaag suggereren in een publicatie over de financiering van grootschalige veehouderij buiten Nederland en de gevolgen daarvan voor dierenwelzijn.

De Rabobank is van mening dat het rapport van Wakker Dier slechts vage zinspelingen bevat op onvolkomenheden in de praktijk.

In gesprek met klanten die investeren in een nieuwe stal, brengt de Rabobank duurzame stallen expliciet onder de aandacht. Als het gaat om dierenwelzijn, verwacht de bank van klanten dat zij de food & agribusiness principles en het dierenwelzijnsbeleid van de Rabobank naleven, waarin staat dat het stalsysteem tegemoet moet komen aan de gedragsbehoeften van het dier. De Rabobank hanteert de richtlijnen van de International Finance Corporation, die bijvoorbeeld betrekking hebben op een degelijk stalsysteem, voldoende toegang tot voer en water, ongemak en pijn voor dier voorkomen en verwondingen minimaliseren, het toepassen van een preventief gezondheidsprogramma en het voorkomen van nodeloos lang vervoer.

Grootschalige veehouderij

In opdracht van Wakker Dier heeft Profundo onderzoek gedaan naar investeringen in de mondiale vee- en vleesverwerkende bedrijven. De Rabobank was volgens Profundo de afgelopen vier jaar de grootste financier van de mondiale vee- en vleesverwerkende industrie. Profundo stelt dat een aantal van deze bedrijven ook grootschalige veehouderijbedrijven (met name varkens en kippen) heeft opgezet, waar banken als financier aan verbonden is. Het gaat volgens Profundo om ‘een schaal die in Nederland controversieel is. Daarbij hanteren bedrijven in landen die een groeiende vleesindustrie hebben (groeimarkten) beleid dat meestal niet toereikend is om dierenwelzijn volgens Europese standaarden te garanderen’. Ook schrijft Profundo: ‘Geen van de banken noemt een maximum voor het aantal te houden dieren op één locatie’.

Voor de omvang van een bedrijf, in oppervlakte of aantal dieren, zijn mondiaal geen objectieve criteria beschikbaar. Welke omvang optimaal is, hangt af van lokale omstandigheden en bijvoorbeeld wettelijke randvoorwaarden. Daarbij is de Rabobank van mening dat de omvang van een bedrijf niet maatgevend is voor het niveau van dierenwelzijn, voedselveiligheid, voedselkwaliteit of duurzame productie. De Rabobank constateert dat een groot bedrijf of een bedrijf dat diverse functies in zich verenigt, juist vaak beter scoort als het gaat om duurzaamheid.