Landbouw en chemie bewegen naar elkaar toe

Een frisdrankflesje of vitamines gemaakt van plantaardig materiaal? De samenwerking tussen landbouw en chemische industrie biedt kansen, maar het is zoeken naar een business model waar ondernemers en financiers heil in zien. De Rabobank is betrokken bij de zoektocht van ondernemers en onderzoekers in landbouw en chemie.

De chemische industrie is naarstig op zoek naar alternatieven voor de olie die ze nu gebruikt. Dat is nodig om kosten te drukken, om in te spelen op duurzaamheid en de herbruikbaarheid van grondstoffen (circulaire economie). Op hun beurt zoeken boeren en verwerkende bedrijven naar nieuwe afzetmogelijkheden, naast voeding. Dat geldt bijvoorbeeld voor suiker en suikerbieten.

De Rabobank is betrokken bij de zoektocht?

Ja. Eind september 2014 kwamen 400 mensen, vol ideeën, ervaringen en vragen, naar de Rabobank in Utrecht (Nederland) voor de conferentie ‘Agri meets chemicals’. Georganiseerd door Deloitte consultancy, dat deze middag een onderzoek presenteert, met nauwe betrokkenheid van de Rabobank. Met een professional publiek dat kleine en grote bedrijven vertegenwoordigt, met namen als Cosun, Corbion, DSM en Akzo Nobel, onderzoeksinstellingen en overheidsdiensten. De Rabobank heeft klanten in de landbouw en de chemische industrie en is betrokken bij initiatieven rondom de circulaire economie. Ook is de Rabobank partner in het SHIFT investeringsfonds, gericht op innovatieve ondernemingen die bijdragen aan duurzaamheid en gezondheid rondom landbouw, voeding en bio based technologieën (‘Sustainability and Health Impact through Food & agri Transitions’).

Waar gaat deze zoektocht eigenlijk over?

Deloitte presenteert deze middag een studie naar de kansen voor de op fermentatie gebaseerde chemische industrie in Noordwest-Europa. Bij fermentatie gaat het om gisten of micro-organismen die van plantaardig materiaal, zoals suikerbieten, suikerriet, maïs, graan en tapioca, ‘chemische producten’ maken, zoals materiaal voor frisdrankflesjes, antibiotica, vitamines en insuline voor diabetespatiënten.
Hoe zuiverder en verfijnder de grondstof, hoe hoger de prijs, maar ook hoe geringer de investering voor de chemische industrie. ‘Er is dus veel discussie over het kantelpunt’, zegt Vincent Oomes van Deloitte. Dat kantelpunt hangt af van het vinden van de juiste micro-organismen door techneuten.

"Dit is een massief programma voor de hele industrie"

Ton Runneboom, voorzitter van het Biorenewables Business Platform

Maar dit gaat toch ten koste van voedselvoorziening?

‘Hoe gebruiken we de cultuurgrond? Voor voeding of andere toepassingen? Of voor beide, zodat ook de circulaire economie gediend wordt? De landbouwsector moet zorgen voor een constante kwaliteit om tegemoet te komen aan de vraag van de chemische industrie. Als industrie, wetenschap en overheid samenwerken, kan er in Noordwest-Europa iets moois ontstaan’, zegt Rabobank-bestuurslid Jan van Nieuwenhuizen bij de opening van de conferentie ‘Agri meets chemicals’.
Coert Beerman, bij de Rabobank verantwoordelijk voor Wholesale-klanten in Nederland en Afrika: ‘Als bank hebben we het Banking4Food-programma geïntroduceerd en nu praten we inderdaad over not for food.’ De inzet van bio-grondstoffen voor de chemische industrie is echter ook van belang voor de leefbaarheid van het platteland. Want deze verwerking zal op het platteland moeten plaatsvinden, dichtbij de teelt. Transport van landbouwgrondstoffen over grote afstand is duur.
En wat speelt: een hogere productiviteit in de landbouw, die nodig is voor de voedselvoorziening, staat of valt bij voldoende inkomen voor boeren en tuinders. Landbouwproductie voor nieuwe toepassingen zou kunnen helpen om het inkomen voor boeren en tuinders te ondersteunen.
Overigens kost de teelt van gewassen voor energieproductie veel meer land dan teelt voor chemische toepassing.

Is dit interessant voor landen in Europa?

Zeker! Uit analyses van Deloitte blijkt dat Noordwest-Europese suiker heel concurrerend is. Dat komt door de goede kwaliteit en de hoge opbrengsten per hectare. ‘Ik ben trots dat mensen zulke positieve dingen zeggen over de suikerbiet. We werken al meer dan 100 jaar aan deze verbetering’, zegt Albert Markusse, CEO van Cosun-dochter Suiker Unie. In 2017 verandert het suikerbeleid van de Europese Unie, waardoor boeren in Europa meer suikerbieten kunnen gaan telen. Ook heeft Nederland potentieel vanwege de goedontwikkelde suikerindustrie en chemische industrie.

Als er perspectief is, waarom is er al dan niet meer bedrijvigheid?

Verwerken van suiker tot chemische producten vraagt nog meer investeringen dan het maken van witte kristalsuiker. ‘Dit is een massief programma voor de hele industrie, van Rotterdam tot Ludwigshafen’, aldus Ton Runneboom, voorzitter van het Biorenewables Business Platform.
Coert Beerman van de de Rabobank geeft aan er alleen in Nederland de komende tien jaar drie verwerkingsinstallaties nodig zijn van 300 miljoen euro elk. ‘Er is een business case nodig’, aldus Beerman. Stapje voor stapje komt die dichterbij en voor sommige producten is die er al bijna. Arnold van de Ven van Corbion: ‘Er is niet één partij die alles in huis heeft om dit te realiseren. Samenwerking is dus heel belangrijk.’

Wat belemmert investeerders?

Belangrijk voor projecten is wat men de ‘risk of supply security’ noemt. Wie investeert in een installatie, moet het risico beperken dat hij geen aanvoer van grondstoffen heeft of tegen een te hoge prijs.
De chemische sector zegt niet te kunnen leven met het uitgangspunt van de suikersector dat de marktprijs voor suiker de maatstaf is. ‘Als de suikerprijs 40% stijgt, dan heb ik echt een probleem om marge te maken, want de marktprijs voor PET beweegt niet mee’, zegt een verwerker van bio-grondstoffen.
‘Of de bank moet gaan hedgen’, zegt Albert Markusse van Cosun, de coöperatie van suikerbietentelers. Hij doelt daarmee op termijncontracten die prijsrisico’s afdekken.
Of de Europese overheid moet met maatregelen het gebruik van bio-grondstoffen in de chemische industrie bevorderen.
Of ……
Waar het om draait, wordt verwoord door Oomes van Deloitte: ‘De werelden van landbouw en chemische industrie moeten bij elkaar komen.’

4F's

Deze 4F’s zijn van belang: ‘food, feed, fuel, functional molecules’. Ofwel toepassing van landbouwproducten in voeding voor mensen (food) en dieren (feed), in brandstoffen (fuel) en steeds meer ook in functionele toepassingen van de chemische industrie, zoals materiaal voor frisdrankflesjes, antibiotica, vitamines en insuline voor diabetespatiënten. De 4F’s hebben alles met elkaar te maken: ze moeten zich qua rendement en risico met elkaar kunnen meten.