Meer dan liefdadigheid

Rabobank Foundation 40 jaar

In alle discussies over ontwikkelingshulp houdt de Rabobank Foundation al veertig jaar vast aan haar missie: kansarme mensen perspectief bieden op een zelfstandig bestaan.

Wanneer is ontwikkelingshulp echt effectief? Aan welke voorwaarden moet het dan voldoen? Die vraag roept veel discussie op. In de afgelopen jaren verschenen er diverse kritische boeken over het thema. Zo publiceerde William Easterly in 2006 het spraakmakende The White Man’s Burden. Waarom heeft ontwikkelingshulp meer kwaad dan goed gedaan? De ontwikkelingseconoom hekelt daarin de koloniale mentaliteit die schuil lijkt te gaan achter veel ontwikkelingshulp. Dambisa Moyo, een Zambiaanse econome, verraste in 2009 met Dead Aid. Haar stelling: de massale financiële hulp aan Afrika leidt tot (meer) corruptie, apathie en afhankelijkheid. Lilianne Ploumen, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, streeft ernaar hulp zodanig met handel te combineren dat niet alleen de hulpontvangers, maar ook de economische belangen van Nederland ermee gediend zijn. Haar beleid krijgt bijval én felle kritiek.

Geen onvoorwaardelijke hulp

De in 1973 opgerichte Rabobank Foundation biedt kansarme groepen mensen perspectief op een beter bestaan, met inzet van donaties, leningen, kennis en kunde. In 24 landen in Azië, Afrika en Zuid-Amerika steunt Rabobank Foundation kleine coöperaties van boeren en spaar- en kredietcoöperaties. Wat is de visie van Rabobank Foundation op ontwikkelingshulp? ‘Wij spreken niet graag van “hulp”’, zegt Pierre van Hedel, directeur van Rabobank Foundation. ‘De term geeft een verkeerd signaal af. Met hulp zonder voorwaarden creëer je een afhankelijkheidsrelatie. Wij richten ons juist op zelfredzaamheid.’ Albert Boogaard, regiomanager Afrika en Latijns-Amerika, vult aan: ‘We steunen mensen bij het verbeteren van hun sociaaleconomische positie. Maar we doen dat op voorwaarde dat er eigen initiatief is en eigen inleg, in de vorm van geld of arbeid. Leningen verstrekken we onder zakelijke, bancaire voorwaarden. Als je van meet af aan een beroep doet op het eigen vermogen van mensen, is de kans het grootst dat ze zich na verloop van tijd op eigen kracht kunnen redden.’ Van Hedel verwijst naar de geschiedenis van de Rabobank. ‘De eerste coöperatieve bank is eind negentiende eeuw ontstaan vanuit het idee dat niet liefdadigheid, maar zelfredzaamheid tot duurzame verbetering leidt. Dat is ook ons uitgangspunt. Feitelijk praktiseren wij ontwikkelingshulp nieuwe stijl, maar we doen dat inmiddels al veertig jaar en met een geschiedenis achter ons van ruim een eeuw.’

Opwaartse lijn

Een voorbeeld uit de ruim tweehonderd buitenlandse projecten waar Rabobank Foundation bij betrokken is, is dat uit de Indiase staat Andhra Pradesh. Daar steunt de foundation een coöperatie van circa duizend melkveehoudsters die zich een inkomen verwerven met de productie en verkoop van melk. ‘Voorheen waren de boerinnen afhankelijk van lokale handelaren en geldschieters. Door een coöperatie op te richten, hebben zij hun productie verhoogd en kregen de leden een betere prijs voor hun melk’, vertelt Van Hedel. Om deze groei verder te bevorderen, verstrekte Rabobank Foundation een lening, waarmee de coöperatie microkredieten ter beschikking kan stellen aan de boerinnen. Hiermee kunnen ze extra koeien kopen. ‘Met dergelijke steun helpen we de boerinnen om hun coöperatie te versterken en hun inkomenspositie te verbeteren. Zo zet je een opwaartse lijn in gang. Die is succesvol doordat de vrouwen zélf hun verantwoordelijkheid nemen.’

Kritische keuzes

De visie van Rabobank Foundation op ontwikkelingshulp is al veertig jaar onveranderd. Wel zijn accenten in de aanpak gewijzigd. ‘Vroeger doneerden we vaker geld. Nu verstrekken we vooral leningen’, vertelt Van Hedel. ‘Een gedoneerde truck is na drie jaar kapot. Een truck die gefinancierd is met een lening gaat twintig jaar mee’, zegt Boogaard. ‘We zijn ook veel kritischer geworden in de keuze van onze projecten’, vertelt Van Hedel. ‘Zo zijn gezondheidszorg en huisvesting belangrijke thema’s, maar die vallen niet binnen ons aandachtsgebied. Wij hebben verstand van boeren, coöperaties en van geld. Deze expertise zetten we in ons buitenlandbeleid in. En daar blijven we de komende veertig jaar mee doorgaan.

Volwaardig meedoen

In Nederland steunt Rabobank Foundation landelijke projecten die erop gericht zijn kansarme mensen sociaal-economisch verder te helpen. ‘We richten ons daarbij op arbeidsparticipatie, (financiële) educatie en sociale participatie’, vertelt Roelie van Stempvoort, programmamanager Nederland. ‘Onze doelgroep bestaat uit mensen met een fysieke, verstandelijke of psychische beperking en kinderen en jongeren die een problematische achtergrond hebben of opgroeien in armoede.’ Rabobank Foundation bereikt die doelgroep via landelijk georiënteerde, maatschappelijke organisaties. Zij kunnen rekenen op financiële steun, maar ook op inzet van het Rabobank-netwerk. ‘We zijn bijvoorbeeld al een aantal jaren verbonden aan stichting Emma at Work’, vertelt Van Stempvoort. ‘Dat is een non-profit uitzendbureau dat jongeren met een fysieke beperking helpt een baan te vinden. Met het Nibud en Humanitas gaan we vrijwilligers opleiden om mensen met geldzorgen te helpen hun financiële administratie weer op orde te krijgen. Ook Special Olympics Nederland krijgt steun van ons. Die organisatie maakt het mogelijk dat mensen met een verstandelijke beperking op niveau aan sport kunnen doen.’ Het zijn maar een paar voorbeelden. Van Stempvoort: ‘De achterliggende gedachte is steeds dat iedereen volwaardig moet kunnen meedoen in de maatschappij. Sociale en economische zelfredzaamheid staan daarbij centraal.’