Leercurve in duurzame energie

Zonne-energie is inmiddels beschikbaar en financierbaar voor velen. Voor complexere vormen van duurzame energie, zoals biogas of geothermie, zijn ondernemers nodig met een sterke kapitaalspositie en bovengemiddeld ondernemerschap. Dat zegt Hans van den Boom, sectormanager duurzame energie bij Rabobank, bij het bekend worden van Rabo’s nieuwste thema-update voor duurzame energie in Nederland.

Dat ondernemers in duurzame energie sterk moeten zijn in financieel en operationeel management,  is niet verwonderlijk. De thema-update duurzame energie, die vooruit kijkt naar 2020, geeft een overzicht van beproefde en splinternieuwe vormen van duurzame energie, van kostprijsontwikkelingen, technische ontwikkelingen, subsidies en grondstofkosten. Het schetst ook de concurrentie op kostprijs met fossiele energie. Kostprijsontwikkelingen en subsidies zijn het meest bepalend voor welke techniek het meeste potentieel heeft, maar technische vooruitgang (of het gebrek daaraan) kan dat beeld wel veranderen.

Samenhang

Het is het eerste rapport dat voor alle vormen van duurzame energie deze aspecten in samenhang beziet. Alle ondernemers (midden- en kleinbedrijf, grootbedrijf en food & agri) die hun energieverbruik willen verduurzamen of een extra bedrijfsactiviteitwillen opzetten, krijgen met dit rapport een compact overzicht van belangrijke ontwikkelingen. Duurzame energie is een sterke groeimarkt. De Nederlandse overheid heeft de ambitie om te groeien van nu 5% duurzame energie nu naar 14% in 2020.  De Rabobank is in Nederland de grootste financier van duurzame energie.

‘Alle ontwikkelingen bezien we in samenhang: veel mensen kijken of naar wind, of naar zon, of naar geothermie’, aldus Van den Boom. ‘Het wordt weinig in samenhang bezien, ook niet in samenhang met fossiele energie. En dat is wel belangrijk, want om in Nederland de doelen te halen die we hebben voor duurzame energie, hebben we al die vormen van duurzame energie nodig.’

Joan van den Boogaart, die samen met z’n vrouw Rian een melkveebedrijf heeft in Gilze (bij Tilburg), is een ondernemer die kijkt naar samenhang. Zeven jaar geleden maakte hij al een e-mailadres aan met daarin ‘Duurzamejoan’, omdat een duurzaam bedrijf voor hem voorop staat. Daarom investeerde hij in een compleet nieuwe ligboxenstal voor zijn koeien. Nadat hij die drie jaar geleden in gebruik nam, oriënteerde hij zich op diverse vormen van duurzame energie. Hij verdiepte zich in zonnepanelen, windmolentjes op het dak en mestvergisting. Hij keek naar de baten, de lasten en  de risico’s. Welbewust koos hij voor zonnepanelen. ‘Zonne-energie is de energie die je gemakkelijk kunt opwekken, zonder subsidie, zonder extra werk, zonder onderhoud.’ Onderhoud en garantie van zonnepanelen is inmiddels geregeld zoals voor veel andere apparatuur op zijn bedrijf. 

Risico zonne-energie vrijwel nihil

De ontwikkeling die zonne-energie doormaakt, is illustratief voor hoe het kán gaan. Waar menig Nederlander de laatste jaren met gemak een goed gepositioneerd dak liet voorzien van zonnepanelen, zag het er ruim 5 jaar geleden niet zo zonnig uit. Ook zonne-energie was toen  duur en omgeven met onzekerheden. Van den Boom: ‘Het risico van zonne-energie is nu vrijwel nihil. Op apparatuur zit 25 jaar garantie, de techniek is redelijk uitgerijpt, de kostprijs van de apparatuur is de laatste jaren sterk gedaald en er zijn goede arrangementen voor het leveren van energie op het net. Het enige risico zit ‘m in dat de zon wat meer of minder schijnt.’

Groenfinanciering

De Rabobank startte in Nederland in de zomer van 2013 een actie voor agrarisch ondernemers met rentekorting op groenfinanciering voor zonnepanelen. Melkveehouder Joan van den Boogaart is de 100ste, binnen een half jaar, die gebruik maakte van de regeling, waarin lokale Rabobanken en de Rabo Groen Bank samenwerken. Het financiële plaatje voor de investering in zonnepanelen zag er al goed uit en de korting op de financiering maakte dat nog iets beter. Na een jaar of negen heeft Van den Boogaart de panelen terugverdiend, terwijl ze een geschatte levensduur hebben van zo’n 25 jaar.

Windenergie op land, zonne-energie en bodemenergie zijn in Nederland de vormen van duurzame energie die het meeste perspectief hebben, zo stellen de specialisten van de Rabobank. Maar waar zonne-energie en soms zelfs een windmolen op land nu betrekkelijk overzichtelijke trajecten zijn geworden, geldt dat niet voor bijvoorbeeld geothermie, wind op zee en biogas. Grote, complexe projecten hebben veel kapitaal nodig en kenmerken zich door veel onzekerheden, zoals over bedrijfszekerheid van de technieken, over de beschikbaarheid van noodzakelijke subsidies en over de vergunningen, die complex zijn en lang op zich laten wachten. Dat alles heeft veelal consequenties voor de financiering.

Leercurve

Voor de Rabobank is dit rapport niet een reden om anders naar de sector te gaan kijken. Het is volgens Van den Boom eerder andersom: het rapport weerspiegelt de ervaring die de Rabobank in deze sectoren heeft opgebouwd. ’We hebben veel voortschrijdend inzicht, waardoor we projecten beter kunnen beoordelen en ondernemers van goed advies kunnen voorzien. En de ervaringen die we hebben, kunnen we projecteren op duurzame technieken die nu in de kinderschoenen staan, aan het begin van de leercurve.’

Ook ondernemer Van den Boogaart is met zijn leercurve in duurzame energie begonnen. Hij gaat ervaring opdoen met de zonnepanelen en het zelfvoorzienend zijn in elektriciteit. Intussen denkt hij alweer verder: hij gebruikt ook gas, bijvoorbeeld voor het verwarmen van de kalvermelk. Als hij de opwarming van deze melk elektrisch kan gaan doen, dan biedt het staldak zeker ruimte voor nog een rij zonnepanelen.

Bekijk de thema-update op www.rabobank.nl > Bedrijven