Van aardappel tot designverpakking

Bio-economie: geld verdienen door het milieu te sparen

Het Nederlandse PaperFoam is een schoolvoorbeeld van een bedrijf dat zijn geld verdient in de bio-economie (biobased economy). PaperFoam maakt verpakkingsmateriaal van aardappelzetmeel en plantaardige vezels. Strakke verpakkingen met een luxe uitstraling, voor onder meer elektronica, verzorgingsproducten en champagne. Geproduceerd met minimale invloed op het milieu en volledig biologisch afbreekbaar.

Het idee voor PaperFoam ontstond begin jaren negentig. Mark Geerts, nu CEO van PaperFoam, werkte voor ICT-bedrijf Vertis, dat door aardappelverwerker Avebe betrokken werd bij het ontwikkelen van bio-plastics. Geerts: ‘Het project strandde, maar wij hadden sterk het idee dat we een bijzonder materiaal in handen hadden met veel mogelijkheden en een mooi milieuplaatje. Daarom zijn we zelf doorgegaan met de ontwikkeling ervan. We hadden echt het gevoel: ‘Dit kan wat worden!’’

Pionierswerk

'In 2000 zijn we de markt op gegaan, toen een heel andere markt dan nu. Milieuvriendelijk bezig zijn was vooral nog het gebied van de geitenwollen sok. Er was weinig maatschappelijk draagvlak, het was echt pionierswerk. We hadden voorlopers nodig, klanten die in staat waren vooruit te kijken en het aandurfden om met ons in zee te gaan, niet bang voor eventuele kinderziektes. Die voorlopers vonden we in de elektronicasector.' Niet alleen een logische sector vanwege het innovatieve karakter, maar ook omdat die sector bereid is meer geld aan verpakkingsmateriaal te besteden, aangezien het doorgaans om duurdere producten gaat.

Iets bijzonders tot wasdom brengen

Anno 2016 is PaperFoam een stabiel, internationaal opererend bedrijf met ruim 100 werknemers, een hoofdkantoor in Barneveld en productiecentra in Maleisië en de VS (North Carolina). ‘We hebben nooit precies gecalculeerd hoe groot we zouden kunnen worden’, vertelt Geerts, ‘maar we wisten wel dat we de juiste omstandigheden wilden creëren om zoiets bijzonders tot wasdom te brengen. Daarvoor hadden we voldoende schaalgrootte nodig en moesten we ons op internationale klanten richten. Al vanaf het begin wilden we aanwezig zijn op de verpakkingslocaties in de wereld – destijds waren dat, naast Maleisië en de VS (toen nog Dallas), Denemarken en China (Beijing en Shanghai). Want daar concurreren we mee: met andere producenten van verpakkingen.’

Mix van concurrerende eigenschappen

En hoe concurreert PaperFoam dan met die andere producenten? Geerts: ‘Ons materiaal heeft verschillende onderscheidende eigenschappen en we hebben dan ook verschillende typen klanten. Sommige vinden het bio-economische verhaal heel belangrijk, onze minimale ecologische voetafdruk. Andere klanten kiezen PaperFoam vanwege de materiaaleigenschappen. Onze verpakkingen worden gegoten in een matrijs, waardoor je heel nauwkeurig heel specifieke vormen kunt creëren. Daardoor kun je verpakkingen op maat maken, waarin producten netjes vastliggen. Ook hebben onze producten een natuurlijke uitstraling. En het materiaal is heel licht, wat een kostenbesparende factor is voor het transport van producten. Tot slot zijn er klanten die voor PaperFoam kiezen omdat ze met onze verpakkingen iets bijzonders in handen hebben, iets wat de concurrent niet heeft. Daarmee kunnen ze zich onderscheiden.’

Een PaperFoam-verpakking is volledig composteerbaar in 5 weken

Groeikansen

PaperFoam is een stabiel bedrijf, maar in de wereldwijde verpakkingsmarkt nog een kleine speler. Geerts: ‘We willen de komende jaren flink groeien. Er zijn nu volop kansen om door te breken: er is veel meer maatschappelijk draagvlak en sinds de milieuconferentie in Parijs is de aandacht van bedrijven voor milieuvriendelijke oplossingen toegenomen.’ PaperFoam ziet voornamelijk groeikansen door uit te breiden naar andere sectoren. De meeste klanten zijn nog altijd elektronicabedrijven. ‘Wij zien vooral kansen in de medische sector en voedingsindustrie. Deze markten zijn stabieler dan de elektronicasector.’ Om in die sectoren door te breken, moet de prijs van de verpakkingen echter omlaag. Omdat voedingsmiddelen en medicijnen doorgaans een stuk minder waard zijn dan elektronica, mogen de verpakkingen logischerwijs ook minder kosten.

Goedkopere grondstoffen

‘Om ons materiaal goedkoper te maken, zoeken we naar goedkopere grondstoffen. De vezels die we nu gebruiken, komen van bomen. Maar een boom doet er zo’n 20 jaar over om te groeien, dus dat is nogal kostbaar. Mogelijk kunnen we ook vezels uit reststromen van bijvoorbeeld bieten gebruiken, of vezels van 1-jarige gewassen, zoals hennep en bamboe. Hetzelfde geldt voor het zetmeel, dat komt nu van aardappelen die daar specifiek voor geteeld worden. Ook daarvoor kunnen we misschien gebruikmaken van afvalstromen, bijvoorbeeld uit de patatindustrie. Dit zetmeel is vaak vervuild en is daarom niet te gebruiken voor strakke designverpakkingen, want die moeten smetteloos zijn. Maar voor voedingsverpakkingen is dat veel minder belangrijk, daar mogen best wat zwarte stipjes in zitten. Sterker nog: dat kan zelfs een pré zijn, omdat je daardoor ziet dat de verpakking van natuurlijke materialen is gemaakt.’

Succesvol bio-economisch ondernemen

Om gebruik te kunnen maken van andermans afvalstoffen moet je samenwerken met andere ondernemers. ‘Die samenwerking is essentieel voor de bio-economie’, benadrukt Geerts. ‘Het is daarom heel belangrijk om te netwerken in de biobased economy, want je hebt elkaar nodig voor reststromen of materialen.’ Al is focus hierbij noodzakelijk, stelt Geerts. ‘De biobased markt is volop in ontwikkeling, er gebeurt op dit moment zoveel dat je makkelijk kunt verzuipen in alle bijeenkomsten en netwerken. Om dat te voorkomen moet je op je eigen product focussen en daar vervolgens het juiste netwerk bij zoeken.’ Maar de belangrijkste tip die Geerts andere ondernemers kan geven – biobased of niet: ‘Zorg dat je een heel leuk bedrijf maakt! Waar mensen met plezier werken. Dan komt er creativiteit los en kun je met elkaar innovatieve ideeën ontwikkelen en uitwerken.’

Lees meer