Internationaal maatwerk

Of het nu gaat om financieren, betalen, wet- en regelgeving , uitdagingen genoeg voor ondernemers die internationaal zakendoen. Hoe verder van huis, hoe lastiger het kan zijn. De Rabobank ondersteunt de 55.000 klanten die internationaal actief zijn, vanuit het Nederlandse netwerk online en met International Desks. 'Daardoor ontstaat een diepere en betere relatie met de klant.'

Een machinebouwer die exporteert naar Azië, een broccoliteler die zijn groente verkoopt in Engeland, een autodealer die tweedehands auto's importeert uit Duitsland, een handelsbedrijf dat een eigen vestiging opent in Afrika. In Nederland zijn 200.000 bedrijven internationaal actief, waarvan er 55.000 klant zijn bij de Rabobank. Dat zijn bedrijven uit alle sectoren en grootteklassen. De meeste buitenlandse handel doen klanten met omringende landen in de Europese Unie, maar de groei zit in Azië en Amerika.

Van strategisch belang

'Wij merken zelf dat het Nederlandse bedrijfsleven internationaal steeds actiever wordt. Zo kunnen ze groeien en risico's beter spreiden. Internationalisering is goed voor de bedrijven en goed voor de Nederlandse economie. Voor de Rabobank is de ontwikkeling van het Nederlandse bedrijfsleven van strategisch belang en dat geldt dus ook voor een zakelijke klant die internationaal gaat', zegt Caroline Steenvoort, directeur International Services bij de Rabobank. De Rabobank ondersteunt deze klanten onder meer via twintig International Desks. Nederlandssprekende medewerkers begeleiden klanten bij het zaken doen in het betreffende land. De International Desks werken samen met lokale collega's van Rabobank kantoren in het buitenland als het gaat om financieringen, betalingsverkeer, vreemde valuta of leasing.

Opzien tegen wet- en regelgeving

Ondernemers hebben behoefte aan ondersteuning bij hun internationale activiteiten, zo blijkt uit onderzoek dat GfK in het voorjaar van 2015 in opdracht van de Rabobank uitvoerde onder 440 ondernemers. Bedrijven die hun eerste internationale stappen nog moeten zetten, zien op tegen de buitenlandse wet- en regelgeving, het opbouwen van een netwerk en het vinden van de juiste partners. Bedrijven die al internationaal actief zijn, zien niet-betalende afnemers, valuta- en transportrisico's als de grootste risico's. Zij zien de bank als 'sparring partner'.

Dit blijkt ook uit de deelname aan online masterclasses internationaal zakendoen, die in het voorjaar van 2015 voor het eerst werden georganiseerd. De internetleergang trok 1.250 ondernemers, veel meer dan verwacht. Een nieuwe serie masterclasses is inmiddels georganiseerd.

Overlap

Nederlandse ondernemers die internationaal ondernemen, kunnen gebruik maken van een veelheid aan voorlichting en regelingen. Dat is misschien juist wel het probleem. Steenvoort: 'Er zijn heel veel publieke en private partijen waarvan de activiteiten elkaar deels overlappen. De internationalisering van het Nederlandse midden- en kleinbedrijf blijft daardoor achter bij die in andere Europese landen, zoals Denemarken, Duitsland en Engeland. Daar hebben ze de bevordering van de buitenlandse handel anders georganiseerd. Natuurlijk gaat het allereerst om het ondernemerschap zelf, maar we laten wel kansen liggen omdat we de ondersteuning beter kunnen doen. Daarom is het goed dat de overheid nu met het bedrijfsleven kijkt hoe dit beter kan.'

In eigen huis maakt de Rabobank werk van dienstverlening die beter past bij de behoeften van de klant die internationaal aan de gang wil. Steenvoort vertelt dat het samenspel tussen de lokale Rabobanken, International Services en de buitenlandse kantoren steeds beter wordt, Dit leidt tot een betere en snellere dienstverlening aan de klant.

'Klanten die internationaal ondernemen, komen werkelijk van alles tegen. Ook als het voor hen spannend wordt, zijn we er.'

Caroline Steenvoort, directeur International Services bij de Rabobank.

Gepuzzel

Ook al lopen standaardvoorlichting en -betalingen binnen Europa steeds meer via internet, vaak is maatwerk nodig bij internationaal zakendoen. Hoe verder van huis, hoe lastiger het kan zijn. Een ondernemer die bijvoorbeeld een vestiging in Azië of Afrika wil financieren, krijgt te maken met vraagstukken over lokale risico's in het betreffende land, garantstellingen en onderpand, ook in combinatie met de activiteiten in Nederland.

Om ondernemers te stimuleren om stappen te zetten in ontwikkelingslanden, heeft de Nederlandse overheid in 2014 het Dutch Good Growth Fund geïntroduceerd. Het fonds fungeert als een soort garantstelling, in combinatie met andere financiering. Ook het inzetten van dit fonds is een heel gepuzzel, maar in het eerste jaar van het fonds heeft al een aantal Rabobank-klanten van de regeling gebruik gemaakt. Steenvoort: 'Het is een geschikte regeling voor ondernemers die financiering nodig hebben voor activiteiten in moeilijke landen met een hoog risico.'

Betere klantrelatie

Ondernemers begeleiden bij hun internationale activiteiten is volgens Steenvoort goed voor de band tussen klant en bank. 'In het buitenland voeren we een strategische dialoog en praten we mee over de invulling. Klanten die internationaal ondernemen, komen werkelijk van alles tegen. Ook als het voor hen spannend wordt, zijn we er. Daardoor ontstaat een diepere en betere relatie met de klant.'