Boer wordt wijs op reis

Internationaal kennis delen

Hoe staat de tarwe erbij in Polen? Hoe is bedrijfsopvolging geregeld in Nederland? En hoe verloopt de sterke groei van de Braziliaanse landbouw? Door met de Rabobank in andere landen te kijken en te luisteren, versterken agrarisch ondernemers hun kennis en netwerk en doen ze nieuwe inzichten op voor hun eigen bedrijf. Soms ervaart een ondernemer zo’n studiereis zelfs als een ‘wake-up call’.

Rabobank geeft agrarisch ondernemers toegang tot kennis en netwerken

Nieuwe kennis en de juiste netwerken kunnen ondernemers helpen om hun eigen bedrijf te versterken. Vanuit die gedachte is de Rabobank al jaren bezig om agrarisch ondernemers te laten delen in de kennis en het netwerk dat de bank zelf heeft. De bank brengt boeren in contact met andere ondernemers, experts bij onderzoeksinstituten en ook de specialisten van de Rabobank zelf, onder wie de 80 analisten bij Rabobank Food & Agribusiness Research. .

Lokaal, regionaal, nationaal, internationaal

Vaak organiseert de Rabobank lokale en regionale kennis- en netwerkbijeenkomsten, maar er zijn ook programma’s met deelnemers uit het hele land of zelfs uit het buitenland. Zo bracht de Rabobank sinds 2012 al meer dan 150 boeren uit verschillende landen bij elkaar in de Global Farmers Master Class. In Australië en Nieuw-Zeeland deden sinds 1999 al meer dan 500 boeren mee aan het Rabobank Executive Development-programma, in Nederland doorliepen sinds 2007 al meer dan 1.000 jonge boeren het trainingsprogramma voor bedrijfsopvolgers (Rabo Opvolgers Perspectief) en momenteel doorlopen zo’n 60 jonge Braziliaanse boeren het AgriLeaders-programma van de Rabobank in Brazilië, dat sinds 2007 bestaat.

Vanuit ander perspectief kijken

‘Deze reis was de meest leerzame die ik ooit gemaakt heb’, zegt agrarisch ondernemer Gregory Sanders, een van de deelnemers aan het AgriLeaders-programma in Brazilië. Samen met een groep andere jonge Braziliaanse boeren maakte hij in juni 2015 de oversteek naar Nederland, bezocht enkele agrarische ondernemingen en verdiepte zich in de bedrijfsopvolging in de landbouw, waar het bijvoorbeeld de vraag is hoe de nieuwe generatie een miljoenenbedrijf kan overnemen en daar ook geld mee kan verdienen. ‘De problemen waar Nederlandse boeren tegenaan lopen, lijken heel veel op die van ons. Als outsider op deze Nederlandse bedrijven voelde ik me een soort analist, die de vraagstukken vanuit een ander perspectief kon bekijken. Ik zag dus opeens ook de fouten die ik zelf elke dag maak, zonder dat ik me daar echt bewust van ben. Deze reis was een soort wake-up call voor mij, die me wees op gebruiken en werkwijzen in ons bedrijf waar ik beter bij stil moet staan.’ Leuk detail voor Sanders: hij bezocht voor het eerst het land waar zijn voorouders vandaan komen.

Bevoorrecht

Terwijl Sanders Brazilië tijdelijk verruilde voor Nederland, vloog Rabobank-klant en agrarisch ondernemer David Guthmiller met een groep andere agrarisch ondernemers vanuit de Verenigde Staten naar Brazilië. ‘Ik ben meegegaan om zelf te zien hoe Brazilië groeit in de landbouw. Ik was ook erg geïnteresseerd in de grote impact die Brazilië heeft op onze graanmarkten. Erg onder de indruk was ik van de immense oppervlakten landbouwgrond, maar nadat ik zelf de wegen en het transport in Brazilië heb ervaren, ben ik erg blij met de infrastructuur die we in de Verenigde Staten hebben. Tijdens deze studiereis heb ik veel andere ondernemers leren kennen, net als medewerkers van de Rabobank. De Rabobank is een leidende landbouwbank en draagt integraal bij aan de mogelijkheden om ons bedrijf verder te laten groeien. Ik voel me bevoorrecht dat we een goede zakelijke relatie hebben met de Rabobank.’

Bepalen internationale concurrentiepositie

Tieo Schot reisde samen met 32 andere Nederlandse akkerbouwers en de Rabobank naar Polen. ‘Het voorjaar is een mooi seizoen om in een ander land te gaan kijken, hoe de gewassen erbij staan en wat de ontwikkelingen zijn’, zegt Schot, die in het Nederlandse Creil met zijn broer een akkerbouw- en koelbedrijf heeft. Ook is hij zakelijk betrokken bij een akkerbouwbedrijf in Oost-Europa. Wat Schot met de collega-ondernemers in Polen zag, hoorde en besprak, vergeleek hij met zijn eigen ervaringen en vertaalde dit door naar de internationale concurrentiepositie van Nederland: ‘Het uitgangsmateriaal en de teeltmethoden zijn overal hetzelfde, maar er zijn naast het klimaat en de bodem twee grote verschillen tussen Nederland en Polen: de prijs van arbeid en de prijs van grond. Arbeid is in Nederland zes keer zo duur als in Polen. Grond is duur in Nederland, maar in Polen kun je als buitenlander alleen grond kopen via een joint-venture met een Pools bedrijf. De oppervlaktes van de bedrijven zijn in Polen veel groter dan in Nederland, maar opslag, verwerking en afzet is er stukken moeilijker. In Nederland is alles perfect geregeld. De kracht in Nederland zit in de export van kennis en uitgangsmateriaal als zaden en pootgoed, en daarnaast in het voorzien in nichebehoeften voor consumptieproducten. Deze reis heeft mij geholpen om opnieuw goed inzicht te krijgen in de positie die Nederland en dus ook mijn bedrijf internationaal inneemt. Ook was deze reis goed voor het netwerk en je weet nooit wat daar in de toekomst uit voortkomt.’