Melkveehouderij zoekt balans tussen lange en korte termijn

Net nu de melkveehouderij een groeispurt heeft gemaakt én het dieptepunt in de melkprijs gepasseerd is, ontvouwt de Rabobank een vernieuwde visie op de melkveehouderij in Nederland. Het is een sector met perspectief. Daarvoor moeten ondernemers inzetten op financiële buffers, lagere productiekosten en behoud van maatschappelijk draagvlak.

De Nederlandse melkveehouderij en zuivel gelden wereldwijd als toonaangevend en gelden ook als paradepaardje van de Nederlandse land- en tuinbouw. In de financiering van de sector is de Rabobank de grootste partij. In 2014 hadden lokale Rabobanken ruim 12 miljard aan financiering uitstaan in de melkveehouderij, op een totaal van ruim 30 miljard in de hele landbouw- en voedingssector.
Marijn Dekkers is een van de sectormanagers voor de melkveehouderij. Hij adviseert klanten van lokale Rabobanken en schreef mee aan de Rabobank-visie 'Melken in balans'. Met hem lopen we enkele belangrijke ontwikkelingen in de sector door en de visie van de Rabobank daarop.

Heeft de Nederlandse melkveehouderij perspectief?

Dekkers: 'Zeker, daar is geen twijfel over. De sector heeft genoeg in huis om de toonaangevende sector te blijven die ze nu ook is. Er zijn grote uitdagingen, maar die waren er in het verleden ook.
Wel zullen melkveehouders zich nog sterker moeten ontwikkelen van boer naar ondernemer, want er komt veel op hen af. Van sterk schommelende prijzen tot nieuwe regelgeving en de noodzaak van maatschappelijk draagvlak.'

'Melkveehouders moeten de financiële weerbaarheid hebben om plotselinge dalingen in de melkprijs op te vangen. Dat kan door in goede tijden buffers op te bouwen en door goed en vroegtijdig inzicht te hebben in de verwachte kasstromen.'

Marijn Dekkers, sectormanager melkveehouderij bij de Rabobank in Nederland.

De Europese melkquotering is op 1 april 2015 afgeschaft. In aanloop daarnaartoe hebben Nederlandse melkveehouders flink geïnvesteerd in schaalvergroting. In de nieuwe visie benadrukt de Rabobank het belang van maatschappelijk draagvlak, milieu en weidegang. Is schaalgrootte niet meer zaligmakend?

'Schaalvergroting is nooit zaligmakend geweest voor de melkveehouderij. We zagen de afgelopen jaren dat vernieuwing van oude gebouwen vaak gepaard ging met schaalvergroting. Investeringen in dierenwelzijn en milieumaatregelen zijn beter betaalbaar en rendabeler als je ze combineert met een groter aantal koeien.
Meer melk is voor een melkveehouder niet per definitie meer inkomen. Meer dan ooit is duidelijk dat groei van het bedrijf alleen maar kan wanneer ondernemers productiefactoren goed op elkaar afstemmen, goed omgaan met mest en milieu en er maatschappelijk draagvlak is. Daar speelt weidegang van koeien een belangrijke rol in.
Voor sommige bedrijven verbetert meer grond de balans in het bedrijf, maar grond is duur. Ondernemers die daarvoor geld willen lenen, moeten ook bij een hogere rentestand dan nu ruimte hebben voor rente en aflossing.'

De zuivel is een internationale en concurrerende markt. Kan Nederland qua kostprijs wel meekomen?

'Dit blijft een grote uitdaging. Twee zaken zijn van belang. Aan de ene kant is melk uit het noordwesten van Europa nodig om te voorzien in de internationale vraag naar zuivel. Nederlandse melkveehouders hebben via hun coöperaties een sterke marktpositie en uiteindelijk een uitbetalingsprijs voor de melk die hoger is dan van veel concurrenten op de wereldmarkt. Op het gebied van kwaliteit en duurzaamheid zet Nederland internationaal de toon.
Maar de plus in de melkprijs compenseert slechts voor een deel de hogere productiekosten die onlosmakelijk verbonden zijn met de Nederlandse omstandigheden, zoals dure grond, de beperkte bedrijfsomvang en de kosten van duurzaamheid en kwaliteit.
Daarom moeten melkveehouders binnen die Nederlandse omstandigheden focus blijven houden op zo laag mogelijke productiekosten. Op veel bedrijven is nog ruimte voor verbetering. Het gaat om maximaal rendement uit arbeid, grond, huisvesting en geïnvesteerd kapitaal.'

In de zomer van 2014 was de melkprijs meer dan 44 euro per 100 kilo melk en een jaar later ontvingen melkveehouders minder dan 28 euro. Dat scheelt een ondernemer per maand zo 10.000 euro aan melkinkomsten. Wat vragen deze prijsschommelingen van ondernemers?

'Deze snelle en sterke ups en downs zijn de nieuwe werkelijkheid. De marktvooruitzichten voor de langere termijn zijn goed, maar de vraag kan opeens uitvallen, zoals in augustus 2014 uit Rusland en later ook uit China. Het internationale aanbod van melk is even grillig. Droogte of juist veel regen, lage of hoge temperaturen hebben effect op de groei van gras en granen en op de hoeveelheid melk die koeien geven.
Melkveehouders moeten de financiële weerbaarheid hebben om plotselinge dalingen in de melkprijs op te vangen. Dat kan door in goede tijden buffers op te bouwen en door goed en vroegtijdig inzicht te hebben in de verwachte kasstromen. Dit geeft comfort en het voorkomt nare verrassingen en verkeerde beslissingen.'

Hoe ondersteunt de Rabobank melkveehouders in deze nieuwe tijden?

'Melkveehouders gaan verplichtingen aan voor de lange termijn, terwijl het bedrijfsresultaat op korte termijn sterk kan veranderen, bijvoorbeeld onder invloed van de melkprijs. Dat vraagt om goed inzicht in de financiële positie en daar ondersteunen we ondernemers bij.
Bij financiering kijken we nog scherper of een onderneming ook over tien jaar nog bestaansrecht en maatschappelijk draagvlak heeft. Bedrijven die bovengemiddeld scoren op duurzaamheid, zoals met dierenwelzijn, weidegang, biodiversiteit of CO2, hebben meer toekomstperspectief. Bij deze bedrijven kunnen we qua financiering dus net wat verder gaan.
Tegelijkertijd merken we bij melkveehouders dat ze terughoudend zijn met extra stappen op het terrein van weidegang, biodiversiteit of broeikasgassen, wanneer deze ten koste gaan van de winst op de korte termijn.'

Lees meer