'Afrika moet zichzelf voeden'

Consensus tijdens Duisenberg Lezing

De voedselproductie in Afrika blijft de laatste jaren sterk achter bij de vraag. Tegelijkertijd gaat één op de vijf Afrikanen dagelijks hongerig naar bed. Toegang tot financiële dienstverlening is een voorwaarde om de Afrikaanse voedselproductie te laten stijgen.

Die boodschap stond centraal tijdens de twaalfde Duisenberg Lezing op 8 oktober 2016 in Washington. Dit jaarlijks terugkerende evenement organiseert de Rabobank rond de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. Speciale gasten waren onder andere Koningin Maxima, Ertharin Cousin (Executive Director van het Wereld Voedsel Programma van de Verenigde Naties) en Wiebe Draijer (voorzitter Raad van Bestuur van de Rabobank).

Hongerig naar bed

Nog maar een generatie geleden was Afrika exporteur van voedsel. Anno 2016 is het continent een netto-importeur geworden. Ging in de vroege jaren negentig nog 20 procent van de wereldwijd verhandelde rijst van Zuidoost-Azië naar Afrika – nu is dat al ongeveer een derde. Daar staat tegenover dat één op de vijf Afrikanen 's avonds hongerig naar bed gaat. Daarbij groeit de bevolking van het continent naar verwachting de komende decennia hard; van 1,2 miljard nu, naar zo'n 4 miljard Afrikanen in het jaar 2100.

Ongebruikte landbouwgrond

Om al die monden nu en in de toekomst te kunnen voeden, moet de voedselproductie in Afrika dus groeien, zo luidde één van de conclusies tijdens de Duisenberg Lezing. En er is ook veel ruimte voor verbetering. Zo realiseren Europese en Amerikaanse boeren een gemiddelde landopbrengst van zo'n 80 procent (van het haalbare maximum), tegen ongeveer 20 procent in Afrika. Bovendien ligt in dit continent maar liefst de helft van alle ongebruikte landbouwgrond ter wereld. 'Afrika moet zichzelf voeden', concludeerde Ertharin Cousin, Executive Director van het Wereld Voedsel Programma van de Verenigde Naties tijdens de Duisenberg Lezing. 'Het kan zichzelf voeden, het heeft de bronnen. En er is feitelijk geen alternatief.'

Toegang tot financiële diensten

Koningin Maxima belichtte in haar toespraak kritieke voorwaarden voor het verbeteren van toegang tot financiële dienstverlening en de enorme voordelen die daarmee gerealiseerd kunnen worden. De Koningin sprak over beleidshervormingen om de toegang tot financiële diensten te verbeteren voor specifieke doelgroepen als het mkb, vrouwen en kleine boerenbedrijven. 'Voor vrijwel alle Sustainable Development Goals in de 2030 Agenda van de Verenigde Naties is toegang tot financiële dienstverlening een voorwaarde', aldus de Koningin. 'We kunnen niet verwachten succes te boeken op het gebied van basale gezondheidszorg, opleiding of voedselzekerheid, als die toegang niet verbetert. In ontwikkelingslanden, maar voor een belangrijk deel ook in Europa en de VS, worden delen van de bevolking niet of onvoldoende bereikt door banken.'

ARISE als voorbeeld

Berry Marttin, lid van de Raad van Bestuur van de Rabobank, onderschrijft de woorden van de Koningin: 'Bij deze Duisenberg Lezing vragen we vanuit onze maatschappelijke rol aandacht voor de noodzaak van toegang tot financiële diensten en voor onze bijdrage aan wereldwijde voedselzekerheid.' Als voorbeeld van de maatschappelijke rol van de bank wijst Marttin op ARISE. Dit fonds werd eerder dit jaar gelanceerd door de Rabobank, FMO en Norfund, met als doel het investeren in financiële instellingen in Sub-Saharan Africa. Door ARISE kunnen Rabobank, FMO en Norfund hun gezamenlijke investeringen in toegang tot financiële dienstverlening opvoeren tot 1 miljard dollar. Daarnaast biedt de samenwerking mogelijkheden om synergie tussen de banken te creëren, bijvoorbeeld op het gebied van internationale overboekingen of handelsfinanciering. Zowel tijdens de jaarvergaderingen van IMF en Wereldbank als bij andere gelegenheden is ARISE ontvangen als een zeer innovatief initiatief op het gebied van financiële toegang.

Meer informatie

Ben.Valk@rabobank.com