‘Groningen als het Silicon Valley van de waterstof, waarom niet?’

De voedselsector staat voor grote uitdagingen. In 2050 moeten we wereldwijd 10 miljard monden duurzaam voeden. De regio Groningen-Drenthe kan een belangrijke bijdrage leveren aan het voedsel van de toekomst, al bieden de energietransitie en het toerisme eveneens volop kansen voor ondernemers.

23 maart gaat de Rabo Food Forward Track Groningen-Drenthe van start. Dit is een programma van de Rabobank dat lokale ondernemers en professionals uit de hele agrofood-keten samenbrengt, om samen concrete oplossingen te bedenken voor regionale voedselvraagstukken. Voorafgaand aan de track, hebben senior analist Lambert van Horen van Rabo Research en directeur Food & Agri van Rabobank Groningen-Drenthe Marit de Slegte de belangrijkste sectorontwikkelingen voor de twee provincies in kaart gebracht in de zogenoemde Regioscan.

‘Het is ongelooflijk hoe divers de voedselsector in deze regio is’, zegt De Slegte. Akkerbouw en veeteelt voeren weliswaar de boventoon, maar de voedselsector in deze regio heeft veel meer te bieden dan dat. ‘Naast zetmeelaardappelen en bieten verbouwen we hier óók bloembollen en zacht fruit, en worden hier veel geiten en kippen gehouden’, aldus De Slegte. ‘We hebben hier zelfs vis, al is dat wel een nichemarkt.’

Consumenten vind je hier eveneens in alle soorten en maten, zegt senior analist Lambert van Horen van Rabo Research. De relatief jonge en bovengemiddeld welvarende populatie in de stad Groningen is graag bereid om te experimenteren met nieuw en onbekend voedsel, terwijl de sociaaleconomisch zwakkere regio Emmen de hoogste snackbardichtheid van Nederland kent. Met helaas een bovengemiddeld aantal gevallen van obesitas als gevolg.

Omarm de energietransitie

Een eerste kans die het noorden zou kunnen pakken, ligt volgens Van Horen in de energietransitie. De overgang naar alternatieve energiebronnen als wind, zon en waterstof, wordt vooral in Groningen omarmd, nadat die provincie decennialang als wingewest voor aardgas is gebruikt. De vraag is alleen: hoe kunnen Groningers daarvan profiteren? ‘Daar zul je met elkaar over moeten gaan praten’, zegt Van Horen. ‘Moeten we boerenland gaan bestemmen voor zonneparken? Zouden boeren het kunnen combineren met akkerbouw? Wat zijn de bijeffecten van zonneparken op de bodem en de biodiversiteit over pak ‘m beet tien jaar? Dat zijn allemaal zaken die we nu nog niet weten.’

Niettemin ziet Van Horen dat de Rijksuniversiteit Groningen, de Eemshaven en andere ondernemers de energietransitie omarmen. ‘Wie weet kan Groningen het Silicon Valley van de waterstof worden. Zoals Wageningen Food Valley is en Enkhuizen Seed Valley. Het creëert in ieder geval een vliegwieleffect.’ Een probleem wat betreft die energietransitie: het is behelpen met de huidige infrastructuur, weet ook De Slegte. ‘Omdat het netwerk het niet aankon, zijn de afgelopen jaren een aantal initiatieven in de wacht gezet, of simpelweg helemaal niet uitgevoerd.’ Wellicht kan het jongste plan – het grootste windmolenpark ter wereld in de Noordzee, op initiatief van onder andere Shell, Groningen Seaports en de Gasunie –ook de verbetering van de infrastructuur wat versnellen.

De aardappel; de grote onbekende in de eiwittransitie

in Groningen en Drenthe. ‘Gematigd positief’, nuanceert Van Horen, want hij sluit zijn ogen niet voor de hobbels die er het komende decennium te nemen zijn. ‘Over het algemeen kun je stellen dat de veeteelt wat meer onder druk staat dan de plantaardige landbouw. En daar kan deze regio heel goed op inspelen.’ ‘Dat gebeurt in feite al door Avebe’, zegt De Slegte. ‘Als je ziet wat ze daar de afgelopen periode hebben gedaan: de hele zetmeelaardappel wordt inmiddels gebruikt. Er gaat niets meer verloren, alles van de aardappel wordt verwaard.’ Zo worden de eiwitten uit de aardappelen nu gebruikt in vlees- en zuivelvervangers. ‘In de eiwittransitie die de Westerse wereld momenteel doormaakt, kan de aardappel een hele mooie rol gaan spelen.’

Van Horen: ‘Wat je allemaal niet van zo’n aardappel kunt maken, dat is echt gigantisch.’ De Slegte: ‘Er liggen nog zoveel mogelijkheden. Op studiereis in China zagen we dat alle noodle-producten daar worden gemaakt van aardappelzetmeel. Plantaardige eiwitten zijn de toekomst. De ontwikkelingen bij Avebe sluiten steeds meer en beter aan op ons nieuwe voedselregime.’

Verblijfsrecreatie; motor voor vernieuwing en economische kracht

Toerisme is de derde sector waar vooral in Drenthe nog volop kansen liggen voor de lokale voedselsector, zegt Van Horen. Ondernemers in deze sector voelen meer dan menig andere sector de gevolgen van de lockdown. Post-COVID is het de vraag hoe horeca-ondernemers, detaillisten en campinghouders samen kunnen doorbouwen om de provincie nog aantrekkelijker te maken voor toeristen. ‘Het zou mooi zijn’, zegt Van Horen, ‘als we het Oldambt of de Veenkoloniën zouden kunnen opnemen in nieuwe ideeën voor het toerisme hier, zodat ook deze regio’s kunnen profiteren van de toeristenstroom die nu al naar Drenthe komt.’

Kansen door samenwerking

De Slegte zou daar nog een vierde kans aan willen toevoegen. ‘Samenwerking’, zegt ze. ‘Samenwerking tussen akkerbouwers en veehouders. Maak gebruik van elkaars sterke punten. Dat gebeurt trouwens al heel veel hoor, bijvoorbeeld door het uitruilen van grond. Maar dat wordt altijd wat onderbelicht. Voorbeeld: Een veehouder heeft mest over, en moest normaal gesproken kosten maken om deze te laten afvoeren. Maar nu maakt hij een deal met zijn buurman de akkerbouwer, en rijdt bij hem zijn overtollige mest uit. Win-win. Zo stimuleer je bovendien kringlooplandbouw. Helaas werkt de wet- en regelgeving niet altijd mee, dus daar valt ook nog winst te behalen.’

Van Horen verwacht dat de druk op de landbouw in Groningen en Drenthe vanwege  milieumaatregelen minder groot zal zijn dan in andere delen van het land, met name omdat in dit gebied relatief veel areaal wordt gebruikt voor akkerbouw. ‘Akkerbouwers hebben nu eenmaal wat minder te duchten van stikstofbeleid’, zegt hij. De Slegte nuanceert. ‘Het grootste gedeelte van het grondareaal wordt inderdaad gebruikt door akkerbouw’, zegt ze, ‘maar als je kijkt naar absolute aantallen boeren en bedrijven, dan is het economisch belang van de veehouderij minstens zo groot. Natuurlijk levert het klimaat- en stikstofbeleid ook voor Groningen en Drenthe uitdagingen op, zeker gezien de vele Natura 2000-gebieden in vooral Drenthe. De agrarische sector heeft zich in het verleden echter al zo vaak innovatief getoond, dat ik ervan overtuigd ben dat ze daar ook nu wel weer een weg in zullen vinden.’


Meer weten over Food Forward? Klik hier.