Wie voedt Amsterdam in de 21ste eeuw?

Op voedselgebied is Groot Amsterdam in veel opzichten een unieke regio. De landbouwsector is hier relatief klein, maar ondertussen heeft de regio maar liefst twee miljoen monden heeft te voeden. Hoe doen ze dat, daar in de hoofdstad?

‘Het is frappant om te zien hoe de stad Amsterdam echt een heel ander gebied is dan de regio eromheen’, zegt directeur Food & Agri Kees de Jonge van Rabobank Amsterdam. Terwijl op de vruchtbare akkers rond Schiphol volop uien en aardappelen worden gepoot en het personeel van de Zuidas vanuit de ramen van de torenflats de koeien kunnen zien grazen, is de afstand tussen producent en consument vermoedelijk nergens zo groot als in de hoofdstad.

‘We zien dat slechts een heel klein deel van het voedsel in het ons omringende land in de stad wordt geconsumeerd’, zegt Kees de Jonge, directeur Food & Agri bij Rabobank Amsterdam. ‘Veel van de uien en zuivel uit deze regio is bestemd voor de export.’

En dit terwijl de vraag naar voedsel in Amsterdam enorm is. ‘10 procent van alle Nederlandse horeca zit in Amsterdam, naast bewoners hebben we hier massa's toeristen te voeden’, aldus De Jonge. ‘Maar veel voedsel wordt van heinde en verre aangevoerd, wat eigenlijk gek is als je naar de geschiedenis kijkt.’

In een wijde ring rond Amsterdam zijn de restanten van de 19e eeuwse Stelling van Amsterdam nog volop zichtbaar. ‘De verdedigingslinie rond de stad was zo aangelegd’, zegt De Jonge, ‘dat er voldoende ruimte beschikbaar was om tijdens een belegering van de stad één miljoen mensen tenminste een half jaar te kunnen voeden’.

Maar ook in vredestijd was de stad voor haar voedsel eeuwenlang grotendeels afhankelijk van boeren uit de directe omgeving. In het veenweidegebied rond de stad zijn in de loop der eeuwen duizenden melkveehouders neergestreken om de stad van verse melk en vlees te voorzien. Vanwege de bederfelijkheid van het product, was het belangrijk dat de aanvoerroutes kort waren.

‘De nabijheid van Amsterdam heeft altijd een grote stempel gedrukt op de landbouw in het gebied’, zegt Piet van Cruyningen, milieuhistoricus aan Wageningen University & Research (WUR). ‘Veel boeren pasten zich aan, aan de behoeftes van de stad.’ Met name in de tweede helft van de twintigste eeuw maakte de voedselindustrie in de regio Amsterdam een sterke verandering door.

Het Nederlandse landbouwbeleid stond in het teken van de hongerwinter. Dat nooit weer, was het belangrijkste uitgangspunt. Veel kleine boeren trokken naar de stad terwijl de grotere agrarische ondernemingen door ruilverkaveling snel in omvang toenamen. Omwille van de efficiëntie werd het landschap strak getrokken. De productie ging omhoog maar het gebruik van pesticide ging ten koste van de biodiversiteit in het gebied, zegt Arnold van der Valk, gepensioneerd hoogleraar Landgebruiksplanning en oprichter van de Food Council in de metropoolregio Amsterdam.

Omslag op voedselgebied

‘Langzaam zijn we ons steeds bewuster geworden van de impact die deze vorm van landbouw heeft op het milieu’, zegt Van der Valk. Boeren proberen te verduurzamen, zonden hun productie te laten dalen. ‘De grondprijzen liggen hier enorm hoog, waardoor er nauwelijks ruimte is om te extensiveren’, aldus Van der Valk. ‘Als landbouwers minder intensief willen produceren of het milieu willen ontzien, drijft dat de productprijs op en zetten ze hun concurrentiepositie in de wereldmarkt op het spel. Dat dilemma vormt de kern van het huidige boerenvraagstuk.’

Toch zijn er zichtbare resultaten geboekt. De kwaliteit van het water in de regio is het laatste decennia ‘spectaculair’ verbeterd, stelt Van der Valk. ‘Al zijn de gevolgen van het landbouwbeleid uit de twintigste eeuw nog altijd merkbaar. De biodiversiteit in de stad Amsterdam is inmiddels tien keer zo hoog als in Waterland, een gebied dat we tot voor kort ‘natuur’ noemden’, zo zegt hij.

Import en export

‘Voor ons is het nu de uitdaging om nieuwe manieren te bedenken om het voedsel dat we hier produceren weer meer lokaal te gaan consumeren’, zegt De Jonge. Inmiddels wordt, naar schatting, nog maar 2 procent van de hoofdstedelijke consumptie binnen de eigen regio geproduceerd. De rest wordt van verder weg gehaald.

Toch past ook dit in de traditie van de stad. Met de Haven van Amsterdam en Schiphol speelt de regio Groot Amsterdam al van oudsher een belangrijke rol in de internationale handel in voedsel. Aan de kades langs de IJmond worden nog altijd de koffie, thee, noten en cacao voor grote delen van Europa aan land gezet.

Dat juist deze producten in grote getale naar Amsterdam worden geëxporteerd, is geen toeval. ‘Het heeft alles met ons verleden te maken’, zegt Arnold van der Valk, gepensioneerd hoogleraar Landgebruiksplanning en oprichter van de Food Council in de metropoolregio Amsterdam. ‘De basis voor een deel van de huidige handel is gelegd in de zeventiende en achttiende eeuw, toen de schepen de Amsterdamse haven binnenvoeren met allerlei specerijen uit Indië aan boord.

Zo exporteren Ghanese cacaoproducenten hun oogst al sinds de achttiende eeuw via de Amsterdamse haven naar de rest van Europa. Het is geen toeval dat zowel Nestlé als Verkade, bedrijven die allebei veel cacaoproducten maken, in Zaandam zijn gevestigd.’

Nieuwe generatie

De laatste jaren is er op voedselgebied opnieuw een omslag gaande in de metropoolregio. Lokaal en biologisch eten is hip en ook de vraag naar plantaardige producten neemt toe. Een ontwikkeling die in de hoofdstad sneller gaat dan in de rest van de regio. Hoewel senior analist Lambert van Horen van Rabo Research benadrukt dat een oorzakelijk verband tussen leeftijd en vleesvervangers niet is aangetoond, lijkt er wel een relatie te zijn tussen de relatief jonge Amsterdamse bevolking en de vraag naar alternatieve voedingsproducten.

Van der Valk onderschrijft dit. ‘De nieuwe generatie is veel bewuster bezig met wat ze eten en welke ecologische afdruk dat achterlaat. Als je nu gif op je gewassen spuit, word je daarop aangesproken. Dat was tien jaar geleden nog ondenkbaar geweest.’

Kees de Jonge: ‘De stad Amsterdam en de regio die haar omringt hebben alles bij elkaar echt een uniek karakter. Door krachten regionaal te bundelen en samen te werken kan er een mooie voorwaartse stap gezet worden in het verduurzamen van de voedselketen. Ingrediënten genoeg daarvoor aanwezig.’