Rabo Food Forward Track sessie 4

Make landbouw sexy again

Financieel organisatieadviseur Jeroen van IJzerloo staat voor een groot scherm in een vergaderzaal van het Rabobank-kantoor in Leeuwarden. Hij bereidde een presentatie voor met meer dan dertig slides, maar halverwege de ochtend is hij nog altijd bij zijn openingsdia, een afbeelding van het Canvas Business Model.

IJzerloo wilde aan de hand van dit business model de ideeën die de deelnemers van de Food Forward Track Friesland hebben bedacht voor een duurzamere voedseltoekomst onderbouwen met een ecologische, markttechnische en financiële basis. Enig probleem is dat het een hele klus blijkt om scherp te stellen wat die ideeën nou ook alweer precies waren.

Aan inspiratie geen gebrek, zo blijkt. Zet vijftien bevlogen agrariërs aan een tafel met de vraag wat zij binnen de sector graag anders willen zien en de ochtend is zo voorbij.

De boer zou meer waardering moeten krijgen van zowel de overheid als de burger. Producenten laten zich te veel leiden door de vraag vanuit de markt en de consument, die die markt bepaalt, heeft geen idee meer wat er allemaal komt kijken bij het produceren van voedsel.

Er moet iets veranderen, maar wat?

Kortom: dát er wat moet veranderen, daar is iedereen het over eens. Maar na drie enerverende bijeenkomsten blijft het gevoel overheersen dat overal in de keten nog winst valt te behalen. En zet dat maar eens om in een concreet idee, dat past binnen de financiële en ideologische doelen van alle mensen aan tafel.

“Chinezen zijn bezig voedselfabrieken te bouwen. De zogeheten verticale landbouw. Veel stedelingen vinden dat idee heel sexy, maar ik krijg er scheurbuik van”, zegt Theo, eigenaar van een fouragebedrijf. “Gezond eten komt niet uit de fabriek, maar uit de grond.” Aan tafel wordt instemmend geknikt.

“De vraag is wat wij daaraan willen veranderen”, zegt Jeroen, die zijn sheets maar even laat voor wat het is en een lijn probeert te vinden in de wildgroei aan alle ervaringen, anekdotes en ideeën die deze morgen de revue passeren. “Maak het concreet: wat kun je doen om te zorgen dat de consument de waarde van een landbouwproduct weer gaat begrijpen en waarderen?”

Weten waar je voor betaalt

Het antwoord blijkt simpeler dan gedacht: door hem of haar erover te vertellen. Nadat de deelnemers in kleinere groepen verder hebben gedacht over mogelijkheden om de burger weer met (de producten van) de boer te verbinden, luidt de voorlopige conclusie dat producten met waarde niet perse duurder of goedkoper hoeven te zijn dan andere producten, maar dat de consument moet weten waar ze voor betaalt. De sleutel tot succes ligt bij educatie.

“Als ik in de supermarkt brie koop, pak ik niet de goedkoopste, maar gewoon die ene die ik lekker vind”, zegt Wout, gepensioneerd agrarier, ter illustratie. “Dat doet de consument ook. Een label of iets dergelijks gaat het gedrag van de consument niet veranderen, dat gebeurt alleen als ze begrijpen waar het verschil in prijs of smaak vandaan komt.”

Voeding en kennis bijeen in de Voedingsmarkt

“We moeten een verhaal vertellen. Daar begint het mee”, vult Monique Plantinga, bestuurslid van de Friese waterschappen aan. ‘Make Landbouw Sexy Again.’

Aan het eind van de ochtend zijn de opgedane inzichten omgezet in twee concrete voorstellen die de kloof tussen burger en boer in Friesland (én daarbuiten) moeten doen beslechten. Het eerste idee richt zich op het samenbrengen van voeding en kennis van voeding op één plek. Boeren kunnen apothekers niet vervangen, maar zij kunnen hen veel werk uit handen nemen, luidt de achterliggende gedachte van de ‘Voedingsmarkt’. Mensen lijken vergeten dat de basis van een fit lichaam begint bij gezond eetpatroon.

Door apothekers, boeren en voedseldeskundigen samen te brengen in de mobiele ‘Voedingsmarkt’ krijgen consumenten concrete tips voor een eetpatroon dat bij hun levensstijl en gezondheid past. Vervolgens kunnen ze met hun ‘personalized’ boodschappenlijstje direct de winkel inlopen om die producten in te slaan. Het plan is om een pilot te starten op een zorgboerderij en het idee vanuit daar verder uit te rollen.

Van bodem tot bord: op excursie bij de boer

De tweede groep gooit het over een andere boeg. Zij willen de verbinding tussen boer en burger versterken door hem of haar mee het erf op te nemen. Het plan is om door heel Friesland opvallende bussen te laten rijden, die mensen - tegen een klein tarief - meenemen op excursie. Tijdens de tour wordt het hele voedselproces doorlopen. ‘Van gras tot glas’ en ‘van bodem tot bord’. De groep is overtuigd dat bewustwording de sleutel is om consumenten in de toekomst meer duurzame voedselkeuzes te laten maken.

Of deze ideeën ook over de juiste financiële en ecologische bagage beschikken om levensvatbaar te worden, zal komende zomer blijken als de deelnemers hun ideeën verder gaan ontwikkelen. In september worden de resultaten van de Food Forward Track gepresenteerd.

Tekst: Marlie van Zoggel