‘We hebben lang niet nagedacht over ons voedsel, het was er gewoon.’

Tijdens de eerste dagen van de coronacrisis waren veel schappen in de supermarkten leeg. Nu de onrust en onzekerheid van die eerste dagen weer is gezakt, moeten we onszelf de vraag stellen wat deze crisis ons kan leren over onze voedselketen. We gaan hierover in gesprek met Sigrid Wertheim-Heck, lector Voedsel en Gezond Leven aan de Aedes Hogeschool in Almere.

Geeft deze crisis aanleiding om eens na te denken over hoe de voedselketen in elkaar zit?

'Het is bijzonder dat mensen gingen hamsteren. Er was namelijk geen tekort aan voedsel. Sterker nog, er is juist een voedseloverschot doordat boeren nu minder kunnen verkopen aan de horeca en het buitenland. Er was alleen een distributieprobleem doordat iedereen tegelijkertijd veel van dezelfde producten ging kopen. Lege schappen waren sinds de oorlog niet meer voorgekomen in Nederland en dat betekent dat mensen meer gaan nadenken over hun voedsel. Dat is winst. We realiseren ons nu dat het niet vanzelfsprekend is dat de schappen altijd vol liggen.’

Maar als er geen tekort is aan voedsel, heeft het dan wel zin om na te denken over de voedselketen?

'Toch wel. Deze crisis heeft iets heel fundamenteels blootgelegd over ons voedselsysteem. In een sterk geglobaliseerde wereld is het aanbod in de supermarkt sterk afhankelijk van internationale handelsrelaties. Dat maakt ons kwetsbaar. Neem de handelsboycot tussen de Europese Unie en Rusland in 2014: sindsdien kunnen Nederlandse telers hun appels en peren niet meer naar Rusland exporteren. Nu blijven vliegtuigen aan de grond en kunnen veel goederen niet meer wereldwijd naar consumenten toe. De crisis is dus een goede stimulans om de transformatie van ons voedselsysteem te versnellen.’

Kun je iets meer zeggen over die transformatie?

'Regionale voedselketens worden steeds belangrijker. Lange tijd hebben we niet nagedacht over ons voedsel, het was er gewoon altijd. Totdat er problemen ontstonden op het gebied van duurzaamheid en we moesten gaan nadenken over ons voedsel, het milieu en onze gezondheid. Toen zijn steden zich meer gaan richten op omliggende regio’s. Amsterdam en Almere bijvoorbeeld op Noord-Holland en Flevoland. Zo worden ketens korter, is er minder transport nodig en krijgt de burger meer kennis en waardering voor zijn voedsel.’

Het klinkt heel logisch om minder met voedsel te slepen. Toch exporteert Nederland driekwart van zijn voedsel en komt de helft van ons eten uit het buitenland.

'Dat is historisch zo gegroeid. De gedachte ‘als we maar kunnen exporteren, dan hebben we in elk geval genoeg voor onszelf’ sloot na de oorlog aan bij de gedachte dat er nooit meer honger mocht zijn in Nederland.’

Is het moeilijk om in Amsterdam voedsel uit Noord-Holland of Flevoland te consumeren?

'Ja en nee. Enerzijds zijn die voedselproducenten in Flevoland technologisch hoogwaardige bedrijven die zijn ingericht op grootschalige export. Als die de stad moeten gaan beleveren, betekent dat kleine vrachtwagens in plaats van containers vol. En er kan maar een heel klein deel van de productie in de regio worden geconsumeerd.’ ‘Anderzijds was er al een omslag gaande van grootschalige, efficiënte ondernemingen naar gemengde bedrijven met kleinschalige productie die wel geschikt is voor steden. Daarbij moeten we wel bedenken dat als iedereen in de auto stapt om zijn eten bij de boer te kopen, dat niet erg duurzaam is. En dat als grote hoeveelheden wortels naar een supermarktketen worden gebracht, in dezelfde vrachtwagen als andere producten, dat dat erg efficiënt is. De uitdaging is om transformaties in lokale en internationale ketens op elkaar af te stemmen.’

Maar het is toch niet zo ingewikkeld om een paar containers met aardappelen uit Noord-Holland naar het distributiecentrum van een supermarkt te brengen?

'Dat klopt, dat gebeurt ook al heel veel. Het zou alleen beter gecommuniceerd moeten worden waar die aardappelen zijn geteeld. Als ik in de supermarkt sta, kan ik nog net zien of een product uit Kenia, Marokko of Nederland komt, maar het zou veel mooier zijn als erop stond dat het uit de Noordoostpolder of Zeeland komt. Dan kunnen mensen ervoor kiezen om lokale teelt te steunen. Dit is het goede moment voor die bewustwording. Als supermarkten nu echt heel goed hun best doen om lokaal voedsel te promoten, dan maken we grote sprongen.’

Maar als de hele wereld lokaal voedsel gaat kopen, daalt de vraag naar Nederlandse waar.

'De beweging naar meer lokaal en regionaal produceren moet samengaan met mondiale solidariteit. Je kunt hier wel stoppen met het telen van kwalitatief goede exportproducten, maar wat gebeurt er als die productie verschuift naar een land waar de opbrengst lager is? Een van de sustainable development goals is dat alle mensen op aarde te eten moeten hebben. We moeten onszelf afvragen wat we dicht bij huis kunnen produceren en voor welke producten je mondiale ketens nodig hebt die eten over de hele wereld vervoeren. Het is wat mij betreft niet het een of het ander, maar een bezinning op de vraag hoe we ons voedselsysteem slim kunnen herinrichten.’

Heb je een soort blauwdruk, of een actielijst met prioriteiten, voor die herinrichting?

'Nee, maar lokaal, seizoensgebonden en vers eten horen daar zeker bij. Ik zou supermarkten echt willen verzoeken daar nog meer op in te zetten, ook met communicatie in de winkels. Verder moeten we kijken hoe we een dieetverschuiving naar meer plantaardig voedsel kunnen realiseren. De opwarming van ons klimaat brengt nieuwe teeltmogelijkheden en in de land-en tuinbouw vindt veel innovatie plaats variërend van nieuwe producten tot nieuwe productiesystemen. Ons voedselsysteem is dus volop in beweging.’

Begrijpt de gemiddelde consument nog wat seizoensgroenten zijn?

'Nauwelijks, die kennis zijn we voor een groot deel kwijt. Er zou beter moeten worden gecommuniceerd dat sperziebonen alleen in de zomer uit Nederland komen. Het grappige is dat dat bewustzijn er in de bierwereld wel is, denk aan herfstbock. Ook asperges herkennen we als seizoensproduct. Het is overigens opvallend dat typische seizoensproducten goed verkopen.’

Moeten supermarkten niet alleen nog maar seizoensgroenten aanbieden? Of gaat dat te ver?

'Er zijn winkels die dat doen. Anderzijds wil je mensen ook keuzevrijheid geven, want de Nederlandse keuken is erg internationaal. Maar een supermarkt kan wel een schap inrichten met seizoensgroenten. In de drukte van alledag is het lastig om de aandacht van de consument te vragen voor lokaal en seizoensgebonden voedsel, maar deze crisis zou een goed moment zijn om het systeem te verduurzamen. Ik hoor al producenten in Azië die al dat gesleep met producten zat zijn en gaan produceren voor de lokale markt. En dat heeft ook weer consequenties voor wat er in Nederland in de schappen ligt.’

Er zijn dus al signalen dat die structurele verandering gaande is?

'Er is aan de noodrem getrokken en ons hele bestaan is veranderd. Als het leven straks weer op gang komt, is het de vraag of we terugvallen in oude patronen. Of zijn nieuwe patronen dan zo ingesleten dat er een nieuw normaal gaat ontstaan, waarbij bijvoorbeeld seizoensgebonden producten normaler worden? Ik zou het interessant vinden om samen met supermarkten te kijken hoe we deze situatie kunnen gebruiken om duurzame patronen te laten beklijven.’

Is het denkbaar dat supermarkten buiten spel komen te staan als ‘support your locals’-platformen een grote vlucht neemt en voedselproducenten direct aan de consument gaan leveren?

'Daar ben ik niet zo huiverig voor. Zo’n platform kan nu nog maar een beperkt aantal klanten bedienen. En ook de supermarkten doen steeds meer met maaltijdboxen. Ik denk dat die twee systemen van elkaar kunnen leren en mogelijk ook in elkaar geschoven kunnen worden. Ik zie dergelijke initiatieven als een positieve verkenning van een andere toekomst. Niet alles hoeft meteen op de schop. Het is een kwestie van zoeken, proberen, verschuiven.’

‘We mogen daarnaast niet uit het oog verliezen dat supermarkten decennia lange relaties onderhouden met boeren in Europa, zoals bijvoorbeeld in het Spaanse Murcia. Deze boeren hebben jaar in jaar uit voor de Nederlandse consument geproduceerd. Zowel in het kader van Europese solidariteit als ook langere termijn voedselzekerheid, is het belangrijk ook deze relaties te koesteren. Een belangrijke vraag is dan, wat vinden we lokaal. Nu in deze crisistijd is het belangrijk en begrijpelijk dat we onze directe medeburgers ondersteunen en heeft de solidariteit een sterk nationaal of sterker nog regionaal karakter. Maar op de langere termijn is het relevanter om deze regionale heroriëntatie binnen de lokale Europese context vorm te verkennen en vorm te geven.’

sigridwertheim-portret-480