In de Tussentijd Arne Hendriks, Week 7

Groeikriebels

Ik stelde mijn artistiek onderzoek naar krimp tentoon in de bank, in een drukbezochte ruimte die twijfelde tussen kunstgalerie, flex/vergaderplek en meubelboulevard. Perfect. Op vijfentachtig A2 borden vertelde ik waarom ik denk dat het beter zou zijn om kleiner te worden, als mens, als samenleving, als economie. Liever overvloed tegemoet krimpen, dan schaarste tegemoet groeien. Op een van die vijfentachtig borden stonden twee pijlen, een rode pijl die naar boven was gericht en een groene naar beneden. Een eenvoudige illustratie van de onderliggende gedachte van de expositie. In de financiële wereld en economie zijn pijlen die naar boven wijzen en groei aangeven immers altijd groen gekleurd, en pijlen naar beneden, die krimp aanduiden, rood. De kleur groen signaleert dat het goed gaat, en rood is een waarschuwing. Door de pijlen om te draaien veranderde de boodschap.

Pijlen Rood boven Groen beneden


Toen ik een paar dagen na de opening terugkeerde was het bordje omgedraaid. De groene pijl stond omhoog, de rode naar beneden. Misschien dacht iemand dat ik me vergist had. Wellicht wilde iemand mij helpen. Ik herstelde de situatie maar een week later was het bordje weer omgedraaid. En twee weken later weer. Dit was geen toeval maar een boodschap. Uiteindelijk bleef dit spel zich de gehele duur van de tentoonstelling herhalen. Ik ben er nooit achter gekomen wie het deed en dat doet er natuurlijk ook niet toe. Waar het om gaat is dat het diep zit, ons verlangen naar groei.

Pijlen groen boven rood beneden


Het woord groei, net als groen, vindt z’n wortels in het proto-Germaanse begrip ghru, dat zoiets betekent als het weer groen worden van het land in de lente. Ik stel me zo voor dat het met een zekere opwinding behoort te worden uitgesproken. Ghruuuuu! Een uiting van pril geluk. Er is immers geen mooier moment in het jaar dan het moment dat de eerste groene sprietjes weer tevoorschijn komen. Het is niet gek dat we dat gevoel zo lang mogelijk willen vasthouden. Tegelijkertijd kleeft er ook iets verontrustends aan deze fundamentele verbinding van het verlangen naar de lente, het verlangen naar groei en de associaties die de kleur groen in ons oproept. Iets onvermijdelijks. De bron van ons verlangen naar groei ligt in de bron van ons verlangen naar leven, naar een bevestiging van ons eigen bestaan. En omdat het al is verankerd voordat het zich aan ons bewustzijn opdringt, kunnen we er moeilijk weerstand tegen bieden. We staan direct al voorgesorteerd op groei. De schoonheid van ontluikend groen vermengd zich met de esthetiek van een opwaartse groene pijl in Het Financiële Dagblad. We houden onszelf en de aarde gevangen in een eeuwig durend voorjaar.

Pijlen Rood boven Groen beneden


We lijken te zijn vergeten dat de lente ons kriebelt omdat zij na de winter komt, en dat de opwinding die wij voelen bij het zien van het eerste groen een reactie is op het contrast dat zij biedt met het wit van de sneeuw. Groei is onderdeel van een cyclus, en kan alleen in relatie tot de andere bewegingen in die cyclus betekenis hebben. Groei is groei omdat er ook krimp is. Het groen verdort, de bladeren vergaan en worden weer opgenomen in de aarde waar ze de volgende generatie tot voeding zijn. Grenzeloze groei is geen groei. Grenzeloze groei is kwaadaardige groei. Daarvoor hebben we al een ander woord.

Pijlen groen boven rood beneden


In samenwerking met de Rabobank publiceerde ik in 2018 een krant met de titel Growth?: In pursuit of the accumulation of a factor.

Sinds kort is deze krant ook digitaal te lezen. Ga daarvoor naar https://issuu.com/arnehendriks/docs/growth_digtal_los

Meer van Arne Hendriks

Lees meer artikelen van Arne Hendriks.

Contact

Rabo Kunstcollectie

Postadres UC 075
Postbus 17100
3500 HG Utrecht