Kennisuitwisseling tussen Flevoland en India

Rabobank Flevoland is via het adoptieprogramma van Rabobank Foundation nauw betrokken bij een gembercoöperatie in India. Een projectbezoek in 2012 maakte duidelijk dat de kennis en ervaring van agrarische klanten van de bank van toegevoegde waarde konden zijn voor de ontwikkeling van de coöperatie. Dit heeft geleid tot een expertmissie eind 2014. Twee ondernemers –Gerjan Snippe en Henk Meijer- reisden af naar India om in gesprek te gaan met de boeren en hun coöperatie. Een leerzame ervaring voor beide partijen.

In het noordwesten van India ligt de stad Udaipur waar 2500 kleine gemberboeren lid zijn van Udaipur Agro Producer Company Ltd (UAPCL). UAPCL is opgezet met de bedoeling om de deelnemende boeren in Jhadol, veelal boeren uit etnische minderheidsgroepen, te helpen bij het verbeteren van hun gemberteelt. De boeren verbouwen meerdere producten, soms voor eigen consumptie, maar ook om de risico’s te spreiden. Gember is een winstgevend product waar veel vraag naar is. Met behulp van de Indiase ontwikkelorganisatie ACCESS is UAPCL in 2010 opgericht om zo de positie van de gemberboeren te verbeteren. Er is de afgelopen jaren dankzij de steun van Rabobank Foundation gewerkt aan productieverhoging, kwaliteits¬verbetering en groei in ledenaantal. Dit is gerealiseerd door het geven van opleiding & advies, het gezamenlijke inkopen van grondstoffen en materialen en door het verwerken, verpakken en vermarkten vanuit een eigen nieuwe fabriek. Samen met ACCESS werkt de coöperatie nu aan een strategisch businessplan voor de toekomst. De expertmissie die november 2014 plaatsvond, was hierop een waardevolle aanvulling.

Kennisoverdracht vanuit Flevoland

In zijn Zeewolder bedrijf verzorgt Gerjan Snippe met zijn team via een modern proces de teelt en verwerking van biologisch geteelde gewassen. Samen met dorpsgenoot en akkerbouwer Henk Meijer vertrok hij november vorig jaar naar India in opdracht van Rabobank Flevoland. Doel van deze expertmissie was om te klankborden over de strategische koers en een duurzame bedrijfsvoering van de gembercoöperatie. India, Hindoe-cultuur en gemberteelt waren beide ondernemers onbekend. Er ging dan ook een nieuwe wereld voor ze open. ‘Gember kende ik alleen uit onze keukenkast en gemberkoeken’, vertelt Henk Meijer. ‘Maar als agrarisch ondernemer kunnen we wel ervaringen over onze eigen organisatie en werkwijze delen’’, motiveert hij zijn reis. Gerjan Snippe vult aan: ‘Belangrijk tijdens de trip was vooral niet het opgeheven Nederlandse vingertje op te steken. Het ging puur om het doen van handreikingen, vooral door over onze eigen aanpak te vertellen.’

Terug in de tijd

De primitieve manier van telen heeft indruk op beide ondernemers gemaakt. ‘We hebben zelfs nog met een os een stuk grond omgeploegd’, verbeeldt Meijer de grondbewerking in India en armoede ter plekke. Snippe ging voor zijn gevoel terug in de tijd. ‘We hebben wel eens tegen elkaar gezegd dat hun ontwikkeling wat weg heeft van die van de polderpioniers, maar dan nog verder terug.’

De mannen illustreren de omvang van de lokale economie. Gemiddeld heeft een teler een hectare ter beschikking, waar in Flevoland honderd hectare geen uitzondering is. En op die hectare vindt ook nog eens het hele bouwplan plaats, waaronder gember en meerdere groentesoorten. ‘Dan heb je het dus niet over grote aantallen per teler’, vertelt Snippe. ‘En de opbrengst, handmatig geoogst, is dan ook niet hoog. Maar daarvoor hebben ze juist de gembercoöperatie opgericht. Om met elkaar wel tot grotere aantallen te komen en te leren van elkaar. Het kweekt ondanks het kastenstelsel toch sociale en economische saamhorigheid in die gemeenschap.’

Tips voor beter resultaat

De ‘agro-ambassadeurs’ konden hun kennis goed kwijt. Hoe zet je organisatorisch een structurele bedrijfsvoering op en hoe spreid je de risico’s? Hoe kom je tot een gezonde prijsstelling en hoe kun je met bijvoorbeeld merkvoering de waarde van je product vergroten? Dat kwam allemaal aan bod in de rondleidingen en presentaties. ‘Het aanbod en de prijsvorming worden nu alleen bepaald door de actuele oogst’, haalt Meijer aan uit zijn aardappelteeltervaring. ‘Je zou met een vorm van bewaring je product langer vast kunnen houden, eventueel voor een betere prijs. Of denk aan eenvoudige druppelirrigatie om de grond verantwoord vochtig te houden.’ Samen met de adviseurs van ACCESS is een analyse van de coöperatiekansen gemaakt, waarin zaken zoals prijs, concurrentie en afzetmarkt zijn verzameld. Daarmee hebben de Indiërs handvaten om verder aan de slag te gaan.

Meer is niet altijd beter

‘Dankzij het ideale klimaat is gember voor de telers daar een echte ‘cash crop’, terwijl het in onze ogen heel kleinschalig is’, vindt Meijer. ‘Omgerekend vanuit de roepie levert een kilo gember hen 30 eurocent op. Maar ja, het kostenniveau is daar ook veel lager.’ Beide mannen viel op dat de mensen ondanks – of dankzij – die eenvoudige levensstijl gelukkig waren. Snippe: ‘Neem hun uitdrukking ‘als je dood gaat, heb je ook geen zakken in je overall’. Ze zijn blij met wat ze hebben en leven heel erg bij de dag, geven gemakkelijk wat weg en zijn niet altijd aan het opsparen.’ Hoewel de levensstandaard van vooral vrouwen en kinderen – mede door de bijdragen van de Rabobank Foundation – hoger is dan enkele jaren geleden, durven de ondernemers ook te relativeren. Snippe: ‘In hoeverre moet je hen grootschaliger laten werken en meer uit de grond willen laten halen? Ik denk dat ze het best kunnen blijven telen voor hun eigen regionale markt. Ook wel zo duurzaam. Want immers alleen India telt al 1,2 miljard inwoners. Op hun wijze zijn ze nu met weinig middelen onafhankelijk. Terwijl wij in Nederland steeds efficiënter en groter willen. Dat zet je dan wel eens aan het denken.’

Contact

Rabobank Foundation

Bezoekadres Croeselaan 18
3521 CB Utrecht
Postadres Postbus 17100, UC-T-0407
3500 HG Utrecht
Telefoon +31 (0) 30 216 2333