Geschiedenis

Wij zijn voortgekomen uit de kleine boerenleenbanken, die vanaf het einde van de negentiende eeuw werden opgericht door boeren en tuinders. Om zo samen te zorgen voor krediet voor de leden. De coöperatieve basis en opvattingen vormen de rode draad in onze geschiedenis van meer dan 120 jaar.

De grondlegger van het coöperatieve landbouwkrediet is de Duitse plattelandsburgemeester Friedrich Wilhelm Raiffeisen. In de jaren zestig van de negentiende eeuw stichtte hij in het Duitse Westerwald enkele landbouwkredietverenigingen, die de lokale boeren en handwerkslieden krediet verschaften uit de lokaal aangetrokken spaargelden. Raiffeisens idee voor de kredietcoöperatie waaide ook over naar Nederland. Vanaf 1895 ontstonden de eerste coöperatieve boerenleenbanken in Nederland.

Van boerenleenbank naar Rabobank

Het idee van samen sterk sloeg aan. Overal op het Nederlandse platteland begonnen boeren en tuinders hun plaatselijke boerenleenbank. Zij werden eigenaar, lid en bestuurder van de bank en waren daarmee samen verantwoordelijk. De winsten werden niet uitgekeerd aan de leden, maar jaarlijks toegevoegd aan de reserves. Zo legden ze een solide basis voor slechtere tijden. Naar voorbeeld van Raiffeisen, richtten de eerste Nederlandse lokale banken in 1898 twee overkoepelende organisaties op: de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Bank in Utrecht en de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank in Eindhoven. Deze twee organisaties waren de centrale bank voor de lokale banken en faciliteerden die op allerlei gebied. In 1972 fuseerden de twee centrale organisaties tot Rabobank Nederland, een coöperatie waarvan alle lokale Rabobanken lid en aandeelhouder waren.

In 1900 waren er 67 coöperatieve boerenleenbanken aangesloten bij één van de twee centrales. Op het hoogtepunt in 1955 waren dat er maar liefst 1.324. Daarna nam dat aantal weer af door lokale fusies. Op 1 januari 2016 veranderde de coöperatieve structuur en fuseerden de toen 106 lokale Rabobanken en Rabobank Nederland tot één bank met één bankvergunning. Door de fusie is er ook een nieuwe governance-structuur vastgesteld, met als doel het versterken van de coöperatie en het bankbedrijf van de Rabobank.

Uitbreiding dienstverlening

Met het veranderen van economie en maatschappij groeide de behoefte aan bancaire diensten. In de tweede helft van de vorige eeuw verwelkomden de banken steeds meer (niet-agrarische) ondernemers en later ook particulieren. De ontwikkeling van automatisering en de ICT maakte dat mede mogelijk. Het girale betalingsverkeer nam een grote vlucht. Eerst gingen grote werkgevers ertoe over salarissen via de bank te betalen, in plaats van contant. Daarna volgden kleinere ondernemingen. Werknemers en anderen openden een salarisrekening bij een van de banken. Die boden geleidelijk meer diensten aan. Naast sparen en lenen konden klanten voortaan ook bij hun bank terecht voor woninghypotheken, betaaldiensten, beleggen en verzekeren. Voor zakelijke klanten breidden de banken hun aanbod uit met diensten op het terrein van bedrijfsfinanciering, leasing, betalingsverkeer en verzekeringen.

Met de explosieve groei van het klantenbestand openden de Raiffeisen- en Boerenleenbanken in de jaren zestig steeds meer bijkantoren in de grote steden en nieuwbouwwijken. Na de komst van de geldautomaat in de jaren tachtig, de betaalautomaat in de jaren negentig en het internetbankieren vanaf 2000 verminderde geleidelijk het aantal bankbezoeken. Het aantal bankkantoren zou eveneens afnemen. Daarvoor in de plaats kwamen nieuwe vormen van klantcontact, afgestemd op de zakelijke en particuliere klant.

Rabobank Groep

Gespecialiseerde dochters en deelnemingen namen in de tweede helft van de twintigste eeuw nieuwe activiteiten voor hun rekening, zoals Interpolis (verzekeringen), De Lage Landen (leasing) en Robeco (vermogensbeheer). Zij werken via de lokale Rabobanken, maar ze zijn juridisch gezien dochter of deelneming van Rabobank Nederland. Zo is geleidelijk de Rabobank Groep ontstaan. De samenstelling van de Groep varieert door de tijd. In de achterliggende jaren is het aantal dochterondernemingen en deelnemingen teruggebracht door verkoop. Verder zijn de activiteiten van dochterondernemingen als Schretlen & Co en FGH Bank samengebracht met vergelijkbare activiteiten binnen de Rabobank.

Vanaf begin jaren tachtig is de Rabobank ook buiten Nederland actief. Aanvankelijk gebeurde dat voor haar internationaal georiënteerde zakelijke klanten. De jaren tachtig waren een periode van groei en expansie. Zo opende de bank kantoren in belangrijke financiële centra en volgden er overnames van retailbanken in agrarische gebieden, onder meer in Australië en de Verenigde Staten (Californië). In 2002 startte de Rabobank met International Direct Banking (IDB), waarmee zij inspeelde op de mogelijkheden die het internet biedt voor sparen en bankieren, ook voor nieuwe klanten buiten Nederland.

Groot in food & agri

De Rabobank ontwikkelde zich van een louter Nederlandse bank tot een internationale financiële dienstverlener voor Nederlandse klanten. Vervolgens zijn daar buitenlandse klanten bijgekomen. Het netwerk breidde zich uit over de hele wereld, waarbij de focus ligt op de food- & agribusiness. Op dit terrein is de Rabobank uitgegroeid tot een wereldspeler van formaat.

Bronnenarchief

In het digitaal bronnenarchief van de Rabobank kunt u bladeren en zoeken in een verzameling van gescande bladen en jaarverslagen van Rabobank Nederland en haar voorgangers, de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank (CCB) en de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Bank (CCRB).