8. IJzersterke bank

Winstgevendheid, soliditeit en liquiditeit zijn van groot belang om een ijzersterke bank te zijn en te blijven. De Rabobank beschrijft in dit hoofdstuk hoe zij in 2015 scoorde op deze aspecten, hoe de ratingbureaus haar kredietwaardigheid beoordelen en hoe de reputatie van de bank zich heeft ontwikkeld.

Performance Rabobank Groep

De groei van de Nederlandse economie keerde in 2015 overtuigend terug. Naast de export droegen voor het eerst sinds jaren ook de binnenlandse bestedingen weer flink bij aan de economische groei. Steeds minder mensen hebben een hypotheek die hoger is dan de waarde van hun huis. Niet alleen omdat zij extra aflossen, maar ook omdat de huizenprijzen in de lift zitten. Het bedrijfsleven bloeide in alle sectoren op, maar de investeringen waren nog beperkt. Dit zorgde, in combinatie met de extra aflossingen, voor een daling van de Nederlandse leningenportefeuille. De kredietportefeuille buiten Nederland nam wel toe. De waardestijging van onder andere de Amerikaanse dollar droeg hieraan bij.

Per saldo steeg de kredietverlening aan consumenten en bedrijven met 3,5 miljard euro tot 426,2 miljard euro. De toevertrouwde middelen namen met 11,3 miljard euro toe tot 337,6 miljard euro. De particuliere spaarmiddelen daalden licht, als gevolg van de hogere aflossingen. Dit resulteerde in een verbetering van de loan-to-depositratio tot 1,25. Deze ratio duidt de verhouding tussen door de bank uitgeleend geld enerzijds en spaargeld of andere vormen van funding anderzijds. De liquiditeitsbuffer (die wordt aangehouden om tijdig aan alle betalingsverplichtingen te kunnen voldoen en om de groei van activa te kunnen financieren) bedroeg 98 (80) miljard euro.

Het nettoresultaat van de Rabobank Groep over 2015 kwam uit op 2.214 miljoen euro, een stijging van 372 miljoen euro. In Nederland was de daling van de kosten kredietverliezen bepalend voor het herstel van de resultaten van de lokale Rabobanken. Het ging beter met onze klanten en daardoor ook met de Rabobank. Daarnaast droeg de afname van het aantal medewerkers bij de lokale Rabobanken bij aan een daling van de personeelskosten. Het herstel van de woningmarkt en de lagere kosten kredietverliezen hadden ook een positieve invloed op de resultaten van het onderdeel vastgoed. Verder droeg het sterke resultaat van leasedochter DLL in 2015 weer aanzienlijk bij aan de winst op groepsniveau. Het resultaat van Wholesale, Rural & Retail werd gedrukt door een goodwill impairment voor Rabobank National Association.

Met dit resultaat kwam het rendement op het tier 1-vermogen (de nettowinst gerelateerd aan het tier 1-vermogen aan het begin van het jaar) uit op 6,5 procent, bij een doelstelling van 8 procent.

Financiële soliditeit

Stevige vermogens- en liquiditeitsbuffers bepalen mede de financiële soliditeit. Deze buffers zijn randvoorwaarden voor het behouden van een hoge rating en een goede toegang tot professionele funding op de geld- en kapitaalmarkten. De common equity tier 1-ratio (het common equity tier 1-vermogen als percentage van de risicogewogen activa) kwam uit op 13,5 procent en de kapitaalratio (het toetsingsvermogen dat de bank aanhoudt om verliezen op te vangen gerelateerd aan de risicogewogen activa) kwam uit op 23,2 procent. In het Strategisch Kader 2016–2020 is als doelstelling een common equity tier 1-ratio van minimaal 14 en een kapitaalratio van minimaal 25 procent per eind 2020 geformuleerd. De Rabobank hanteert voor deze doelstellingen voorlopig een bandbreedte omdat de exacte gevolgen van de nieuwe regelgeving met betrekking tot bankkapitaal nog niet duidelijk zijn.

Ratings

Een ijzersterke bank zijn is een van de pijlers in de strategie van de Rabobank. Dit moet zijn weerslag hebben in hoge ratings, omdat deze ratings de kredietwaardigheid van de Rabobank weergeven. Een hoge kredietwaardigheid speelt een belangrijke rol bij een coöperatieve, op de lange termijn georiënteerde bank als de Rabobank. Daarnaast dragen hoge ratings bij aan het vermogen van Rabobank om op de kapitaalmarkt funding aan te trekken tegen aantrekkelijke voorwaarden.

De rating van ratingbureau Standard & Poor's voor de Rabobank is A+, de rating van Moody's staat op Aa2, de rating van Fitch op AA- en de rating van DBRS voor de Rabobank is AA. Bij alle vier deze ratingbureaus staat de 'outlook' op 'stabiel'. Met deze ratings is de Rabobank wereldwijd nog steeds één van de banken met de allerhoogste ratings.

Reputatie

In de eerste helft van 2015 had de maatschappelijke discussie over de beloning van bankbestuurders een grote impact op de reputatie van de grootbanken. Ondanks dat de beloningen bij de Rabobank geen onderwerp van deze discussie waren, had ook onze reputatie hier onder te lijden. Gedurende 2015 is de Rabobank hiervan hersteld, mede door het voeren van een aantal grote campagnes, zoals bijvoorbeeld de campagne 'wonen'.

Dit leidt ertoe dat in het jaargemiddelde de effecten op de reputatie niet direct zichtbaar zijn. De bekendheid van de Rabobank als coöperatie was met 79% onverminderd hoog. De positieve waardering van de Rabobank als coöperatie is geleidelijk gedaald – dit was in 2012 nog aanmerkelijk hoger.

Voor andere landen waar de Rabobank actief is, zijn soortgelijke cijfers niet beschikbaar. Het beeld is dat we vooral bekend zijn in de specifieke deelmarkten waar we actief zijn, zoals in de food- en agri-gemeenschap. In 2016 zal in een aantal landen de reputatie van de Rabobank op het gebied van landbouw en voedsel worden gemeten.

Bankreputatie bij doorsnee Nederland

Jaargemiddelde
2015 2014 2013 2012
Rabobank als coöperatie
Bekendheid
Rabobank als coöperatie
79% 78% 81% 76%
Positieve waardering
Rabobank als coöperatie
49% 52% 56% 57%
Rabobank-imago
Betrouwbaar Nr. 1:
33%
Nr. 1:
33%
Nr. 1:
39%
Nr. 1:
46%
Voorsprong op nummer 2 5%-punt 5%-punt 12%-punt 14%-punt
Bankvoorkeur
Voorkeur Rabobank Nr. 1:
46%
Nr. 1:
48%
Nr. 1:
52%
Nr. 1:
53%
Voorsprong op nummer 2 2%-punt 4%-punt 10%-punt 10%-punt

Cijfers zijn gebaseerd op onderzoek door onderzoeksbureau No Ties. Jaarlijks worden ruim 7.500 Nederlanders ondervraagd over de reputatie van de diverse banken in Nederland. Op reputatie-indicatoren kan men aangeven bij welke banken zij deze het beste vinden passen (meerdere antwoorden zijn mogelijk). Dit geeft de scores van de banken op de diverse reputatie-indicatoren.

Lees het volledige hoofdstuk IJzersterke bank in het jaarverslag

Ook op het gebied van onze bijdrage aan duurzame ontwikkeling ontvingen we externe erkenning. Zo stegen we op de ranglijsten van duurzame ratingbureaus Sustainalytics en RobecoSAM naar respectievelijk de categorie 'Industry Leader' en plek 5 in een wereldwijde groep van banken.

Lees meer over duurzaamheid in het jaarverslag

IJzersterke bank

De toezichthouder eist van de banken hogere vermogensbuffers. Om een ijzersterke bank te blijven, wil de Rabobank ruim (blijven) voldoen aan de huidige en toekomstige eisen van toezichthouders.

Op welke manier kan de Rabobank dit verenigen met excellente klantfocus?

Banken moeten kapitaal aanhouden tegenover de kredieten die ze op hun balans hebben staan. De omvang van dit kapitaal moet van de toezichthouders omhoog. Dit kan door middel van winstinhouding, en door het uitgeven van additioneel kapitaal en/of achtergesteld schuldpapier. Naast winstinhouding en kapitaaluitgifte die beide aan grenzen gebonden zijn, kan ook het reduceren van de balans bijdragen aan het opvangen van de gevolgen van de zwaardere kapitaalvereisten. Op welke manier kan de Rabobank haar kapitaal laten groeien en haar balans verkleinen zonder dat een excellente klantbediening in gevaar komt?

Het eerste dilemma dat de bank hierbij tegenkomt, is dat we op grond van wet- en regelgeving meer kapitaal moeten aanhouden, maar dat we aan de klant een eerlijk tarief willen rekenen. Toezichthouders leggen strengere eisen op aan banken om ze weerbaarder te maken tegen eventuele toekomstige verliezen. Hiermee wordt de belastingbetaler beschermd tegen de kosten van het redden van een bank in problemen. De strengere eisen zijn zichtbaar in een hoger tarief naar de klant. Dat is onvermijdelijk en hier hebben alle banken mee te kampen. Daarom moeten we ons focussen op dat deel van de prijs dat we wel kunnen beïnvloeden en zorgen voor een in alle opzichten concurrerend kostenniveau. Dit zijn we verplicht naar onze klanten. Bovendien kunnen we ons vanuit concurrentieoogpunt een te hoge kostenbelading niet veroorloven.

Het nastreven van een concurrerend kostenniveau alleen zorgt er echter niet voor dat we ons kapitaal voldoende kunnen laten groeien en aan de hogere eisen van de toezichthouders kunnen voldoen. We zullen tegelijk de stijging van de kapitaaleis moeten beperken. Het verlagen van de omvang van de risicogewogen activa is hiervoor de sleutel.

Vermogensbuffers geven inzicht in de hoeveelheid vermogen die we in relatie tot onze risicogewogen activa aanhouden. Voor elke lening bepaalt de bank met behulp van modellen hoe groot de risicoweging is. Hoe hoger het risico, hoe meer vermogen de bank dient aan te houden voor de desbetreffende lening.

Op de balans van de Rabobank is de kredietportefeuille, die voor een belangrijk deel uit woninghypotheken bestaat, de grootste post. Naar verwachting gaan de eisen van toezichthouders voor woninghypotheken omhoog. Dit betekent dat deze hypotheken een hogere risicoweging gaan krijgen en we hiervoor dus in de toekomst meer kapitaal moeten aanhouden. Met name woninghypotheken met een langere rentevaste periode zijn momenteel minder aantrekkelijk voor banken.

Dit bevat het tweede dilemma: we willen woninghypotheken aan onze klanten verkopen met een lange rentevaste periode, omdat hier juist vraag naar is. Echter is juist dit type hypotheken voor de bank minder aantrekkelijk, vanwege de onzekerheid over de eisen die toezichthouders hier in de toekomst aan gaan stellen. Op welke manier kunnen we voorkomen dat een excellente klantbediening hierdoor in gevaar komt, omdat we niet bieden waar de klant om vraagt?

De oplossingsrichting ligt in het verkopen van een deel van onze woningfinancieringen aan externe partijen. Op deze manier kan de Rabobank met een kleinere balans, en dus minder risicogewogen activa, toegang tot financieringen blijven bieden. En bij een gelijkblijvend kapitaal zorgen lagere risicogewogen activa voor een stijging van de vermogensratio's.

Om aan de kapitaalvereisten te voldoen, moet de Rabobank ook andere manieren vinden om haar balans en hiermee haar risicogewogen activa te reduceren. Denk hierbij aan het maken van keuzes vanuit sector- en groeibeleid. Daarnaast moeten we nog strikter kiezen voor de markten die de kern vormen van ons bankbedrijf: Nederland en de wereldwijde markt voor food en agri. We moeten zeer terughoudend zijn met het verstrekken van kredieten buiten deze twee kernen. Dit gaat immers ten koste van onze belangrijkste klantgroepen. Hier wordt in het dilemma Strategie nader op ingegaan.

Juist door deze maatregelen kunnen we ruimte creëren om onze kernactiviteiten in de toekomst te laten groeien en onze belangrijkste klanten te blijven voorzien in hun behoefte: excellente klantfocus.