Anton Nigten: “We moeten anders gaan bemesten”

De kwaliteit van de Nederlandse bodem is sinds de jaren vijftig dramatisch afgenomen. Een van de belangrijkste oorzaken is de manier waarop het land nu bemest wordt, vindt landbouwwetenschapper Anton Nigten. Hij pleit voor een andere kijk op bemesting.

“Onze bodems zijn niet meer poreus, maar verdicht en verhard, en het bodemleven is sterk verminderd. En de bodems kunnen het watergehalte niet meer reguleren”, zegt Anton Nigten. “De ‘moderne landbouw’ in Nederland is een erfenis uit de jaren vijftig. Het uitbannen van honger en het voeden van een groeiende wereldbevolking had toen, net als nu, de hoogste prioriteit. De oplossing werd gevonden in bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Die ‘moderne’ landbouwmethoden leidden aanvankelijk tot fantastische resultaten. Opbrengsten schoten omhoog. De keerzijde was dat het denken over plantenvoeding versmalde, en het fundament van de planten – de levende bodem - werd vernietigd.”

Bacteriën

“Er zijn zeker vijftien manieren om te bemesten, maar sinds de jaren vijftig staat bemesting gelijk aan het toevoegen van de juiste zouten. Het bodemleven vervult in deze benadering geen enkele rol; de bodem is slechts een standplaats. Door de juiste zouten te geven kan de mens het proces geheel van buitenaf sturen. Alles behalve het gewas moet dood. Eerder onderzoek werd vergeten. Voor de oorlog werd door Wageningen University & Research bijvoorbeeld interessant onderzoek gedaan dat aantoonde dat we in Nederland vrijwel geen kalium nodig hebben als meststof, omdat de bodem er al vol mee zit. Planten geven suikers en andere voedingsstoffen aan bacteriën en schimmels, die op hun beurt nutriënten vrijmaken voor de plant, waaronder kalium en fosfor. Maar om dat proces op gang te brengen, moet je wel een geschikte omgeving voor de goede bacteriën creëren.”

Drijfmest

“Het probleem is dat er te weinig van die ‘goede’ bacteriën in de bodem zitten. Het injecteren van drijfmest, vaak in combinatie met kunstmest, is daaraan debet. Kort samengevat: de poep en urine van koeien vangen we op in een put. Daarbij komt ammoniak vrij, waterstofsulfide, chloorverbindingen, lachgas en blauwzuurverbindingen. Om de ammoniakuitstoot te verminderen, injecteren boeren de mest onder de grond. Het risico is dat er dan juist meer ammoniak en dergelijke vrijkomt, omdat er te weinig zuurstof in de bodem zit.”

“Anders bemesten verbetert de bodemkwaliteit”

- Anton Nigten, landbouwwetenschapper

Balans

“We moeten een stap terug doen en ons afvragen hoe het eigenlijk komt dat mest ammoniak produceert. Koeien krijgen last van rotting in hun maag-darmstelsel als het voer dat ze krijgen — gras, mais, krachtvoer — uit balans is. Veel dieren worden dan letterlijk ziek van het gras dat ze eten. Dat geeft een slechte spijsvertering en rottende mest. Die rottende mest, met ‘verkeerde’ bacteriën en verbindingen die giftig zijn voor planten, stoppen we vervolgens onder de grond, waar het rottingsproces verdergaat. Zo onttrekken we het laatste beetje zuurstof aan de bodem, waardoor die zijn open structuur verliest, met opnieuw als gevolg dat gras en gewassen uit balans raken. De cyclus herhaalt zich.”

Geen keus

“Natuurlijk kan het anders. Allereerst moeten we mest niet langer onder de grond stoppen. De beste omzetting van plantenresten en urine vindt plaats bovenop de toplaag. Onder de grond ontstaat al snel een zuurstoftekort. Verder moeten we de goede bacteriën in de mest een kans geven. Dat proces kun je helpen door voer te verrijken met hulpstoffen zoals Sea-Crop (geconcentreerd zeewater waar de natriumchloride grotendeels uit is gezeefd) en kaolienklei (zeer fijne klei), en/of de mest eerst te laten omzetten door mestwormen of door bokashi (fermenteren van organisch materiaal). Daarmee creëer je veel aeroob (zuurstofrijk) bodemleven.
Deze manier van bemesten vraagt om een andere kijk op ‘moderne landbouw’. Eigenlijk hebben we geen keus. Als we op dezelfde voet verder gaan, gaat onze bodemkwaliteit nog verder achteruit. En krijgen we steeds meer gewassen die uit balans zijn.”

"We moeten de mest niet onder de grond stoppen"

- Anton Nigten, landbouwwetenschapper

Anton Nigten

Anton Nigten (1952) is onafhankelijk land- en tuinbouwonderzoeker. Hij studeerde rurale sociologie van niet-Westerse gebieden aan de Wageningen University. Na zijn afstuderen werkte hij jarenlang voor milieu-organisaties en de vakbeweging. Sinds 2003 doet hij promotie-onderzoek (aanvankelijk in Wageningen, nu bij de Coventry University) naar bemesting in conventionele- en organische land- en tuinbouw, en de relatie met voedsel en gezondheid.