Maaltijdbox bespaart tijd én afval

Maaltijdboxen met verse biologische, misvormde, of seizoens- en streekgebonden producten zijn big business. Zowel voor startups als voor supermarktketens. Het effect van deze trend op minder voedverspilling is nog klein, maar groeit wel.

Toen het Engelse bedrijf Northwood Farm in de vroege jaren negentig begon met abonnementen op biologische groenten in het Verenigd Koninkrijk, gaf dat zoveel reuring dat de nationale televisie er zelfs aandacht aan besteedde. Het abonnement was aanvankelijk bedacht als reactie op de grote afstanden waarover voedsel wordt vervoerd. Tegelijk hielp het bedrijf hiermee kleinere producenten van biologische producten te overleven in de vechtmarkt die was ontstaan. Op kleine schaal bestond de abonnementsvorm al langer, maar het concept van Northwood Farm was het eerste waar het grote publiek echt belangstelling voor toonde.

De samenwerking met supermarkten en groothandels had biologische boeren een systeem ingetrokken waar een voorliefde voor monocultuur bestaat, en dat – door de scherpe eisen die gesteld worden aan het uiterlijk van producten – voedselverspilling in de hand werkte. Maaltijdboxen bleken voor kleinere boeren een nieuwe manier om te overleven en een kans om een compleet nieuwe markt aan te boren.

Nu, bijna 30 jaar later, is het plaatje totaal anders. Maaltijdboxen zijn een gangbaar (maar nog klein) onderdeel geworden van de manier waarop we onze boodschappen doen. Ook supermarktketens zijn de voordelen gaan zien van het verpakken en verkopen van versproducten in dozen. Bovendien prikkelen ambitieuze startups ons om bewuster na te denken over de versheid van producten die we eten. Zij bieden vernieuwende manieren om groente en fruit te consumeren, die vooral verspilling in de keten tegengaan.

Plaatselijke helden: Oddbox

Een wandeling over een markt in Portugal, waar zij kennismaakten met heerlijke, maar misvormde tomaten, bracht Deepak Ravidran en zijn partner Emile Vanpoperinghe op het idee van Oddbox. Met deze onderneming in Zuid-Londen, die maaltijdboxen levert, willen zij voedselverspilling uitbannen. “We waren allebei onder de indruk van hoe fantastisch die lelijke tomaat smaakte”, zegt Ravidran. “Thuisgekomen zagen we perfect gevormde tomaten in de supermarkt die volkomen smakeloos waren. Dat was ons Eureka-moment.”

Ravidran en Vanpoperinghe gingen in gesprek met groothandels en grote leveranciers van groente en fruit en ontdekten dat tot wel 30% van hun productie afgeschreven werd als te lelijk om te verkopen. Volgens Ravidran begint het probleem zelfs voordat het product bij de groothandel komt. Misvormde groenten en fruit worden teruggegooid op het land, blijven aan de boom hangen of gaan naar de vuilstort. Ravidran: “Voor boeren is dit een groot probleem. Soms kunnen ze hun producten slijten aan voedselverwerkende bedrijven of ciderproducenten, maar dan halen ze er nauwelijks de oogstkosten uit. Wij wilden een afzetmogelijkheid creëren voor al die misvormde groenten en fruit, die anders nergens voor gebruikt werden. Daarom zijn we Oddbox begonnen.”

Het bedrijf levert nu elke maand zo’n acht ton misvormde groenten en fruit aan kantoren en particulieren in Zuid-Londen. Bovendien gaat ongeveer 10% naar de plaatselijke voedselbanken City Harvest en The People’s Fridge. “Veel van wat we doen is opvoeden en creëren van bewustwording”, zegt Ravidran. “In onze maaltijdboxen stoppen we ook informatie over voedselverspilling en hoe je dit kunt voorkomen. We bezoeken plaatselijke scholen en praten met leerlingen over het onderwerp. We hebben gemerkt dat als mensen zich eenmaal bewust zijn van het probleem, de interesse groeit voor wat wij en veel anderen doen.”

Dat vertaalt zich ook in het succes van het bedrijf. In de afgelopen tien maanden maakte Oddbox een fenomenale groei van 600 procent door. “Natuurlijk zijn we blij dat de zaak het goed doet, maar ons doel is om iets duurzaams neer te zetten. Daarom werken we met onze leveranciers aan een groeimodel dat we op meer plaatsen kunnen herhalen. Op de eerste plaats zijn we een sociale onderneming die voedselverspilling wil tegengaan. Onze maaltijdboxen zijn daar een belangrijk onderdeel van.”

Afgepaste hoeveelheden

Het Engelse bedrijf Riverford, leverancier van biologische groenteboxen, is al sinds de oprichting in 1987 bezig om de milieu-impact die levering van verse producten met zich meebrengt, te verkleinen. Woordvoerder Emily Muddeman: “Terugdringen van voedselverspilling is een van onze basisprincipes. Daarom zijn onze richtlijnen minder strikt dan die van supermarkten: wij vinden de smaak van een vers product belangrijker dan het uiterlijk.”

“Wij kunnen vooraf de prijs en de afname garanderen”

- Emily Muddeman, Riverford

Riverford levert zo’n 47.000 boxen per week aan klanten door het gehele Verenigd Koninkrijk. Omdat zij op basis van het aantal geplaatste bestellingen de vraag naar producten van tevoren kunnen voorspellen, kunnen zij verspilling voor een belangrijk deel voorkomen. “Veel van de producten die we leveren, verbouwen we zelf, maar we werken ook samen met andere telers”, zegt Muddeman. “Onze samenwerking is gebaseerd op het feit dat we de prijs kunnen garanderen én dat we de hoeveelheid die we nodig hebben vooraf kunnen aangeven, zodat er weinig verlies is in de keten.”

Alles wat de eigen boerderijen of die van hun leveranciers overhouden, vindt zijn weg naar andere kanalen, zoals de twee boerderijrestaurants, de zuilveltak van Riverford of lokale voedselbanken. Muddeman: “We zijn ook begonnen met het aanbieden van receptenboxen aan klanten. Daarin zitten afgepaste hoeveelheden van de ingrediënten die mensen nodig hebben om de maaltijd te bereiden. Deze boxen zijn bijzonder populair en zorgen ervoor dat er ook aan het einde van de keten, bij de consument, zo min mogelijk wordt verspild.”

HelloFresh: leveren op bestelling

Het internationaal opererende bedrijf HelloFresh wil met zijn idee voor receptboxen de manier waarop mensen hun boodschappen doen veranderen. HelloFresh is erin geslaagd een pull-keten te starten waarmee voedselverspilling kan worden voorkomen. Oprichters Thomas Griesel en Dominik Richter begonnen het bedrijf vanwege een probleem dat zij zelf hadden: door hun werk hadden zij geen tijd om verse producten te kopen en te bereiden. “Wij vonden dat er een betere manier moest zijn”, legt Griesel uit. “Dit leek ons een probleem waar niet alleen wij, maar waarschijnlijk ook anderen mee te maken hadden.”

“We hebben de bewustwording over dit onderwerp vergroot”

- Thomas Griesel, HelloFresh

Ze kregen gelijk. Sinds de oprichting in november 2011 is HelloFresh uitgegroeid tot de grootste thuisbezorger van versproducten, actief in negen verschillende landen. Uit cijfers van september 2017 blijkt dat zij ongeveer 1,28 miljoen klanten bedienen, met maar liefst 33,7 miljoen maaltijden in drie maanden. Wat hun bedrijfsmodel volgens Griesel onderscheidend maakt is dat klanten hun bestellingen plaatsen vóórdat HelloFresh zijn leveranciers benadert. “In de normale voedselketen zit veel verspilling”, zegt hij. “Boeren produceren in de hoop dat hun producten verkocht worden. Door alle tussenpersonen in de keten kan het lang duren voor een product van het land op je bord belandt. In ons systeem is er vrijwel geen verspilling. We werken met lokale leveranciers en bestellen alleen wat bij ons besteld wordt.” En dat niet alleen. Bij de ontwikkeling van recepten kijkt HelloFresh ook naar wat er op dat moment in de regio verkrijgbaar is, zodat ze een schappelijke prijs betalen. Voorspelling en verkrijgbaarheid bepalen dus meestal wat er op het menu staat.

Toch is Griesel terughoudend over de impact die HelloFresh heeft op het terugdringen van voedselverspilling. “Ik vind dat we daarover bescheiden moeten zijn. Zo’n 70% van de bevolking kiest nog niet voor ons model, dus zo groot is ons effect nog niet. Maar bij onze klanten dringen we verspilling wel degelijk terug, zowel in de keten als bij mensen thuis. Een bijkomend effect van ons succes is dat we de bewustwording over dit onderwerp hebben vergroot. Dat legt druk op de rest van de voedselindustrie om ook naar hun eigen processen te kijken.”

Het antwoord van retailers

Bij supermarkten lijkt die bewustwording al te hebben postgevat. Zo raakten de bedenkers van Oddbox geïnspireerd door een campagne van de Franse supermarkt Intermarché in 2014, die op een grappige manier misvormde groenten en fruit aan de man bracht. In Nederland verkoopt Albert Heijn al sinds december 2014 pakketten met misvormde groenten, in samenwerking met Kromkommer. Ook in het Verenigd Koninkrijk zien supermarkten hoe zij van meer toegevoegde waarde kunnen zijn als zij de selectiecriteria voor hun versproducten versoepelen.

De Engelse supermarktketen Asda heeft sinds de start in 2016 al meer dan 200.000 pakketten met ‘rare’ groenten verkocht, mede met behulp van de aandacht die zij daarvoor kregen van een nationaal televisieprogramma. Dat staat gelijk aan 1000 ton misvormde groenten en fruit die anders onverkoopbaar zouden zijn geweest en dus bij het afval zouden zijn beland. Voor £3,50 (€3,99) krijgen consumenten een box met vijf kilo aan versproducten. Dat is ongeveer eenderde goedkoper dan een doos ‘normale’ groenten en fruit. De populariteit ervan is dan ook groot.

“We zijn overvallen door de reacties op onze ‘ rare’ groenten”

- Ian Harrison, Asda

Ian Harrison, directeur productkwaliteit bij Asda, zegt: “We zijn overvallen door de reacties op onze doos met ‘rare’ groenten – het laat zien hoe bewust onze klanten omgaan met voedselverspilling. Uit ons eerste onderzoek bleek dat klanten niet vies zijn van hier en daar een plekje of raar knobbeltje, en dat ze blij zijn dat onze ‘rare’ lijn iets goedkoper is. Door deze lelijke groenten in een gemengde doos te stoppen, helpen we klanten te besparen en hun maaltijden voor een hele week te plannen, zodat niets wordt weggegooid.”

Nu ook andere internationale spelers als Tesco, Walmart, Giant Eagle en Aldi zeggen succes te hebben met hun ‘rare’ groenten- en fruitformules, wordt duidelijk dat ook supermarktketens voedselverspilling serieus willen aanpakken. In hoeverre initiatieven als maaltijdpakketten met afwijkende groenten voedselverspilling werkelijk helpen tegengaan, is nog onduidelijk. Zolang supermarkten niet open durven zijn over de hoeveelheid voedsel die ze in elke fase van de keten weggooien, blijft het bewijs anekdotisch. Maar één ding is zeker: als de opkomende trend van de boxen met misvormde groenten en fruit doorzet, is het publiek er ontvankelijker voor dan supermarkten tot voor kort dachten. En dat is goed nieuws in de strijd tegen voedselverspilling.