Landbouwbeleid op de schop: van wedloop naar kringloop

De kansen van kringlooplandbouw

Het kabinet kiest in een nieuwe visie voor kringlooplandbouw. Dat is beter voor het klimaat en onze omgeving. Én brengt, zo is de verwachting, boeren dichter bij elkaar en bij de burger.

Landbouw is een Nederlands succesnummer. Onze export van groente, fruit, vlees en bloemen bereikte in 2017 een recordhoogte van 92 miljard euro. Na de Verenigde Staten zijn we tweede landbouwexporteur wereldwijd. Minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wil dat Nederland koploper blijft, maar dan op het gebied van kringlooplandbouw. Dit bepleit ze in haar visie ‘Natuur, landbouw en voedsel: waardevol en verbonden’, die zij in september presenteerde.

Met kringlooplandbouw verschuift het accent van productie tegen steeds lagere kosten naar productie op basis van efficiënter gebruik van grondstoffen in de keten. Dit is volgens haar noodzakelijk omdat de huidige, op grootschalige productie gerichte landbouw een te zware druk legt op biodiversiteit, milieu, kwaliteit van drinkwater en landschap. Kringlooplandbouw betekent vooral veel nauwere samenwerking tussen akkerbouw, veehouderij en tuinbouw. Bedrijven gebruiken bij voorkeur grondstoffen uit elkaars keten en uit reststromen. Bijvoorbeeld uit de voedingsmiddelenindustrie. Lokaal voer vervangt geïmporteerd voer, dierlijke mest neemt de rol van kunstmest over. Zoveel mogelijk korte ketens, lokaal, regionaal en internationaal.

Korte ketens

Sectorspecialist melkveehouderij Marijn Dekkers van de Rabobank vindt dat de kabinetsvisie aansluit op een behoefte binnen de landbouw zelf. Almaar meer produceren tegen minder kosten is een wedloop met te weinig winnaars. “Ondanks de schaalvergroting verdienen boeren nog altijd onvoldoende aan wat ze produceren.” Dekkers noemt de visie van Schouten “een voorzichtig vertrekpunt” voor de kringlooplandbouw. “Harde noten kraakt de minister nog niet. Niemand is immers tegen een faire prijs voor de boeren, maar hoe doen we dat? En: hoe gaan we werken met meer eigen mest en eigen voer? Nu exporteren Nederlandse boeren nog eigen mest en importeren ze kunstmest en krachtvoer.”

”De minister kraakt nog geen harde noten”

- Marijn Dekkers, Rabobank

Dekkers is optimistisch over de kansen van kringlooplandbouw. Hij gelooft in intensievere samenwerking. “De akkerbouw is de dierlijke mest van veetelers bijvoorbeeld meer gaan waarderen.” Voor succes is wel meer afstemming nodig, zowel tussen boeren onderling als met de overheid. “Akkerbouwers en tuinders moeten voer produceren voor de veehouders en die moeten hun mest geschikt maken voor gebruik door akkerbouwers en tuinders. Dat lukt alleen als de wet- en regelgeving verandert. Die staat nu bijvoorbeeld het inzetten van mestverwerkingsproducten als vervanger van kunstmest in de weg.”

Koeien voeren

Dat kringlooplandbouw kan, lijdt geen twijfel. Dat blijkt uit het voorbeeld van melkveehouder Joris Buijs. Zijn vader begon al in de vorige eeuw met kringlooplandbouw, om minder afhankelijk te zijn van voerprijzen. Buijs, die hem drie jaar geleden opvolgde, zet die traditie nu voort. In zijn bedrijf met 120 koeien werkt hij met voer van eigen land. Hij zet alle mest in eigen omgeving binnen de kringloop af. Samen met akkerbouwers en tuinders plant hij gewassen en maakt bemestingsplannen: “Ik houd ervan om de koeien te voeren met alles wat groeit en bloeit. Het is meer werk, maar we hebben het rendabel weten te houden. Bovendien is kringlooplandbouw beter voor de kwaliteit van de melk en de vruchtbaarheid van de bodem.”

”Kringlooplandbouw is beter voor melk én bodem”

- Joris Buijs, melkveehouder

Buijs zou graag nog meer willen investeren in kringlooplandbouw. Maar eerdere overheidsmaatregelen – waarbij hij dieren moest ruimen – hebben er bij hem ingehakt. Daardoor heeft hij beperkt ruimte om te investeren, zoals in apparatuur die nieuwe meststoffen kan bewerken. Hij hoopt dat de overheid de daad bij het woord voegt en met regelgeving komt die verantwoorde bedrijfsvoering beloont. Bijvoorbeeld door het gemakkelijker te maken om mest bij je buurman af te zetten. Ook van de Rabobank verwacht hij dat boeren die al aan kringlooplandbouw doen een streepje voor hebben, bijvoorbeeld bij de kredietverlening.

Gedroogde varkensmestkorrels zijn een vervanging voor kunstmest

Rekening

De Rabobank wil een bijdrage leveren aan het oplossen van het voedselvraagstuk. Dat kan niet zonder een transitie naar een duurzame, circulaire landbouw met een efficiënt gebruik van grondstoffen en minimale voedselverspilling. De Rabobank wil partners in de kringloop graag bij elkaar brengen. En bij financieringen zal duurzaamheid als voorwaarde steeds bepalender worden. Dekkers ziet ook een duidelijke rol voor de bank weggelegd bij het financieren van innovaties. Nederland heeft volgens de sectorspecialist van de Rabobank de kennis om koploper in kringlooplandbouw te worden, zoals Schouten wil. Maar dat gaat niet vanzelf: “Want ons huidige succes is gebaseerd op export, terwijl kringlooplandbouw draait om korte ketens met minder impact op het milieu en meer biodiversiteit. Het is nog de vraag in hoeverre investeringen in kringlooplandbouw kosten- en prijsverhogend werken en onze concurrentiepositie aantasten.”

Voorwaarde is dat de rekening voor de benodigde investeringen niet eenzijdig bij boeren komt te liggen, stelt Dekkers: “Het gaat niet zonder een faire prijs in de winkel die de consument wil betalen. Boeren moeten een goed inkomen kunnen verdienen en kunnen blijven innoveren. Daar zijn ook burgers en winkelbedrijven bij nodig. Retailers en burgers moeten een faire prijs betalen en meer waardering voor voedsel krijgen. Daar kan kringlooplandbouw bij helpen. Korte ketens brengen boeren en burgers dichter bij elkaar.”