Nederlandse boeren onder druk

Hoe keren we het tij in de intensieve landbouw?


ft-logo-130-table

 

© The Financial Times Limited 2020. All Rights Reserved. FT and Financial Times are trademarks of the Financial Times Ltd. Not to be redistributed, copied or modified in any way.

Rabobank is solely responsible for providing this translation and the Financial Times Limited does not accept any liability for the accuracy or quality of the translation.


Door Mehreen Khan

Ruud Zanders is niet de meest voor de hand liggende kandidaat voor het runnen van een legkippenbedrijf dat 's werelds eerste klimaatneutrale eieren produceert. In 2007 stond hij namelijk nog aan het roer van een groot pluimvee(familie)bedrijf. Op het hoogtepunt had het bedrijf meer dan 120 man op de loonlijst, miljoenen kippen op verschillende locaties, en was het wereldwijd actief. En toen, in hetzelfde jaar, zorgde een cocktail van de vogelgriep en een dreigende financiële crisis ervoor dat het bedrijf failliet ging. Hij moest zijn huis verkopen en werd gedwongen om zich te bezinnen op de principes van intensieve landbouw en de impact daarvan op het milieu.

Tegenwoordig is hij de trotse eigenaar van Kipster, wat hij zelf omschrijft als het dier- en milieuvriendelijkste leghennenbedrijf ter wereld. Dat is wel even wat anders dan de op export gerichte grootschalige landbouwbedrijven – zoals ook Zanders voormalige bedrijf – waar Nederland bekend om staat.

Exportreus

Ondanks dat Nederland binnen Europa wat betreft landoppervlakte een bescheiden tweeëndertigste plaats inneemt – en daarmee kleiner is dan Ierland of Zwitserland – is 'ons kleine kikkerlandje' volgens het CBS 's werelds tweede grootste landbouwexporteur (naar omzet), na de Verenigde Staten. Daar zijn de Nederlanders trots op, het land is ver gekomen sinds de enorme voedseltekorten in de Tweede Wereldoorlog. Toch zijn er ook tegengeluiden te horen, onder andere van Zanders. Net als een groeiend aantal politici en groene activisten spreekt hij zich openlijk uit tegen de intensieve landbouwpraktijken die Nederland tot een exportreus hebben gemaakt.

Volgens hem moeten Nederlandse boeren hun veestapel drastisch verkleinen en hun bedrijfsmodellen op duurzaamheid baseren in plaats van op schaalgrootte. "We moeten veranderen en terug naar de basis", zegt hij. Dergelijke oproepen vinden nog meer weerklank sinds de coronacrisis, die desastreuze gevolgen heeft voor de wereldeconomie. Als duurzaamheid een meer lokaal gerichte landbouwsector inhoudt, dan sluit dat aan bij bescherming van de nationale voedselzekerheid.


Verspil niets en wees matig

Voor de groene revolutie die Zanders voor ogen heeft moet er een einde komen aan het verbouwen van veevoer op vruchtbaar land; volgens hem moet je daarop alleen eten voor mensen verbouwen. "Zeventig procent van de koolstofvoetafdruk van een boerderij is afhankelijk van wat voor voer je de dieren geeft", zegt hij. "We moeten ons beste land gebruiken om voedsel voor mensen te verbouwen, en geen veevoer."

Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN komt ongeveer driekwart van de pluimvee-emissies van diervoederproductie. De 24.000 kippen van Kipster eten voer dat voor honderd procent bestaat uit restafval, zoals restjes stroopwafel, beschuit en crackers.

"We moeten veranderen en terug naar de basis"

- Ruud Zanders, Kipster

Volledig klimaatneutraal

Energieverbruik zorgt ook voor uitstoot van broeikasgassen door een boerderij. De boerderij van Zanders nabij het Limburgse Venray is voorzien van meer dan duizend zonnepanelen, die alle energie leveren die het bedrijf nodig heeft.

Tot op heden staan collega-pluimveehouders nog niet in de rij om zijn voorbeeld te volgen. Nederland telt momenteel ruim duizend pluimveebedrijven, die samen meer dan tienmiljard eieren per jaar produceren. Van al die bedrijven is Kipster het enige bedrijf dat claimt volledig klimaatneutraal te zijn.

Woedende boeren

Ondertussen reageren veehouders fel op elk voorstel dat een krimp van hun veestapel inhoudt. Het onderwerp is de afgelopen jaren steeds hoger op de politieke agenda komen te staan vanwege de zorgen over de stikstofuitstoot, onder andere door de ammoniak in de mest van dieren. Ammoniak is schadelijk voor de bodem, water en biodiversiteit, en reageert tot stikstofoxide – een broeikasgas. Intussen draagt het vee ook directer bij aan de uitstoot van broeikasgassen; de herkauwers boeren namelijk methaan uit tijdens het verteringsproces.

 In tegenstelling tot veel andere EU-landen heeft Nederland strenge emissienormen gesteld voor stikstof. In mei 2019 werden deze normen overschreden, waardoor de overheid gedwongen werd bouwprojecten stil te leggen en de maximumsnelheid op snelwegen te verlagen om zo de uitstoot te verminderen. En toen D66 in september voorstelde om de Nederlandse veestapel te halveren om het stikstofprobleem op te lossen, reageerden de boeren woedend. Massaprotesten volgden, waarbij boeren op hun tractor naar Den Haag reden om duidelijk te maken dat ze het zat waren om als zondebok te worden aangewezen.

Dutch farmers face pressure over intensive practices - text image

Circulaire benadering

Ook Wouter Beukeboom, een melkveehouder die maatregelen heeft genomen om zijn ammoniakemissie te verminderen, klom op de tractor. "We zijn een exportland", zegt hij. Zijn bedrijf exporteert voornamelijk melkpoeder naar Azië en Afrika, markten waar volgens hem de vraag naar Nederlandse melk groot is omdat de mensen niet veel vertrouwen hebben in hun eigen boeren.

In een poging om de woede van de boeren te beteugelen beloofde Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, dat er tijdens haar ministerschap geen halvering van de veestapel zal komen. Wel is ze een voorstander van duurzamere landbouwpraktijken en wil ze dat de sector een circulaire benadering gaat hanteren door bij- en restproducten te gebruiken als diervoeder.

"Een emissievrije koe bestaat niet"

- Bennie van der Fels, Universiteit van Wageningen

Geen ammoniak bestaat niet

"De afgelopen decennia heeft Nederland een reputatie opgebouwd als zeer innovatieve landbouwproducent", aldus minister Schouten. "De toekomst van het boerenbedrijf vraagt om verdere innovatie en een nieuwe aanpak." Sommigen verwelkomen die uitdaging. Bennie van der Fels, onderzoeker gespecialiseerd in dierenwelzijn aan de Universiteit van Wageningen, hielp een groep van twaalf Nederlandse melkveehouders (waaronder Wouter Beukeboom) bij het bedenken van verschillende methodes om de ammoniakemissie te verminderen. Een simpele techniek was het verdunnen van mest met water – een methode die de emissie met veertig tot zestig procent kan terugdringen.

Maar Van der Fels is realistisch over wat bereikt kan worden. "Er zal altijd ammoniak geproduceerd worden, dus we moeten manieren bedenken om de emissie te verminderen", waarschuwt hij. ""

Een Engelstalige versie van dit artikel verscheen eerder op ft.com, de website van de Financial Times. Benieuwd hoe de Rabobank de Financial Times helpt om reportages te maken over duurzame voeding en food en agri? Neem dan hier eens een kijkje.