Duurzaamheid is complex, maar iedereen kan bijdragen

Duurzaamheid is ‘hot’. Maar wat is het eigenlijk precies? Econoom Tara Janssen van RaboResearch legt uit wat we bedoelen met duurzaamheid en hoe consumenten, bedrijven en overheid bij kunnen dragen aan een schonere wereld.

Duurzaamheid is een complex onderwerp en wordt breed geïnterpreteerd. De Rabobank kiest voor de definitie uit het rapport van Brundtland. Deze omschrijft duurzaamheid als volgt: “Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van huidige generaties zonder dat toekomstige generaties hierdoor niet in hun eigen behoeftes kunnen voorzien.” Daarnaast onderschrijft de Rabobank de zeventien Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties (VN) en geeft het Rabobank SDG-rapport aan hoe de bank bijdraagt aan deze zeventien verschillende doelen.

“Het lastige van deze doelen is dat ze niet altijd hand in hand gaan. Neem bijvoorbeeld economische groei, SDG 8, en klimaatactie, SDG 13: een hoge economische groei kan ervoor zorgen dat mensen meer te besteden hebben, maar door de bijbehorende hogere consumptie heeft dit bijna altijd een negatieve impact op de klimaatactie. Ook zijn er veel oplossingsrichtingen die bijvoorbeeld bijdragen aan de reductie van broeikasgasemissies, maar niet aan het verminderen van het uitputten van de grondstoffen. Het is dus vrijwel onmogelijk om tegelijkertijd aan álle SDG’s bij te dragen”, aldus Janssen in het onlangs verschenen RaboResearch-rapport ‘Duurzame dilemma’s en onvolledige oplossingsrichtingen‘.

“Het is onmogelijk om tegelijkertijd aan álle SDG’s bij te dragen”

- Tara Janssen, RaboResearch

Consuminderen? Altijd goed

Als consument en ondernemer kun je wel het nodige doen voor een schonere wereld. Janssen: “Consumenten stoten zelf direct relatief weinig broeikasgassen uit. Hun grootste directe bijdrage komt van uitlaatgassen van auto’s en het verstoken van gas voor woningverwarming. Dus een woning goed isoleren, het gebruik van duurzame energie en minder gebruik maken van de auto kunnen al veel helpen. De indirecte broeikasgasuitstoot is een stuk lastiger in te schatten. Dit heeft namelijk te maken met het gehele productieproces van de spullen die we consumeren. Minder consumptie is daarom vrijwel altijd een schoner alternatief. Zo kopen mensen vaak meer voedsel dan dat ze kunnen opeten; deze voedselverspilling zorgt voor een hogere CO2-footprint. Ook is een schoner substituut een manier om de footprint te verlagen. Zo heeft de consumptie van vlees bijna altijd een grotere CO2-footprint dan het vegetarische alternatief. Maar niet alle duurzame alternatieven zijn even voor de hand liggend. Bewustwording is daarom juist bij consumenten en ondernemers belangrijk.”

“Niet alle duurzame alternatieven zijn even voor de hand liggend”

- Tara Janssen, RaboResearch

Meer actie van de overheid

Ook voor de overheid is volgens Janssen een schone taak weggelegd. “Zij kan consumenten en producenten beïnvloeden met prijsprikkels, subsidies, wetten en regels. Daarnaast kan zij zelf investeren in bijvoorbeeld onderzoek en infrastructuur om de milieu-uitdagingen aan te gaan. Zo zou het goed zijn als de overheid investeert in het versnellen van de energietransitie en de circulaire economie. Investeringen in onderzoek naar nieuwe technologie of infrastructuur zijn vaak niet rendabel voor bedrijven. Zij kunnen de opbrengst daarvan niet volledig zelf benutten. Denk hierbij aan investeringen om de technologische ontwikkeling van groene waterstof te versnellen of om het aanleggen van elektriciteitskabels naar windmolens op zee goedkoper te maken.”