Frankrijk zegt ‘Au revoir’ tegen voedselverspilling

Frankrijk voerde twee jaar geleden als eerste land ter wereld een wet in die grote winkeliers verplicht voedseloverschotten te doneren, in plaats van weg te gooien. Hoe effectief is die wet tot nog toe in het terugdringen van voedselverspilling?

De wet die Frankrijk in februari 2016 invoerde, verplicht supermarkten om onverkocht voedsel weg te geven in plaats van weg te gooien. Het gaat om voedsel dat over de uiterste houdbaarheidsdatum heen is, maar nog wel eetbaar is. De maatregel maakte het land een koploper in de strijd tegen voedselverspilling.

Frankrijk heeft, net als veel andere landen, te maken met omvangrijke hoeveelheden verspild voedsel. Naar schatting gooiden de Fransen voor invoering van de wet jaarlijks 20 kilo voedsel per persoon weg, waarvan 7 kilo zelfs nog in de verpakking zit. Door de hele voedselketen heen ging er jaarlijks gemiddeld 140 kilo eten per persoon verloren. In geld uitgedrukt komt dat neer op 20 miljard euro. Van de 7,1 miljard kilo verspild voedsel, wordt 67 procent weggegooid door consumenten, 15 procent door restaurants en 11 procent door winkeliers.

Om deze verspilling aan te pakken, werd een wet opgesteld die voorziet in stimuleringsmaatregelen voor winkeliers die voedsel dat ze anders zouden weggooien doneren aan liefdadigheidsinstellingen. Wie dit niet doet, kan een boete krijgen.

“De wet pakt voedselverspilling op een hiërarchische manier aan”

- Laura Chatel, Zero Waste Frankrijk

Sterke stimuleringsmaatregelen

De wet schrijft voor dat winkels met een oppervlakte vanaf 400m² een contract aangaan met een liefdadigheidsorganisatie waaraan ze hun voedseloverschotten doneren. Ook verbiedt de wet winkels om nog eetbare voedseloverschotten opzettelijk oneetbaar te maken, bijvoorbeeld door er bleekmiddel overheen te gieten – iets wat in het verleden niet ongebruikelijk was. Elk bedrijf dat voedsel doneert, mag 60 procent van de waarde ervan aftrekken van de belasting. Dit is een flink belastingvoordeel, want ook de eventuele kosten voor transport- en opslag mogen hierin worden meegerekend.

“Deze wetgeving is interessant, omdat het voedselverspilling op een hiërarchische manier aanpakt. De hoogste prioriteit ligt nu bij het bestrijden van overschotten; voedsel weggooien is de minst aantrekkelijke optie”, aldus Laura Chatel van Zero Waste Frankrijk.

Maar hoe effectief is deze wet de afgelopen jaren nu daadwerkelijk geweest in het terugdringen van voedselverspilling? Twee jaar na invoering van de wet zijn de meningen daarover verdeeld. Volgens Susan Hansen, Global Strategist Food & Agri Supply Chains bij Rabobank, is een op zichzelf staande wet slechts een deel van de oplossing.

“Social media kunnen meer invloed uitoefenen dan een wet”

- Susan Hansen, Rabobank

Een gebrekkige maatregel

“De Franse wet tegen verspilling kent een paar gebreken. Er is bijvoorbeeld geen minimumpercentage voedsel vastgesteld dat na verlopen van de houdbaarheidsdatum moet worden gedoneerd”, vertelt Hansen. “Daarnaast stelt de uitvoer ervan liefdadigheidsinstellingen in de praktijk soms voor een enorm logistieke uitdaging: zij bezitten niet allemaal de middelen om het gedoneerde voedsel op te halen, te koelen en uit te delen.”

Volgens Laura Chatel is dit het punt waarop de wetgeving het meest tekortschiet. “De staat zou supermarkten moeten verplichten om de logistiek op zich te nemen als goede doelen dit zelf niet kunnen”, stelt zij. “Dat zou een van de voorwaarden moeten zijn voor de belastingteruggave. Op dit moment hebben de supermarkten alleen maar voordeel van de wet: zij dringen hun percentage voedselverspilling terug, hebben geen extra handelingskosten, en ze profiteren van de belastingvoordelen. In alle eerlijkheid: die belastingteruggave is veel effectiever dan de wettelijke verplichting.”

Ook Hansen vindt dat je met wetgeving maar een deel van het verspillingsprobleem oplost. “Ik denk dat actiegroepen of consumenten op social media meer invloed kunnen uitoefenen op winkeliers en bedrijven dan een wet. Zij kunnen supermarkten dwingen om ‘vrijwillig’ veranderingen door te voeren en zo concurrentievoordeel te behalen.”