Growing Ideas: verantwoord visvoer van landbouw-bijvangst

Van fermentatie naar ‘fish and chips’

BioKind heeft ambitieuze plannen om bijproducten van de landbouw om te vormen in duurzame, voedzame ingrediënten voor visvoer, aquacultuur, huisdieren en vee.

De aquacultuursector kweekt vissen, zeedieren en -planten en groeit sinds de jaren zeventig wel zes tot negen procent per jaar. Grote kans dus dat de zalm op je bord de open zee nooit heeft gezien. Maar de kweekvisserij heeft een groot probleem: de eiwitbronnen in het visvoer (‘vismeel’) zijn afkomstig van wildvangst en putten de zeeën uit. Daarom wordt de vismeelproductie sinds de jaren negentig drastisch beperkt.

De industrie zoekt sindsdien naar alternatieven om vismeel te vervangen. Het antwoord leek in eerste instantie te liggen plantaardige eiwitten, maar de overheid oefent steeds meer druk uit op de producenten van dit plantaardige voer; hun ‘visvoer-beplanting’ moet het veld ruimen voor voedergewassen. De aquacultuur moet zijn heil dus elders zoeken.

BioKind komt mogelijk met een oplossing. De start-up is ontstaan op de Londense universiteit Imperial College en ontwikkelt een kwalitatief, eiwitrijk ingrediënt voor visvoer. Duurzame voeding voor kweekvissen dus, zonder dat er sprake is van overbevissing of inefficiënt landgebruik.

Plantensuikers x bacteriën

“Ons concept is relatief simpel”, meent medeoprichter Maxwell Swinscow-Hall. “We halen suikers uit oogstafval en verbouwen daar speciale bacteriën op. Vervolgens oogsten en verwerken we die eiwitrijke bacteriën tot een poeder dat een vergelijkbaar aminozuurprofiel bevat als vismeel.” Dit idee ontstond toen Swinscow-Hall fungi kweekte voor een onderzoeksproject op het Imperial College. Daar haalde hij hoogwaardige farmaceutische ingrediënten uit. Hij plaatste een oproepje in de stijl van een contactadvertentie, op zoek naar een scheikundige samenwerkingspartner. Medeoprichter Ryan Lee reageerde.

Maxwell Swinscow-Hall: “We oogsten en verwerken eiwitrijke bacteriën. Daarmee maken we poeder met een vergelijkbaar aminozuurprofiel als vismeel.” Foto: Thomas Angus

“Hij stelde me voor aan de andere medeoprichter, Chien An Chua. Zijn familie doet zaken in de aquacultuur-business”, vertelt Swinscow-Hall. “Chien vertelde dat we op zoek moeten naar micro-organismes om eiwitten te produceren, omdat er een grote vraag naar is in de industrie. Toen we realiseerden dat fungi economisch niet interessant waren, verlegden we onze focus naar bacteriën.”

“We kunnen ons proces aanpassen aan bijna elk soort landbouwafval”

- Maxwell Swinscow-Hall, BioKind

Duurzame voordelen

Het is relatief eenvoudig en de oplossing van BioKind bevat veel voordelen ten opzichte van traditioneel voer. Swinscow-Hall: “De grootste winst is de duurzaamheid. We maken dit product van oneetbaar plantenafval, dus we maaien het gras niet weg voor de voeten van de voedselindustrie. Vergeleken met andere alternatieven hebben we bovendien een lage CO2-uitstoot. Het is moeilijk om vismeel volledig te verdrijven omdat het veel voedingswaarde bevat. Maar van alle alternatieven komt ons product het dichtste in de buurt van de voedingswaarde van vismeel. En onze oplossing is enorm schaalbaar – er zijn zo veel grondstoffen die we kunnen gebruiken. We kunnen ons proces aanpassen aan bijna elk soort landbouwafval, inclusief bosafval.”

Rijstafval

Maar niet álle grondstoffen zijn economisch interessant voor het proces van BioKind. Swinscow Hall: “Onze uitdaging is de logistiek. We willen een productielijn op poten zetten die economisch rendabel is. Onze methode is bijvoorbeeld niet aantrekkelijk in Europa, omdat de kosten voor het verzamelen van afval daar hoog zijn. Dus we onderzoeken nu of we rijstafval kunnen gebruiken. Rijst groeit overvloedig in Azië en bevat twee typen afval: stro en kaf. Het kaf is al in de fabriek, dus we hebben geen kosten voor het verzamelen op het veld.”

“We maaien ‘t gras niet weg voor de voeten van de voedselindustrie”

- Maxwell Swinscow-Hall, BioKind

Volgende stap: Zuidoost-Azië

Logistiek is niet de enige horde voor BioKind. “We zijn een start-up, dus we zijn vooral bezig met het zoeken van fondsen. Op lange termijn is het opschalen onze grootste uitdaging, zodat we snel genoeg aan de vraag van onze klanten kunnen beantwoorden. Er is een enorme lijst met minimumeisen. Wij willen laten zien dat we hieraan voldoen.” Daarom plant BioKind begin 2019 een proeffabriek in Zuidoost-Azië, om te laten zien hun oplossing ook levensvatbaar is op een volgend niveau.

“We plaatsen de proeffabriek in Azië omdat daar ongeveer 75 procent van de aquacultuur ter wereld plaatsvindt,” vertelt Swinscow-Hall. “Mijn medeoprichters hebben een goed netwerk daar en, niet onbelangrijk, het is dichtbij de grondstoffen die we willen gebruiken. We hebben contracten gesloten met boerderijen in Maleisië, om testen uit te voeren vóór de pilot plaatsvindt, voor eind 2018 dus.” Als alles volgens plan verloopt, zal het eiwitrijke ingrediënt van BioKind eind 2020 op de markt zijn.

BioKind won de Highly Commended Award op FoodBytes! Londen 2018. FoodBytes! is een initiatief van de Rabobank dat agrifood-startups met industrieleiders en investeerders verbindt.