Gezonde voeding: het verschil tussen denken en weten

Om de stijgende zorgkosten in de hand te houden, moeten we de komende jaren vooral inzetten op preventie. Gepersonaliseerde voeding kan zowel individuele als maatschappelijke gezondheidswinst creëren.

Langeafstandsloopster Emma wil haar te lage vetpercentage snel opkrikken voor het lopen van een marathon. Haar online persoonlijke voedingscoach adviseert om vandaag een boterham met makreel te eten en morgen twee handjes walnoten. Harry (laagopgeleid en werkloos) heeft juist overgewicht en moet vaker bewegen en minder vet eten. Appjes op zijn smartphone stimuleren hem om naar de sportschool te gaan (‘Je vriend Peter heeft net 674 kilocalorieën verbrand!’) en maken hem attent op een supermarktaanbieding voor havermout, inclusief een snel en gemakkelijk recept. Secretaresse Eva wil ook wat kilo’s kwijt en heeft daarnaast een sterk wisselende bloedsuikerspiegel. Als ze in de kantine in de rij staat, krijgt ze een push-bericht van het gezond & fit-programma dat alle medewerkers op hun smartphone hebben staan: ‘Je glucoseniveau was aan de hoge kant vanmorgen. Een salade met een snee volkorenbrood is de beste keuze en geeft genoeg energie om de vergadering van vanmiddag door te komen.’

Technologische innovatie

Drie fictieve voorbeelden van personalized food, oftewel eten op maat. Gezonde voeding die volledig is afgestemd op leeftijd, sekse, gewicht, allergieën, (potentiële) ziekten en levensstijl. Geholpen door technologische innovatie: fit-armbanden die bijvoorbeeld hartslag, calorie-inname en cholesterol monitoren, apps om een gezonde maaltijd met de juiste voedingswaarden samen te stellen en scanners om in de supermarkt producten met de juiste ingrediënten te kiezen. Personalized food is de toekomst, maar we staan nog slechts aan het begin van de ontwikkeling. ‘Terwijl eten op maat broodnodig is, zowel voor onze eigen gezondheid als vanuit maatschappelijk oogpunt’, aldus Sebastiaan Schreijen. Hij is Senior Analist bij RaboResearch Food and Agribusiness. ‘Als we niets doen zal de vergrijzing de komende jaren tot een enorme stijging van de zorgkosten leiden. Die bedragen in Nederland nu al tachtig miljard euro per jaar. Slechts twee procent daarvan wordt besteed aan preventie. Daar zullen we veel sterker op moeten inzetten.’ Een uitdaging waar niet alleen Nederland, maar ook de rest van de westerse wereld voor staat.

Kenniskloof over gezond eten

Wat is gezondheid eigenlijk? ‘De weerbaarheid om ziekten te kunnen voorkomen’, aldus de definitie van TNO. Ook hierin ligt de nadruk dus op preventie. Gezonde voeding kan daarin een belangrijke rol spelen. ‘Het aanbod in de supermarkten is voldoende voor het maken van een verantwoorde keuze’, benadrukt Schreijen. ‘De meerderheid van de Nederlanders neemt echter nog steeds onvoldoende de tijd om zich te verdiepen in gezond eten, afgezien van een kleine groep foodies, naar schatting slechts zo’n vijf procent van de bevolking.’ Schreijen signaleert echter ook een trendbreuk: de belangstelling voor gezonder eten groeit. Een derde van de Nederlanders zegt echter de kennis te ontberen om zelf het ideale persoonlijke dieet samen te stellen, zo blijkt uit onderzoek van Gfk, in samenwerking met de Rabobank. ‘Er zit een kenniskloof tussen dénken dat je weet wat je eet en daadwerkelijk wéten wat je eet’, aldus Schreijen. ‘De wetenschap weet de boodschap wat wel of niet gezond is vaak niet goed over het voetlicht te krijgen, of wordt gewantrouwd. En dus zoeken mensen houvast in de laatste trends in de media. Ze gaan bijvoorbeeld biologisch, E-nummervrij, zonder gluten of vegetarisch eten, terwijl wetenschappelijk niet bewezen is dat dat gezonder is. De grote vraag is hoe we die kloof gaan dichten.’

Lees verder na infographic

Meten wat je eet

De voedingsindustrie zal in elk geval moeten zorgen voor uniforme, beter leesbare etiketten met duidelijker informatie, aldus Schreijen. Maar liefst 72% van de Nederlanders beschouwt het etiket als de belangrijkste informatiebron, maar wil meer transparantie, zo blijkt uit het Gfk/Rabobank-onderzoek. Daarnaast moet de voedingsindustrie intensiever investeren in databases met de juiste voedingswaarden, apps en de uitrol van voedingsscanners om een gezonde keuze zo gemakkelijk mogelijk te maken. Dat moet leiden tot de volgende stap: meten wat je eet en daarmee eten op maat. En dan ligt er ook nog de uitdaging om ‘slimme voeding’ te ontwikkelen: het verrijken van eten, voor zieke mensen met een chronische aandoening, of voor sneller herstel na een operatie. Schreijen: ‘Als bank willen we bij onze klanten in de voedingsindustrie bewustzijn creëren van al deze nieuwe ontwikkelingen en concreet ondersteuning bieden bij het inspelen daarop.’ Zo kreeg de Rabobank van een groep private label-producenten de vraag wie hen meer kon vertellen over de regelgeving rondom zoutreductie. De bank bracht de bedrijven in contact met KTBA, een adviesbureau voor etikettering van voedingsproducten. ‘Dat is onze brugfunctie’, aldus Schreijen, ‘het gezamenlijke kennisniveau vergroten.’

Ook gezond voor de economie

Rabobank speelt daarmee een belangrijke rol in de verdere ontwikkeling van eten op maat en smart food: door de financiering van de innovaties die daarvoor nodig zijn, het delen van kennis (eigen onderzoek doen, wetenschappelijk onderzoek beter ontsluiten en maatschappelijke discussie entameren) en het inzetten van het brede netwerk en platform van de bank. Zo is Rabobank een strategische partner van Diagnose Voeding & Gezondheid. Het samenwerkingsverband van overheid, bedrijfsleven en kennisinstituten wil fungeren als accelerator voor de vitaliteit van de bevolking, de beheersing van de zorgkosten en het ‘op-voeden’ van Nederlanders op het gebied van gezond eten. Een van de andere strategische partners daarin is Be Bright, een incubator die startups begeleidt op het gebied van gezonde voeding. Grote voedingsfabrikanten vinden het zelf ontwikkelen van innovaties al snel te risicovol. Rabobank brengt klanten in die sector in contact met de incubator en de startups. Een vruchtbare kruisbestuiving: de voedingsproducenten stellen hun infrastructuur en kennis ter beschikking aan de starters en zitten op hun beurt dicht bij de innovaties die worden ontwikkeld. De tien tot vijftien miljoen investeringen leveren zo’n 150 banen op, wat ook nog eens goed is voor de gezondheid van de lokale economie.

"Eten op maat is voor onze gezondheid én maatschappij broodnodig"

- Sebastiaan Schreijen, Senior Analist bij RaboResearch Food and Agribusiness

Partijen bij elkaar brengen

Een van de projecten waarin incubator Be Bright investeert is Diverzio, een project dat lokale versproducenten (zoals boeren) koppelt aan lokale zorginstellingen om de bewoners daarvan gezonder te laten eten. Rabobank heeft zowel contacten in de agrarische wereld als in de zorgsector en biedt naast financiering het eigen platform aan om de partijen bij elkaar te brengen en het project uit te rollen via andere lokale banken. Een ander samenwerkingsverband is Shift Invest, waarin Rabobank samenwerkt met partners als zorgverzekeraar Menzis, het Wereldnatuurfonds, TU Delft, Wageningen University, Topfonds Gelderland en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Er wordt geïnvesteerd in scale-ups zoals Nutrileads, een bedrijf dat ingrediënten ontwikkelt – uit onder meer paprika en ui - die het immuunsysteem versterken en toegepast kunnen worden in medische voeding, dieetsupplementen en diervoeding.

Vernieuwing bedrijfsmodel

Rabobank brengt klanten in de voedingssector soms ook in contact met een partij als TNO. Het onderzoeksinstituut riep vorig jaar het public-private partnership Personalised Nutrition & Health in het leven voor gemeenschappelijke kennisontwikkeling, samen met koplopers in de agri & food-sector. Het onderzoek wordt uitgevoerd vanuit het perspectief van de consument, om de verschillende doelgroepen voor gepersonaliseerde voeding beter in kaart te brengen. Emma, Harry en Eva zijn daar voorbeelden van. Schreijen: ‘Laatst gaf een van onze klanten aan te willen werken aan vernieuwing van het bedrijfsmodel. Toen hebben wij gezegd: ga eens bij TNO praten.’

Koppeling aan DNA-profiel

Een van de partners in het TNO-programma is VitalinQ, een bedrijf dat via een Personal Health Assistant online voedingsadvies geeft op basis van een individueel profiel. Eten op maat dus. Schreijen schetst nog meer voorbeelden van innovatieve toepassingen op dat gebied. Zo levert het bedrijf Daily Fresh gepersonaliseerde voedingsoplossingen voor care, cure en horeca. ‘Als je als toetje vla kiest, krijg je een kleiner stukje vlees’, lacht Schreijen. ‘In vla zitten immers ook al eiwitten.’ Andere voorbeelden van voedingsinnovatie: maaltijdservice Carezzo - dat eten verrijkt met eiwit - en Huuskes, dat maaltijden aan de gezondheidszorg levert, voorzien van een laagje met eveneens extra eiwitten, calcium en vitamine D. Een stap verder is het koppelen van persoonlijke voedingsadviezen aan een DNA-profiel. Consumenten kunnen dat laten opstellen bij het Amerikaanse Habit en krijgen er desgewenst ook nog een personal coach en een maaltijdbox bij. Maar er zijn gemakkelijker en minder vergaande oplossingen dan DNA-profielen om mensen beter te laten eten, aldus Schreijen: ‘Via apps en anders ingerichte winkels stimuleer je ook gezonde keuzes. De distributie van voeding zal zich de komende jaren steeds meer richten op specifieke doelgroepen. Supermarkten zullen concurrentie krijgen van andere kanalen: niet alleen van nieuwe online aanbieders, maar misschien ook wel van bijvoorbeeld apothekers, zorgverzekeraars, of patiëntenverenigingen.’

Regie voeren

Gaan de ontwikkelingen snel genoeg om gelijke tred te houden met de vergrijzing en om de verwachte stijging aan zorgkosten voor te zijn? Dat is te hopen, aldus Schreijen. De kosten moeten immers opgebracht worden door een steeds kleiner wordende beroepsbevolking. Karen Freier van de universiteit van Maastricht becijferde onlangs dat er 1,8 miljard euro per jaar bespaard kan worden als de groep mensen die nu slecht eet overgaat op gezonde voeding. Dat is niet alleen individuele, maar ook maatschappelijke gezondheidswinst. ‘Hoe krijg je die groep mensen zover dat ze gezonder gaan eten?’, vraagt Schreijen zich af. Het zal een gezamenlijke inspanning moeten zijn, waarbij de Rabobank wellicht de regie kan voeren. Huisartsen, scholen, werkgevers, zorgverzekeraars: ze kunnen allemaal een rol spelen in het verspreiden van de boodschap wat gezonde voeding is en het bieden van praktische handvatten daarbij. Schreijen: ‘Zorgverzekeraars delen tegenwoordig stappenmeters uit aan hun cliënten, dat is al een begin. Zelf hebben we als werkgever de Seven Day Challenge: elke dag een beetje gezonder leven door beter te eten en meer te bewegen.’

Krachttraining voor bejaarden

Dat laatste hoort voor Schreijen ook nadrukkelijk bij een gezonde levensstijl. ‘Gezonder eten zonder bewegen werkt niet. De toenemende obesitas komt niet alleen door te veel en ongezond eten, maar ook door te weinig bewegen.’ Ook daar ligt een rol voor de Rabobank. Zo doet de bank samen met FrieslandCampina, Wageningen University en Zorggroep Noordwest-Veluwe een grootschalig onderzoeksproject om te kijken of eiwitrijke voeding gecombineerd met krachttraining de spiermassa en spierkracht van ouderen verhoogt. Rabobank zorgt voor de financiering en zit als een spin in het web. Wie weet hebben de ouderen die aan het onderzoeksproject deelnemen ook wel een smartphone, waarop appjes binnenkomen als: ‘Je vriendin Geertruida heeft net 374 kilocalorieën verbrand tijdens de krachttraining!’ Of: ‘Het is tijd voor je eiwitshake om je spiermassa weer op te bouwen.’ De toekomst is dus aan eten èn bewegen op maat.

Hoe (on)gezond is Nederland?

Momenteel telt Nederland 4,5 miljoen mensen met één of meer chronische ziekten en jaarlijks 800.000 mensen die een operatie moeten ondergaan. Er zit overlap tussen die groepen, maar ruw geschat moet circa een kwart van de Nederlandse bevolking regelmatig een beroep op de gezondheidszorg doen. De vergrijzing zal die vraag explosief doen stijgen. Van de mensen boven de 65 jaar heeft tachtig procent van de mensen ten minste één chronische ziekte. De komende jaren zal het huidige aantal van ruim drie miljoen 65-plussers in Nederland verder toenemen. In 2025 bestaat naar verwachting bijna tien procent van de bevolking uit 75-plussers.

Beter boodschappenlijstje

De wil om gezonder te eten neemt toe. Inmiddels zegt 95% van de Nederlanders rekening te houden met de bijdrage van eten aan de gezondheid bij het boodschappen doen, is 55% is gezonder gaan eten en koopt 86% daarvan bewust minder ‘ongezonde’ voeding, blijkt uit onderzoek van Gfk (2016), in samenwerking met de Rabobank. Bovendien is circa de helft van de Nederlanders bereid om meer te betalen voor gezonde voeding die ziekten kan voorkomen. Overigens hoeft gezonder eten niet noodzakelijkerwijs meer te kosten, blijkt uit het onderzoek. Minder ongezonde dingen in het boodschappenkarretje stoppen levert zelfs geld op. Cola bijvoorbeeld is immers een stuk duurder dan water uit de kraan.