Chinees-Amerikaanse handelsoorlog raakt multinationals

Moeten Nederlandse bedrijven in China het veld ruimen?

Ook Nederlandse bedrijven in China zullen als gevolg van de Amerikaans-Chinese handelsoorlog hun productie (deels) willen verhuizen. Maar waar kunnen zij binnen Zuidoost-Azië het best naartoe, en welk land profiteert daar het meest van?

RaboResearch onderzocht: Thailand lijkt de gunstigste optie – hoewel niet voor elk bedrijf – maar de Chinees-Amerikaanse handelsoorlog zal geen echte winnaars kennen. Voor een kwart van de Nederlandse multinationals in China kan een verhuizing aantrekkelijk zijn.

Midden in de nieuwste episode van de Amerikaans-Chinese handelsoorlog (president Trump kondigde nieuwe importtarieven aan, maar stelde die onlangs toch weer uit) heeft de Rabobank onderzocht waar Nederlandse en andere niet-Chinese bedrijven die in China produceren, hun productie het best naartoe kunnen verhuizen. De ‘Where Will They Go-index’ (WWTG) maakt inzichtelijk welke Zuidoost-Aziatische landen het aantrekkelijkst zijn. Dat komt precies op tijd: vanwege de Amerikaanse importtarieven, maar ook door stijgende lonen in Chinese fabrieken, is het in toenemende mate onvoordelig om in China te blijven. Bovendien concludeerde de Rabobank eerder al dat overleg tussen China en Amerika, en daarmee een mogelijk einde aan de handelsoorlog, eerder vroeger dan later zal worden afgebroken.

Belangrijkste factoren

Op de WWTG van 2019 prijkt Thailand bovenaan. Gewogen en bij elkaar opgeteld zijn daar de factoren om rekening mee te houden bij een productieverhuizing over het algemeen het gunstigst. Ook Maleisië en Vietnam zijn goede opties. Pakistan, Myanmar en Bangladesh lijken het minst aantrekkelijk. Raphie Hayat, RaboResearch-onderzoeker Global Economics & Markets, legt uit welke factoren onderzocht zijn.

“De lonen van fabrieksarbeiders zijn natuurlijk van belang. We kijken ook naar het investeringsklimaat – anders gezegd: is het gemakkelijk om zaken te doen? Om dat te bepalen, onderzochten we onder meer hoe eenvoudig het is om grond te kopen, en hoe gemakkelijk en snel je een bedrijf kunt oprichten, of in een reeds bestaand bedrijf een meerderheidsaandeel kunt nemen. Institutionele kwaliteit van een land is ook van belang. We kijken hierbij vooral naar de kwaliteit van wetgeving en overheid. Kun je erop vertrouwen dat als je naar de rechter gaat, die rechter onpartijdig is? Is er corruptie? Maken beleidsmakers snel beslissingen, en hoe snel wordt nieuw beleid daadwerkelijk ingevoerd en gehandhaafd? Kan de belasting voor bedrijven van de ene op de andere dag veranderen?”

Stuk voor stuk zaken die belangrijk zijn voor elk bedrijf dat een verhuizing overweegt. Hayat benadrukt echter dat veel ook afhangt van het soort productie. “Voor het produceren van halfgeleiders, bijvoorbeeld, heb je specifieke mensen, kennis en materialen nodig. Denk aan lokale ingenieurs en gespecialiseerde toeleveranciers. Die ga je in Thailand op het gebied van halfgeleiders niet vinden, toch het hoogst genoteerde land op onze WWTG-index. Thailand is gespecialiseerd in de productie van auto’s. Pakistan en Bangladesh hebben specialisatie in textielproductie. Ondanks hun lage notering, zijn deze landen voor textielproducenten het overwegen waard.”

”Thailand is gespecialiseerd in de productie van auto’s”

- Raphie Hayat, RaboResearch

Onzekerheid

Niet elke multinational in China is gebaat bij een verhuizing. De onderzoekers van de Rabobank analyseerden de gevolgen voor Nederlandse bedrijven die (deels) in China actief zijn. Uit een enquête onder hen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, blijkt dat 68 procent van de respondenten in China zit vanwege de grote binnenlandse markt. Zij zullen weinig of geen last hebben van Amerikaanse importtarieven, en waarschijnlijk in China actief blijven. Grofweg een kwart gaf aan dat zij vanuit China (ook) de Amerikaanse consument bedienen. Zij voelen de importtarieven wel, wat hun productiekosten voor die markt althans met tien tot twintig procent verhoogt, zo berekent Hayat. “Dat kan of wil niet iedereen zich veroorloven. Voor de meesten zal alleen al de onzekerheid van nog meer importtarieven, reden genoeg zijn om een verhuizing te overwegen. De WWTG-index kan hen helpen met het vinden van goede alternatieven.”

Van een massale uittocht van Nederlandse bedrijven uit China zal dus geen sprake zijn, al wordt in het rapport nog wel opgemerkt dat in een wereld van toenemend protectionisme, het aannemelijk is dat Nederlandse multinationals hun productie verspreiden over meerdere leveranciers en landen.

Niet één grote winnaar

Tal van landen in Zuidoost-Azië kunnen profiteren van dergelijke verhuizingen. Ook de gevolgen voor deze landen heeft Hayat onderzocht: “Als buitenlandse bedrijven in zo’n land gaan produceren, noemen we dat buitenlandse investeringen. Die werken in de gehele breedte van de economie door. Nieuwe fabrieken zorgen voor nieuwe banen voor de lokale bevolking, zij zullen daarom meer gaan verdienen, geven dat geld ook weer uit, waar de lokale middenstand dan weer van profiteert en de overheid via belastingen.”

”Niet één land zal als grote winnaar uit de bus komen”

- Raphie Hayat, RaboResearch

Die positieve effecten zullen echter beperkt zijn, van korte duur en verspreid zijn over de regio. Dat maakt dat niet één land als grote winnaar van de Amerikaans-Chinese handelsoorlog uit de bus zal komen, zegt Hayat. “Ten eerste omdat de bedrijven die hun productie verhuizen, dat niet allemaal naar hetzelfde land doen vanwege de hierboven genoemde redenen. En als er toch overmatig vanuit één land naar de Verenigde Staten geëxporteerd zal worden, zal Trump ook dat land importtarieven opleggen. Ten derde is China voor de meeste Zuidoost-Aziatische landen een belangrijke afzetmarkt. De handel naar China vertegenwoordigt bijvoorbeeld meer dan tien procent van de totale export van Vietnam, Thailand en Taiwan. Als de Chinese economie verslechtert, wat een logisch gevolg is van de handelsoorlog, raakt dat ook de landen die naar China exporteren. Dat nadeel weegt vermoedelijk niet op tegen de voordelen van nieuwe buitenlandse investeringen.”