Afrikaanse boeren leren vooruitkijken

Van ‘handshake agreement’ naar langetermijnvisie

Hoe maak je boeren in Kenia duidelijk dat investeren in betere kwaliteit zaden en natuurlijke bestrijding meer oogst en daardoor meer geld oplevert? Vooral door het ze zélf te laten ervaren.

Van de tien snelst groeiende economieën ter wereld, liggen er zes in Afrika. Nederlandse bedrijven ontdekken ook steeds meer kansen om de Afrikaanse markt te betreden en om op lokaal niveau bij te dragen aan zaken als duurzaamheid en voedselzekerheid. Zo namen twee Nederlandse bedrijven in 2016 het initiatief om samen met ontwikkelingsorganisatie SNV boeren in Kenia uitleg te geven over het telen van groente. Op twaalf locaties kregen boeren trainingen en demonstraties.

“Onze zaden zijn duurder dan boeren in Kenia gewend zijn”, zegt Heleen Bos, projectmanager bij zaadveredelingsbedrijf Rijk Zwaan. “Daarom zijn demonstraties en trainingen voor ons een ‘must’. We kunnen wel zeggen dat we betere zaden hebben, maar dat moet je dan ook laten zíén.”

Biologische bestrijding

Koppert Biological Systems leert boeren over biologische bestrijdingsmethoden, zoals het inzetten van insecten of micro-organismen om plagen en schimmels te bestrijden. Ed Moerman, uitvoerend manager van Koppert Foundation: “We leren boeren in Kenia niet alleen te kijken naar de kosten van vandaag, maar naar de kosten en opbrengsten van de hele teelt.”

Gemis

Tijdens een evaluatie van dit project realiseerden Koppert en Rijk Zwaan dat ze twee essentiële dingen misten: financiering en een afzetmarkt. Bos: “Een irrigatiesysteem kost vijfhonderd euro en een kas, afhankelijk van de grootte, een paar duizend euro. Dat kan een boer in Kenia niet betalen, terwijl het een goede investering is om geld te verdienen. Banken hebben niet veel ervaring in de tuinbouw en zien vooral risico’s: te weinig regen, te veel regen, ziektes. Ze zijn nauwelijks bekend met succesvolle voorbeelden.”

”Kenia is in theorie een prachtig land voor landbouw”

- Madelon Pfeiffer, Rabo Foundation

Investeren

Zo kwam Rabo Foundation in beeld. Dit maatschappelijke fonds van de Rabobank helpt om de leefomstandigheden van boeren te verbeteren. “We geven boeren een lening in combinatie met een training”, zegt Madelon Pfeiffer, programmamanager Afrika. “Zo leert een koffieboer hoe hij het beste koffie kan verwerken, maar ook hoe hij toegang tot de markt krijgt.”

Financiering

Pfeiffer: “We hebben een kantoor in Kenia dat boeren helpt financiering op te halen bij een lokale partij. Maar vooralsnog lenen wij zelf het geld via boerencoöperaties of microfinancieringsorganisaties. Daarnaast kunnen boeren een lening aanvragen via Agri-wallet.”

Supermarkten en handelaars

Dan het tweede belangrijke element dat Koppert en Rijk Zwaan in het eerste project misten: een afzetmarkt. Als boeren dankzij betere zaden en bestrijdingsmiddelen meer gaan produceren, moeten ze hun groente uiteraard ook kunnen verkopen. Bos: “Het is belangrijk om de keten van boer tot supermarkt zo kort mogelijk te houden, zodat er niet te veel partijen tussen zitten. Anders moet het product zo goedkoop mogelijk bij de boer vandaan komen en ligt het uiteindelijk alsnog voor veel geld in de schappen. We wilden daarom efficiënte ketens inrichten door supermarkten en handelaren direct afspraken te laten maken met de boer.”

”De keten van boer tot supermarkt moet zo kort mogelijk blijven”

- Heleen Bos, Rijk Zwaan

Kortetermijndenken

Het vinden van de juiste partners bleek lastig. “We zijn daarover meerdere keren gestruikeld”, zegt Moerman. “Dan dachten we dat het goed zat, maar bleek dat toch niet het geval. Boeren houden zich bijvoorbeeld niet altijd aan de afspraken die ze maken met hun afzetpartner, omdat ze kortetermijndenken. Als een ander een hogere prijs biedt, verkopen boeren aan die partij. Zij zien niet in dat continuïteit in afzet minstens zo belangrijk is, ook al is dat tegen een iets lagere prijs.”

“Het maximale dat we er tot nu toe uit kunnen halen, is een ‘handshake agreement’”, aldus Bos. “Boeren en supermarkten maken mondelinge afspraken, maar ze willen die niet op papier zetten. Op lange termijn willen ze de vrijheid om te kiezen voor een andere partij als dat hen beter uitkomt.”

“De bedoeling is dat lokale partijen het volgend jaar overnemen.”

- Heleen Bos

Transport

Een andere uitdaging is het transport. Pfeiffer: “We zitten nu zo dicht mogelijk bij Nairobi. We willen opschalen, maar je moet rekening houden met bederfelijkheid van groente. Een boer kan honderd kilometer van Nairobi gevestigd zijn, maar is door slechte wegen wel drie uur onderweg.”

Moment van de waarheid

2019 is het laatste jaar van het driejarige project. Bos: “De bedoeling is dat de lokale partijen het volgend jaar overnemen, zonder dat wij vanuit Nederland ons daar nog mee bemoeien.” Moerman: “We hebben geleerd dat we niet te hard moeten trekken, maar ze stimuleren om het zelf te doen. Hoe meer wij voor ze regelen, des te minder het daar gaat draaien. Daarom leggen we de verantwoordelijkheid en uitvoering nadrukkelijker lokaal neer.”

”Hoe meer wij voor ze regelen, hoe minder het daar gaat draaien”

- Ed Moerman, Koppert Foundation

Boerengroepen

Moerman: “Aan dit project doen veel kleine boeren mee, die we niet allemaal persoonlijk kunnen begeleiden. Daarom werken we samen met groepen waarin boeren kennis en ervaringen delen en van elkaar leren. Volgend jaar willen we meer boerengroepen vinden, zodat we voldoende kritische massa hebben om te zien of het optuigen van een keten met kwalitatieve producten werkt.”

“Voor Koppert en Rijk Zwaan ligt er op termijn een business case”, aldus Pfeiffer. “Voor de Rabobank zit dat er nog niet in. Als we kunnen laten zien dat geld uitlenen aan boeren rendabel is, hopen we dat lokale partijen ook financiering gaan verstrekken tegen acceptabele kosten.”

Lees het volledige interview op RTL Z.