Meer spaargeld door betere spaargewoonten en meer zelfbeheersing

Psychologische factoren kunnen sparen in de weg staan. Spaarmethoden zoals periodiek en automatisch sparen of kleine drempels inbouwen om bij geld te komen vergroten de kans op meer spaargeld. Dat blijkt uit onderzoek van RaboResearch.

“Sparen vereist zelfbeheersing en dit maakt het vaak moeilijk”, vertelt econoom Carlijn Prins. “Betere spaargewoonten en mechanismen die huishoudens helpen meer zelfbeheersing uit te oefenen kunnen daarom helpen bij het opbouwen van meer spaargeld.”

Bijna een derde van de 20- tot 45-jarigen spaart over het algemeen genomen niet, zo blijkt uit een nieuwe enquête die in opdracht van de Rabobank is gehouden onder een representatieve groep van 1.019 Nederlanders tussen de 20 en 45 jaar. Uiteraard speelt hierbij het inkomen een rol, maar ook andere sociaaleconomische factoren, zoals het opleidingsniveau, zijn belangrijk. (RaboResearch, 2018). Toch is er meer aan de hand. Want zo’n veertien procent van de huishoudens tussen de 20 en 45 jaar met een inkomen van 5.000 euro per maand of meer, en dertien procent van de hoogopgeleiden, heeft minder dan 3.000 euro spaargeld. Zij zitten daarmee onder de minimale financiële buffer die het Nibud adviseert voor een alleenstaande op bijstandsniveau.

Zelfbeheersing nodig om te sparen

Psychologische factoren verklaren een deel van de verschillen tussen huishoudens. RaboResearch-econoom Carlijn Prins legt uit: “Om te sparen moet je jezelf kunnen beheersen en dat is lastig, want van nature zijn we meer gericht op het heden dan op de toekomst. Hierdoor ontstaat er een conflict tussen doelen voor de korte termijn, zoals het geluksgevoel dat ontstaat door de aanschaf van een paar mooie hakken, en spaardoelen voor de lange termijn, zoals het kopen van een huis. Om een spaarpot op te bouwen, moeten consumenten dit soort verleidingen dus met enige regelmaat weerstaan. Wetenschappelijk onderzoek wijst dan ook uit dat mensen met meer zelfbeheersing inderdaad meer sparen.”

Automatisch sparen helpt

Voor wie (meer) wil sparen, kan het dus handig zijn als ze daarvoor minder zelfbeheersing nodig hebben. Wetenschappelijk onderzoek wijst erop dat spaargewoonten en zelfbeheersingsmechanismen kunnen helpen bij het opbouwen van spaargeld. Prins: “Uit onze enquête blijkt bijvoorbeeld dat degenen die handmatig periodiek, zoals elke maand, een flexibel bedrag sparen, een significant grotere kans hebben om meer spaargeld te hebben. Door een handeling regelmatig uit te voeren, kan dit een gewoonte worden. Hierdoor is er minder zelfbeheersing en mentale inspanning nodig omdat de spaarbeslissing in feite al is genomen.”

”Onderzoek wijst uit dat mensen met meer zelfbeheersing meer sparen”

- Carlijn Prins, RaboRearch

“Ook gebruiken sommige huishoudens spaarmechanismen die helpen bij het uitoefenen van zelfbeheersing zoals automatisch sparen. We vonden een positieve significante relatie tussen periodiek ‘automatisch’ een vast bedrag sparen en de hoogte van het spaargeld. Door automatisch geld over te laten boeken, vermijden mensen dat ze elke maand een bewuste spaarkeuze moeten maken. Er hoeft slechts eenmalig een spaarbeslissing te worden genomen en er is geen zelfbeheersing nodig op het moment dat het spaargeld wordt overgeboekt. Daarmee faciliteert deze spaarmethode het spaargedrag.”

Drempels opwerpen om bij eigen spaargeld te komen

Een andere methode die huishoudens helpt bij het uitoefenen van zelfbeheersing is het creëren van een (kleine) drempel om aan het eigen spaargeld te komen, waardoor het lastiger is om het spaargeld direct uit te geven. Prins: “Deze spaarmethode weerhoudt mensen ervan om geld over te boeken voor een impulsieve aankoop, waardoor een korte afkoelperiode ontstaat. We hebben het effect van dit soort kleine drempels onderzocht met drie spaarmethoden: sparen op een spaarrekening die niet is gekoppeld aan een betaalrekening, sparen op een rekening met een vaste looptijd en sparen door te beleggen. Uit onze analyse blijkt dat ze alle drie samenhangen met meer spaargeld.”

De keuze voor een spaarmethode hangt voor een deel waarschijnlijk samen met de hoogte van het spaargeld. Prins: “Wie al voldoende spaargeld heeft als financiële buffer voor een schok in de inkomsten of uitgaven, gaat wellicht op zoek naar een hoger verwacht rendement. Dat betekent dat zij waarschijnlijk bereid zijn om een deel van hun spaargeld langer vast te zetten of te beleggen in minder liquide of riskantere activa. Opvallend is dat sparen op een spaarrekening die niet is gekoppeld aan een betaalrekening een positieve relatie heeft met de hoogte van het spaargeld. Want hierbij liggen de liquiditeit en het risico dicht bij die van een spaarrekening die wel is gekoppeld, en is het verschil vooral dat er een kleine additionele administratieve drempel is om geld over te boeken.”

Lees hier het volledige onderzoek van RaboResearch