“Je verspilt minder als je méér uit grondstof haalt”

Lamb Weston is wereldwijd de tweede grootste producent van diepgevroren aardappelproducten. Europese joint-venture Lamb Weston / Meijer gebruikt zeven procent meer van zijn aardappels dan in 2008 en wil verspilling nog verder terugdringen.

Lamb Weston / Meijer (LWM) verwerkt in Europa jaarlijks 1,5 miljard kilo aardappelen in zes fabrieken tot diepgevroren voorgebakken frites, aardappelspecialiteiten en gedroogde aardappelvlokken. LWM is al ruim twintig jaar een van de huisleveranciers wereldwijd van de bekende frietjes van McDonald’s. Het was onder andere deze klant die Jolanda Soons-Dings, Sustainability Program Leader bij LWM, in 2010 inspireerde om een duurzaamheidsprogramma te ontwikkelen.

Soons: “McDonald’s stelt hoge eisen aan haar leveranciers op het gebied van voedselveiligheid, consistente kwaliteit en herkomst van grondstoffen en loopt voorop in de verduurzaming van de keten. Hierdoor raakte ik geïnteresseerd in het duurzamer maken van onze éígen keten. Ik overtuigde onze directie om een eigen duurzaamheidsstrategie en -beleid voor LWM op te stellen. Duurzaamheid is nu stevig verankerd in onze ambitie, bedrijfsstrategie en operationele business. Ook onderscheiden we ons positief op dit thema van concurrenten en andere bedrijven in de levensmiddelenindustrie.”

“Duurzaamheid is nu verankerd in onze operationele business”

- Jolanda Soons-Dings, Lamb Weston / Meijer

Meten is weten

Een van de belangrijkste thema’s in het duurzaamheidsbeleid van LWM is ‘Aardappel & Afval’. Soons: “Van de anderhalf miljard kilo aardappelen die jaarlijks bij ons binnenkomen, maken we ongeveer 800 miljoen kilo eindproducten. We meten alle inkomende en uitgaande volumes nauwkeurig, omdat dit ons bedrijfsrendement in sterke mate bepaalt. Of zoals ze in het Engels zeggen: ‘what gets measured gets managed’.

Ongeveer vier procent van het totale aardappelvolume dat we ontvangen bestaat uit ‘tarra’, aanhangende grond en stenen, een onvermijdbaar verlies. Tijdens verwerking, vooral het drogen en voorbakken, gaat een kwart van de totale massa verloren door verdamping. Aardappelen bestaan namelijk gemiddeld voor ongeveer 82 procent uit water. En jaarlijks verlaat 350 miljoen kilo ons bedrijf als onvermijdbare reststroom, zoals stoomschillen. Het grootste deel daarvan (71 procent), zo’n 250 miljoen kilo, krijgt een lokale bestemming als veevoer.”

De hele aardappel benutten

Om beter inzicht te krijgen in wat er verloren ging in het traject tussen veld en vork en waar goede verbeterkansen liggen, voerde LWM in 2013 een ‘verlies- en verspillingstudie’ uit. “Onze filosofie is dat je de meeste milieuwinst behaalt als je efficiënter omgaat met je grondstoffen. Voorkómen van voedselverlies heeft dus onze hoogste prioriteit”, zegt Soons.

“We hebben onszelf in 2011 een ambitieuze doelstelling gesteld: in 2020 willen we tien procent meer van onze aardappelen benutten dan dat wij in 2008 deden. Onze teller staat nu op zeven procent. Dat betekent dat we naast zeven procent minder aardappelen ook minder land, minder water en minder energie gebruiken om dezelfde hoeveelheid eindproduct te produceren. Onze product-CO2-voetafdruk is nu twintig procent lager dan tien jaar geleden.”

Nieuwe verdienmodellen

Om de doelstelling voor 2020 te behalen, besloot LWM te investeren in de aanstelling van een ‘manager byproduct valorisation’: iemand die de strategie voor verwaarding van restproducten ontwikkelt en daar nieuwe verdienmodellen aan koppelt.

Soons: “In de stoomschillen die in veevoer belanden, zitten nog veel hoogwaardige voedingsstoffen, zoals eiwitten en suikers. Samen met Wageningen University & Research hebben we onderzocht of we die er rendabel uit kunnen halen, om daar een andere voedingsstof van te maken. Ook onderzoeken we of we met de stukjes friet die te kort zijn voor onze producten een nieuwe aardappelspecialiteit kunnen ontwikkelen. Die stukjes belanden nu nog in veevoer. Liever maken we er lekkere, nieuwe aardappelproducten van, verantwoord en glutenvrij.”

“Je verspilt minder als je méér uit grondstof haalt”

- Jolanda Soons-Dings, Lamb Weston / Meijer

Gezonde bodem voor een gezonde toekomst

In 2018 heeft LWM een nieuw kernthema toegevoegd aan de duurzaamheidsstrategie: duurzame teelt. “We hebben een plan ontwikkeld voor duurzame teelt, waarbij we al onze 700 telers in Europa gaan betrekken en in de komende drie jaar actief mee aan de slag gaan. Dit omvat kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen voor bodemgezondheid, waterverbruik, broeikasgasemissies, gewasbeschermingsmiddelen en biodiversiteit. Het doel is om leverzekerheid van aardappelen veilig te stellen op de lange termijn.

Om bodemgezondheid te monitoren gebruiken we een methodiek die individuele verbetering aantoonbaar maakt, om telers zo te stimuleren aan bodemgezondheid te werken.

Tips voor andere bedrijven

Om ook buiten de eigen keten voedselverspilling tegen te gaan, maakt Lamb Weston / Meijer deel uit van het Taskforce Circular Economy in Food, geïnitieerd door Wageningen University. De taskforce brengt Nederlandse bedrijven, andere organisaties, wetenschappers, overheid en consumenten samen om in 2030 voedselverspilling in de gehele keten met de helft te verminderen. In lijn met Sustainable Development Goal 12.3. Het terugbrengen van verspilling bespaart immers kosten en kan zelfs geld opleveren, weet Soons. Maar je zult allereerst moeten investeren.

“Om het management te overtuigen, moet je op zoek naar de ‘sweet spot’, waar strategie, focus en financieel rendement samenvallen. Het is waardevol om inzicht en overzicht te creëren in je grondstofverliezen en verspilling. Maak je massabalans en laat zien waar kansen liggen voor kostenbesparing. Kijk waar je grootste kansen zitten om deze investeringen terug te verdienen en waarmee je je positief kan onderscheiden in je waardeketen. En test deze kansen op een businesscase-manier: wat moet ik ervoor doen en wat levert het op? Dat opent echt ogen.”