Meer dan genoeg zonder ploeg: de opkomst van ‘no-till’

Kan deze methode de bodem beschermen en de wereld voeden?

Gewassen verbouwen zonder ploegen (no-till-landbouw) is populair. Het beschermt de bodem en verbetert de kwaliteit van het land. Maar waarom slaat het in sommige gebieden beter aan dan in andere? En kan het traditionele technieken vervangen?

Eeuwenlang ploegden boeren het land om voordat ze hun gewassen inzaaiden. Aanvankelijk handmatig, met eenvoudige apparatuur. Vervolgens met ploegen die voortgetrokken werden door vee, en uiteindelijk met gemotoriseerde machines. Tot in de late jaren zeventig ploegden akkerbouwers steevast de bovenste laag van de akkergrond om. Een alternatief was nog niet voorhanden.

In de jaren tachtig kenterde de zaak. In de VS spanden boeren zich in voor het verbeteren en behouden van de bodemkwaliteit. De tijd was rijp voor ‘no-till-farming’, een manier om de bodem te bewerken zónder ploegen. Dit kwam niet alleen de bodemkwaliteit ten goede, het gaf ook nog eens een boost aan de werkgelegenheid, en er werden brandstofkosten bespaard. Tegelijkertijd rezen de nodige vraagtekens rondom traditionele teelt, waardoor milieuproblematiek aan de orde van de dag was. Denk aan bodemerosie, overstromingen, nitraatlekken in het water en biologische voedingstekorten in de bodem. De hoogste tijd dus voor een nieuwe manier van denken.

Bodemcontrole

Met de no-till-methode worden zaden direct met specialistische beplantingsapparatuur in onbewerkte grond gezaaid. Het oogstrestant van voorgaande seizoenen blijft op het veld liggen om te decomposteren en de bovenste bodemlaag te beschermen. Door deze methode wordt het vocht in de bodem beter vastgehouden en is zowel de biodiversiteit als de potentiële oogst groter. Kortom, deze nieuwe methode biedt veel voordelen ten opzichte van traditionele landbouwtechnieken.

De methode is populair in de VS, Brazilië en Australië; regio’s met een overvloed aan land en grootschalige boerderijen. No-till is uitermate geschikt voor een droog klimaat, omdat die methodiek het vocht in de bodem beter vasthoudt.

“Met ploegen ontneem je de grond waardevol organisch materiaal”

- Harry Smit, RaboResearch

Van landbewerking naar landherstel

Als je niet ploegt, heeft dit bovendien een gunstig effect op de bodemkwaliteit. “Met ploegen ontneem je de grond waardevol organisch materiaal”, zegt Harry Smit, Senior Analyst Farm Inputs bij de Rabobank. “Met no-till blijft dat organische materiaal in de grond. Er is bovendien meer natuurlijke activiteit van organismes zoals insecten en wormen in onbewerkte grond. Dat scheelt doorgaans een stuk in de bemesting.”

No-till-boer John Cherry, betrokken bij de jaarlijkse Groundswell bodemherstel-conferentie in Engeland, gaat zelfs nog een stap verder. “Ploegen is rampzalig voor de biologische gezondheid van de bodem”, luidt zijn oordeel. “De bodem herbergt een dynamisch ecosysteem – een regenwoud voor minima – en door het ploegen wordt dat prachtige ecosysteem te veel blootgesteld aan zon en regen die het ecosysteem beschadigen. Als je de bodem met rust laat, werkt het complexe ecosysteem exact zoals het bedoeld is. Bovendien heb je niet zoveel bemesting en sprays nodig, omdat het organisch materiaal in de grond blijft en de wortels van de gewassen intact blijven.”

“Ploegen is rampzalig voor de biologische gezondheid van de bodem”

- John Cherry, Groundswell

Jonge maïsplanten op een no-till-akker

Minder energieverspilling, minder uitstoot

Niet enkel de bodem heeft baat bij no-till, ook de rest van het milieu vaart er wel bij. Steve Nicholson, Vice-President RaboResearch Food & Agribusiness: “Je bespaart energie omdat je geen brandstof nodig hebt voor een tractor die het veld moet omploegen. En doordat er minder bodemverdichting is, is de kans op overstromingen kleiner. In voorgaande jaren hebben no-till-boerderijen ‘bodembedekkende gewassen’ ontwikkeld, die de bodem niet alleen essentiële voedingsstoffen geven, maar deze voeding ook in de bodem houden.”

Ook andere no-till-praktijken, zoals het planten van zogeheten ‘bufferstrips’, zijn goed voor het milieu. Deze strips houden geërodeerde bodem tegen, zodat die niet in het nabije water belandt en besmet wordt met nitraten. Maar Cherry gelooft dat no-till nog veel meer potentie heeft. “Een primaire functie van de bodem is het vasthouden van koolstof. Hoe meer koolstof in de bodem, hoe beter”, vertelt hij. “Tweederde van de overmatige koolstofuitstoot in de atmosfeer is afkomstig van bodem die is uitgeput door overmatig ploegen en grazen. No-till kan op lange termijn helpen om overmatige koolstofuitstoot te verminderen.”

Een omgeploegd veld in Engeland. No-till-landbouw is relatief gezien nog steeds een nichepraktijk in Europa

Europa ploegt verder

Je zou bijna denken dat zo’n milieuvriendelijk alternatief met kans op grotere oogst en betere bodemkwaliteit een wereldwijde standaardprocedure is. Toch is no-till nog een relatieve niche in Europa, terwijl het in de VS en Australië al zo’n negentig procent van de landbouwpraktijk beslaat. Europa ploegt intussen lustig verder, vooral in het noorden van het continent. Volgens Cherry is de langzame aanpassing in Europa zowel te wijten aan een starre houding als aan de schijnbare ongeschiktheid van de regio. “De grootste aversie tegen no-till zit tussen de oren”, zegt hij. “Mensen zijn zo geobsedeerd door de opbrengst, dat dit vaak ten koste gaat van winst. Ze zijn terughoudend met het opgeven van traditionele landbewerkingsmethodes, zelfs al zou dat uiteindelijk leiden tot hogere opbrengsten.”

”Bodembescherming moet topprioriteit zijn, maar dat is het niet”

- John Cherry, Groundswell

Cherry vertelt ook dat het bij agrarische instituties vaak aan enthousiasme ontbreekt. “Universiteiten en de overheid tonen weinig interesse in deze methode. Alle onderwijscursussen en overheidssubsidies voor landbouw zijn gericht op meer productie en winst voor grote corporaties, niet op het ontdekken van nieuwe manieren om meer opbrengst te genereren met minder input. Bodembescherming zou een topprioriteit moeten zijn in ons landbouwbeleid, maar dat is het niet. Toch stijgt de populariteit van no-till, ondanks de Noord-Europese tegenzin. Steeds meer mensen zien de voordelen, mede omdat ze moeite hebben hun broodnodige opbrengst bijeen te sprokkelen met behulp van de vertrouwde high-input systemen. Maar we moeten de overheid ook aan onze zijde krijgen en een systeem ontwikkelen om no-till op gepaste wijze te stimuleren.”.

“In Australië ben je een uitzondering als je géén no-till inzet”

- Wes Lefroy, RaboResearch

Best practice in Australië

De praktijk in Australië is anders. Daar is no-till ‘best practice’ sinds de invoering in de jaren zeventig. “De boeren in West-Australië hadden last van een droge, zanderige bodem. Ze wilden het organische materiaal in de bodem behouden en bodemerosie tegengaan. De invoering van no-till was dus gedreven door noodzaak, het was een oplossing voor hun bodemproblemen”, zegt Wes Lefroy, Agricultural Analist bij Rabobank Sydney, Australië. “Sindsdien is no-till, mede dankzij de steun van landbouwcorporaties en wetenschappelijk bewijs, zeer populair in Australië. Je bent hier een uitzondering als je géén no-till toepast.”

Vanuit Australisch perspectief is no-till efficiënter. De boerenbedrijven zijn groot en de arbeidskosten laag. Bovendien zijn de opbrengsten groter: no-till-landbouwers hebben geen enkel probleem met schaalbaarheid. “Verbeterde strategieën voor onkruidbeheer en betere sproeitechnologie droegen bij aan de snelle implementatie van no-till in Australië”, aldus Lefroy.

VS: een no-till-ploeger zaait sojabonen in de VS Photo: United Soybean Board

Toekomstfocus: precisieplanten

Door de hele VS werken boeren volgens de no-till-methode. Volgens Nicholson is het al ‘common practice’ sinds het begin van de jaren tachtig. Elke akker op de Corn Belt past no-till of minimale bodembewerking toe. Nicholson gelooft bovendien dat no-till een antwoord kan bieden op het wereldwijde, groeiende voedselvraagstuk. Volgens Nicholson ligt de nadruk in de VS nu uitdrukkelijk op het verbeteren van de uitvoer en het verfijnen van de huidige technologie. “De toekomst van no-till in de VS draait echt om vooruitgang op het gebied van beplanting en technologie,” vertelt hij. “We zijn bezig met een technologie voor precisiebeplanting, waarmee we zaden in specifieke gebieden planten en de bemesting naar rato verdelen, afhankelijk van de bodemsamenstelling en plantbehoeften. Dit is de volgende grote ontwikkeling die we zullen zien.”

Volgens Nicholson is dit geen toekomstmuziek. De technologie ontwikkelt snel – sommige machines kunnen al verschillende zaden in dezelfde rij zaaien. In Australië is optimalisering van het systeem de volgende stap, volgens Lefroy. “Er zijn zo veel verschillende aspecten mee gemoeid: de fysieke, chemische en biologische componenten van de bodem. Het gaat om de interactie van deze drie aspecten en de best practices daaromheen. Op die gebieden zullen we in de toekomst vorderingen zien.”

“Traditionele boerderijen hebben soms maar 40 tot 50 oogsten”

- John Cherry, Groundswell

Lessen voor de toekomst van akkerbouw

Voor John Cherry is het potentieel van no-till in Europa nog te realiseren. “Meer boeren staan aan onze zijde en zien dat ze moeten veranderen om resultaat te boeken”, zegt hij. “Maar het is nog lang niet genoeg. Het is beangstigend dat sommige traditionele boerderijen in het huidige systeem slechts tussen de veertig en vijftig oogsten hebben. Maar door alle verhalen uit de VS, waar nieuwe technieken de landbouw ten goede veranderen, geloof ik dat de toekomst van no-till ook hier rooskleurig is.”