Rethinking Growth: “Kanker is acuut. De uitputting van de aarde voor velen nog niet”

Kunstenaar en kankeronderzoeker behandelen ‘groei’

Artist in residence bij de Rabobank, Arne Hendriks, gaat in gesprek met ‘opinion leaders’ uit verschillende kennisgebieden over de vraag ‘Wat is groei?’ Met deze keer: wat kunnen economen leren van kankeronderzoek?

Vanuit economisch perspectief betekent groei vooruitgang, maar in de kankertherapie betekent groei dood. Hendriks spreekt met prof. Dr. Geert Kops, hoogleraar moleculaire tumorcelbiologie aan de Universiteit Utrecht en leider van een onderzoeksgroep binnen het Hubrecht Insituut.

Arne Hendriks: “Ik wil weten wat groei is. Net als anderen heb ik het grootste deel van mijn leven gedacht dat ik wist wat het was, en dat het in principe goed was. Nu weet ik dat echter niet meer. En daarom ga ik op zoek, door in gesprek te gaan met verschillende mensen. Binnen en buiten de bank.

Met enige regelmaat wordt de destructieve manier waarop we globaal onze economie op dit moment hebben ingericht vergeleken met kanker. Geen fijne boodschap, maar wel een waar ik als kunstenaar en artistiek onderzoeker mee aan de slag kan. Want als het waar is, moeten we misschien eens met een andere blik naar economie en kankeronderzoek gaan kijken. In 2017 organiseerde ik een serie dialogen tussen economen en kankeronderzoekers vanuit de gedachte dat zij van elkaar kunnen leren. Geert Kops was een van hen. Waar in de economie het principe van continue groei nog hoog in het vaandel staat is groei, en met name ontspoorde groei, binnen het kankeronderzoek datgene dat bestreden wordt. Tegelijkertijd denk ik dat wanneer kankeronderzoek kijkt naar ontwikkelingen in de economie, zoals allerlei praktische manieren om groei te stimuleren, innovaties, financiële injecties, herinterpretatie van wetgeving, dat daarin misschien patronen, manieren van denken en doen zijn te ontdekken, die ook op de schaal van de cel tot nieuwe inzichten kunnen leiden.

Geert, wat is groei?”

Geert Kops: “Groei zou wel eens de ‘default state’, de standaard situatie, kunnen zijn in de biologie. Zonder groei is er simpelweg geen evolutionair proces mogelijk. Pure evolutie is gebaseerd op groei, op vermeerdering. Je moet van één organisme dat een succesvolle eigenschap bezit, er tien kunnen maken. Het feit dat wij hier praten komt omdat er groei is. Ik kan me binnen het evolutionair proces niets voorstellen waarin groei niet essentieel is. Er waren wel omgevingen waar geen groei was, maar die zijn er nu niet meer.”

“Ook binnen de economie betekent groei vooruitgang. Groei is de heilige graal. Maar we hebben ook geconstateerd dat die preoccupatie met groei zeer schadelijke gevolgen heeft en, zoals het cliché wil, in sommige opzichten kan worden vergeleken met een kanker – in de zin dat die groeit voor eigen doeleinden en niet meer ten opzichte van het geheel. Jij en je team doen onderzoek naar celdeling en de relatie met kanker. Wat is die relatie?”

“Een menselijk lichaam maakt ongeveer 100 biljoen celdelingen mee in zijn of haar leven. Dat kan een keer fout gaan. Meestal levert dat geen probleem op en repareert de cel de schade zelf. Soms gaat het dermate fout dat de dochtercel niet levensvatbaar is en wordt afgevoerd. Problematisch wordt het echter als de schade niet te repareren is én de cel niet dood gaat, want dan kan kanker ontstaan. Ik wil uitzoeken hoe dat precies zit. Of het bijvoorbeeld een oorzaak is voor het ontstaan van kanker of een symptoom van de ziekte. Bij ongeveer zeventig procent van alle kankers worden er tijdens de celdeling fouten gemaakt in de chromosoomsplitsing. Een chromosoom is het deel van een cel dat genen bevat en bestaat uit DNA en eiwitten. Een gezonde cel zou hieraan doodgaan, maar kankercellen trekken zich van een verkeerde chromosoomsplitsing niks aan en gaan gewoon door met delen. Voor hen is het een voordeel om tijdens de celdeling fouten te maken. Dat stelt ze namelijk in staat om snel het ‘genoom’, de genetische samenstelling van de cel, te veranderen en daardoor kunnen ze makkelijk nieuwe eigenschappen oppikken. Je kunt kanker zien als evolutie op een korte tijdschaal.”

“Je bent een moleculair celbioloog en vertelt daarover dat je probeert ‘cellen te begrijpen vanuit een moleculair perspectief’. Wat bedoel je daarmee?”

“Je leert begrijpen hoe leven werkt als je weet hoe moleculen in een cel werken. Ik kijk met name naar de verdeling van het genetische materiaal, verdeeld in chromosomen. In het genetisch materiaal zit een hele handleiding aan informatie die een cel nodig heeft om goed te functioneren. Voordat een cel in tweeën deelt, kopieert hij die informatie, zodat beide cellen na de deling over gelijke informatie beschikken. Cellen bestaan uit samenvoegingen van allerlei moleculen die op hun beurt weer een scala aan activiteiten kunnen vertonen. Sommige moleculen kunnen ‘lopen’ over structuren in de cel, anderen kunnen ‘knippen’, ‘kopiëren’ en weer anderen transformeren, waardoor er weer een nieuwe activiteit ontstaat. Deze celactiviteiten worden overigens streng gereguleerd; dáár mogen ze knippen en niet hier. En die activiteiten zijn allemaal ‘dom’: mechanismen zorgen ervoor dat A plaatsvindt op een bepaalde plaats, voordat B plaatsvindt. Dat proberen wij te snappen voor één specifiek proces en dat is celdeling. Wat wij onderzoeken is: wat zorgt voor de verdubbeling van alle componenten van een cel?”

“Wat bedoel je met ‘domme cel-activiteiten’?”

“Dat is fysica, natuurwetten. Een cel ‘denkt’ niet. Vanuit menselijk perspectief zouden we kunnen denken dat cellen iets ‘sturen’ of een ‘eigen wil hebben’. Maar uiteindelijk zijn het toch moleculen en atomen die ‘domme acties’ uitvoeren. Wanneer je extreem terug redeneert, zijn jij en ik ook het gevolg van ‘domme processen’. Dan heb ik het niet alleen over lichamelijke groei door hormonen, maar ook het ontstaan van menselijke eigenschappen. Menselijke wilskracht of denkpatronen bijvoorbeeld, zijn ‘emergente’ eigenschappen van onderliggende moleculen en hun interacties. Die hebben geen eigen elementaire deeltjes of structuren. Wanneer je dat probeert te verklaren buiten de leer van de fysica, kom je in de sfeer van religie terecht. Maar daar kan ik als wetenschapper niets mee. Dat wil overigens niet zeggen dat cellen die ‘dom’ zijn niet iets prachtigs kunnen maken. Kijk naar ons vermogen om te creëren; uiteindelijk zijn domme cellen ook verantwoordelijk voor De Vijfde Symfonie van Beethoven.”

“Uiteindelijk zijn jij en ik ook het gevolg van ‘domme processen’”

- Dr. Geert Kops, Utrecht University

“Ik voel me daar erg aan verwant. Er is altijd iets ‘doms’ aan de manier waarop ik onderzoek. Als kunstenaar kan ik dat echter wat makkelijker accepteren. Ik voel me aangesproken door de schilder Karel Appel die ooit zei dat hij maar wat ‘aanrotzooit’. Uiteindelijk hoop ik dat er net zulke krachtige ’schilderijen’ rondom het begrip groei gaan ontstaan als Appel tot stand heeft gebracht met zijn persoonlijke onderzoek in verf en expressie. Dat jij dat specifieke woord nu gebruikt werkt bevrijdend voor me, en hopelijk bevrijdend voor dit collectieve onderzoek naar de betekenis van groei. Is de wetenschappelijke methode in oorsprong ook ‘dom’?”

“Er zijn grote wetenschappers die dat inderdaad op die manier hebben geformuleerd. Niels Bohr, een Deense natuur- en scheikundige, zei dat een belangrijk aspect aan het bedrijven van wetenschap is om zo raar mogelijke experimenten uit te voeren en je vervolgens te laten verrassen door wat je ziet. In principe is dat dom; je schiet wat in het wilde weg. Maar dan schiet je toch een keer raak en gebeurt er iets dat je niet snapt. En dan komt er intelligentie bij kijken, om dat moment op te merken en vervolgens te onderzoeken.”

“Ja, ik heb begrepen dat ons lichaam verbluffende controle- en evenwichtsmechanismen kent die ervoor zorgen dat een cel zich niet verder deelt zodra een stabiele gezonde situatie is bereikt, ‘homeostasis’ genoemd. De economie heeft ook controle- en evenwichtssystemen maar die zijn meestal juist op de bevordering van groei gericht. Steady-state, de economische tegenhanger van de lichamelijke homeostasis, staat niet hoog op de economische agenda. In de maatschappij zien we eerder steeds meer deregulering terwijl een cel juist zo’n gereguleerd systeem is.”

“Zoals aangegeven zijn gezonde cel-activiteiten zeer streng gereguleerd. In een meercellig organisme mag de cel die naast de hartcel ligt bijvoorbeeld niet ineens iets ‘raars’ gaan doen, want dan valt het hele systeem uit elkaar. Dus juist in ons lichaam, een veelcellig mechanisme, is er continu sprake van het ‘indammen’ van ontwikkelingen. Er wordt via een mechanisme de hele tijd een rem op activiteiten gezet. Alleen kankercellen letten daar niet meer op. Wanneer je naar een tumor kijkt, of het weefsel van waaruit een tumor kan ontstaan, dan is de situatie daar continue deregulatie, een ééncellige die doet wat hij wil.”

Dr. Geert Kops


“In de economie hebben we het ook steeds over groei. Ik vraag me af of het daarvoor het juiste woord is, zo’n uit de natuur geleende term. We hebben zo weinig nuance als we het hebben over groei. Dat komt omdat we een vrij klein vocabulaire hebben over wat het nu precies is. Je kan zeggen ‘toename’ of ‘accumulatie’, maar dat is allemaal zo kwantitatief. Ik ben eigenlijk op zoek naar een verrijking, zodat we wat meer instrumenten ter beschikking hebben als we praten over groei. Vind jij groei een goed woord voor het vakgebied waar jij mee bezig bent?”

“Als ik over ‘groei’ spreek heb ik het eigenlijk over ‘vermenigvuldiging’. In de wetenschap moet je heel specifiek zijn in wat je zegt. Je kunt niet spreken over groei, als je vermenigvuldiging bedoelt. Die fout wordt weleens gemaakt. Dan hebben collega’s het over celgroei, maar bedoelen ze cel-vermenigvuldiging. Pure celgroei is wanneer de cel twee of tien maal zo groot wordt voordat hij splitst. En daar zit een limiet aan. Vermenigvuldiging is als één cel naar twee cellen gaat, dan vier, acht en verder. Daar zit in principe geen limiet aan. In de biologie betekent vermenigvuldiging ‘overleving’ en speelt een essentiële rol in aanpassingsvermogen. Als er binnen een biotoop maar één entiteit blijft, dus niet vermenigvuldigt, en er verandert iets in de omgeving, dan is aanpassing heel lastig. Onze kinderen passen zich al veel makkelijker aan een nieuwe situatie aan dan wij. Zo is dat met cellen ook. Misschien ligt daar ook wel een interessante parallel met economie. Dat je dus een bepaalde groei nodig hebt om variatie te creëren in het systeem, waardoor je om kan gaan met nieuwe uitdagingen.”

”Onze kinderen passen zich veel makkelijker aan dan wij”

- Arne Hendriks, Artist-in-residence

“Een van de vreemde paradoxen in de relatie tussen kankeronderzoek en de economie is dat de laatste meer ruimte laat voor de invloed van het menselijk verlangen. De economie lijkt eerder op ideologie dan op feiten gebaseerd en doet daarom wellicht een groter beroep op onze fantasie. Een kankeronderzoeker komt uiteindelijk altijd bij de cel terecht om het groeiraadsel op te lossen, terwijl de econoom alleen maar kan terugvallen op percepties van het menselijk verlangen. De paradox is dat hetzelfde principe dat momenteel verantwoordelijk is voor veel destructieve ideeën binnen de economie ook de oplossing kan zijn wanneer we andere ideeën gaan omarmen.”

“Daar kom je op het verschil tussen sociale en exacte wetenschap. Exacte wetenschap is gebonden aan natuurwetten. De kennis van een sociale wetenschap, zoals economie, is meer contextgebonden; met invloed van waarden, emotie en politiek. Misschien maakt het die kennis enigszins relatief. Exacte wetenschappers zijn nooit tevreden voordat ze de volgende stap begrijpen. Ik weet niet of het met economen zo is, maar ik kan me voorstellen dat die niet de diepte in willen. Omdat ze dan misschien structuren tegenkomen, die zij of wij als maatschappij op dat moment liever niet willen weten of zien. Of er spelen andere belangen. Bij exacte wetenschap is dat precies andersom, heeft een ander doel. Wij willen iets heel nauwkeurig snappen.”

“Ik zeg altijd dat ik het geweldig vindt dat jullie kanker proberen te begrijpen en daardoor op te lossen. Maar dat het ook belangrijk is om die kennis te delen met andere disciplines. Omdat jullie zo ontzettend de diepte in gaan. Dat je zo baanbrekend op zoek bent naar de kern. Veel meer dan andere disciplines. Ik heb bij economie bijvoorbeeld het idee dat we nog maar aan het begin staan.”

”Bij economie heb ik het idee dat we nog maar aan het begin staan”

- Arne Hendriks, artist in residence

“Jij bent op zoek naar een gemeenschappelijke methode en dat zal moeilijk worden. Zeker omdat wetenschappers daar zo exact in zijn. Ook roept elke wetenschappelijke ontdekking weer nieuwe vragen op. Hoe specialistischer die verschillende werelden worden, hoe lastiger de samenwerking. En alle partijen moeten de keuken durven open te zetten. Er is een inherente competitie tussen wetenschappers; wij moeten met veel partijen concurreren om onderzoeksgeld bij elkaar te krijgen. Tegelijkertijd is wetenschap ook eerlijk. De beste wetenschappers hebben door dat wanneer je met elkaar deelt, je synergie kunt creëren. De evolutionaire en moleculaire biologie, de psychologie en de archeologie bieden steeds meer inzicht in hoe de mens zich in de loop van miljoenen jaren heeft ontwikkeld. Die wetmatigheden komen ook economen bekend voor.

Uiteindelijk moet er een ‘drive’ zijn bij economen om te experimenteren en het ‘te willen weten’. Ook bij de maatschappij zelf. Op het moment dat het over kanker gaat, nemen we het direct serieus. Maar bij ontbossing van een land dat we niet kennen of een eiland dat in zee dreigt te glijden door zeespiegelstijging, is het ver van ons bed. Terwijl wij juist daar als mensen én verantwoordelijk voor zijn én invloed op kunnen uitoefenen. Misschien zelfs wel ‘genezen’. Kanker is acuut. De uitputting van de aarde is dat voor velen nóg niet.”

Wie is Geert Kops?

Prof. Dr. Geert Kops studeerde algemene biologie aan de Universiteit Utrecht en promoveerde daarna met onderzoek naar moleculaire tumorcelbiologie. Hij vertrok vervolgens naar Californië voor postdoctoraal onderzoek, om in 2005 terug te keren naar Utrecht als hoogleraar moleculaire tumorcelbiologie. Kops leidt zijn eigen onderzoeksgroep binnen het Hubrecht Instituut dat onderzoek doet naar het ontstaan van kanker. De uitkomsten van het moleculaire onderzoek van Kops vormen de basis voor verder toepasbaar onderzoek naar kanker. Daarnaast is Kops wetenschappelijk directeur van het Oncode Institute, een onafhankelijk instituut dat zich inzet om fundamentele inzichten over kanker zo efficiënt mogelijk te vertalen naar betere en meer betaalbare zorg voor de patiënt. De hoogleraar zegt in zijn persoonlijke leven veel bezig te zijn met duurzaamheid. “Net als heel veel andere mensen ben ik me gaan afvragen of er geen einde zit aan de mate waarin we consumeren. Zelf ben ik daarom bijvoorbeeld vegetarisch gaan eten en probeer ik zuinig met energie om te gaan.” Kops is na de Rotterdamse duurzaamheidshoogleraar Gail Whiteman de tweede hoogleraar in Nederland met een duurzaam professorentenue; een eco-toga, gemaakt van recyclebare materialen.

Artist-in-residence: Arne Hendriks

Groei, groter worden dat is iets positiefs, zo leren wij al vanaf jongs af aan. Kunstenaar Arne Hendriks (1971) onderzoekt al acht jaar hoe dat komt en draait het om: Wat als we niet steeds naar meer en groter zouden verlangen; maar krimp zouden nastreven? Met ‘The Incredible Shrinking Man’ stelt Hendriks fundamentele vragen over onze obsessie met groei. Ook met onze eigen lengte bijvoorbeeld. Hij werkt daarbij met voorbeelden van mensen, dieren en levende systemen als inspiratiebron. Banking4Food Innovation Centre, Rabo Foundation en Kunstzaken vroegen Hendriks om bij de Rabobank aan zijn onderzoek te werken. Afgelopen tijd ging hij temidden van zijn tentoonstelling in gesprek met opinion leaders uit verschillende disciplines over de vraag: ‘Wat is groei’? Meer over zijn project ‘The Incredible Shrinking Man’ is te vinden op www.the-incredible-shrinking-man.net.

De gepubliceerde interviews in de ‘Rethinking Growth’-serie, zijn in samenwerking met Arne Hendriks en schrijver Jens de Jongh.