Rethinking Growth: “In tijden van overvloed is moraliteit ons enige kompas”

Artist in residence spreekt over groei met ‘kenniscurator’ kunstzaken

Artist in residence bij de Rabobank, Arne Hendriks, gaat in gesprek met ‘opinion leaders’ uit verschillende kennisgebieden over de vraag: ‘Wat is groei?’ Godelieve Spaas werkt als kenniscurator samen met Rabo Kunstzaken.

Arne Hendriks: “Ik wil weten wat groei is. Net als anderen heb ik het grootste deel van mijn leven gedacht dat ik wist wat het was, en dat het in principe goed was. Nu weet ik dat echter niet meer. En daarom ga ik op zoek, door in gesprek te gaan met verschillende mensen. Binnen en buiten de bank. Mensen waarvan ik denk dat ze mij kunnen helpen in het terugvinden van dat eenvoudige oorspronkelijke weten wat groei is. Als je missie als organisatie ‘Growing a better world together’ is, dan moet je ook weten waarover je het hebt. En van die kennis hoop ik te profiteren.”

“Soms lijkt het of groei een logica heeft die onvermijdelijk is. Groei als levensproces of een natuurwet zoals zwaartekracht. Zo’n sterk principe dat het onmogelijk is ons daaraan te onttrekken.”

“Hoe zie jij dat, Godelieve?”

Godelieve Spaas: “Misschien is het niet groei maar beweging dat ons drijft. Natuurkundig onderzoek laat zien dat zowel in oneindig kleine als in oneindig grote dingen, alles beweging is. Daarom zouden we volgens quantumfysicus David Bohm beweging moeten opvatten als de natuurlijke en de werkelijke toestand van materie, een toestand die wij niet hoeven te verklaren, want die komt voort uit de aard van het heelal zelf. Het is de essentie van het bestaan.”

“Groei is een invulling van beweging. In de economie zien we groei als goed. Dat is geen wetmatigheid maar een subjectieve keuze. Dat kan ook anders. Een keuze kun je heroverwegen. Wat we missen in de economie en bij ondernemingen is een moreel kader om die keuzes te maken. We zien economie als een neutraal systeem en dat is het niet. Iedereen heeft de verantwoordelijkheid om na te denken over wat de betekenis of impact is van de groei die ze nastreven. Wat willen we laten groeien of krimpen of laten zoals het is? Dat is geen neutrale keuze.”

“Hebben we daar instrumenten voor? Het is geen onderdeel van onze opvoeding om onderscheid te maken tussen groei. Eigenlijk beginnen we al jong met een verdraaid idee van groei, omdat we het relateren aan onze lichamen en bijvoorbeeld het schoonheidsideaal om lang te zijn. De complexiteit van groei verbindt zich al direct in ons en we projecteren daar toch een verlangen op.”

“Ja, grappig dat beweging al heel snel groei en competitief wordt. Ik ben groter, sneller of spring verder dan jij. Als kind al refereren we aan groei op basis van kwantiteit: krijg ik een grotere kamer dan mijn broertje? Hoeveel knikkers verdien ik als ik deze pot win? Heel fysiek gedefinieerd, getalsmatig. Beweging wordt groei en interactie wordt competitie. Daar zit voor mij de ook frictie in de hedendaagse economie. Daarin streeft één bedrijf vaak om zo groot mogelijk te worden; kijk naar Google en Amazon. Een klein bedrijf kan snel groot worden en groot blijven vanwege allerlei ‘winner takes all’-mechanismen. Als je groei zou zien als beweging en interactie, dan is misschien een veld van veel verschillende kleinere en grotere bedrijven veel innovatiever. Het kan leiden tot een meer gelijke verdeling van de opbrengsten. Een economie waarin veel verschillende verbindingen mogelijk zijn, gaat werken als een ecosysteem waarvan de verschillende onderdelen samen én elk apart voordeel hebben. En beweeglijk en veerkrachtig blijven. Robuustheid ontstaat door verbindingen tussen verschillende soorten spelers. Dus voorbij de keten, naar cross-sector en discipline, voorbij winst naar meer hybride businessmodellen, waarin profit en non-profit elkaar versterken en meervoudige waarde creëren.”

”Een bedrijf blijft groot door ‘winner takes all’-mechanismen”

- Godelieve Spaas, Rabobank

“Stel, we bereiken daardoor een ideale maatschappelijke situatie. Neem de jaren zeventig; ik heb het idee dat er toen een aardig evenwicht ontstond. Sinds die jaren zijn we doorgegroeid. We hebben niet minder gewild er was altijd weer iets nieuws te willen. Het is niet zozeer het ‘kiezen’ dat ons definieert, maar het ‘willen’, het ‘verlangen’. Het continu blijven aanwakkeren van verlangen. Ik denk dat die innerlijke dynamiek ons als soort veel meer weerspiegelt dan alle goede keuzes die we eigenlijk zouden kunnen maken.”

“Na de Tweede Wereldoorlog, tijdens de wederopbouw, was er weinig keuze, en moest je vooral hard werken om in je eerste levensbehoeften te voorzien. Schrapen om te kunnen leven. We zitten nu in een situatie dat er meer is dan je in een mensenleven kunt opmaken. Het leven is te kort om alle muziek die er is te luisteren, alle boeken te lezen, alle landen te bezoeken. Je moet kiezen of je wilt of niet. Het leven is eindig en dat brengt het besef dat je moet leren kiezen. Ik denk dat wanneer je écht beseft dat het leven eindig is, je andere keuzes maakt. Wat drijft die keuze? Doen we dat alleen vanuit onze individuele verlangens? Of nemen we daarin onze omgeving en de ander mee? Elke keuze is een ethische keuze. Dat vraagt om een helder moreel kompas.”

“Is het juist niet de angst voor die einddatum die ons vooruit jaagt? Is groei geen functie van angst? Hoe sterk is moraliteit in een onzekere situatie? Je hebt als dier twee mogelijkheden: je krimpt om je te verstoppen of je groeit om te vechten. Altijd in relatie tot hun omgeving en andere soorten. Als mens, een van de grotere diersoorten, hebben we voor vechten gekozen.”

“Je zegt ‘altijd in relatie tot de omgeving en de ander’, dat is belangrijk. Er zijn bomen die in tijden van droogte water teruggeven aan de grond zodat de gezondheid van de bodem in stand blijft. Of neem het ‘Wood Wide Web’ dat wetenschappers ontdekten. Via ondergrondse netwerken van schimmels, blijkt dat bomen en planten met elkaar in contact staan en informatie en voedingsstoffen met elkaar delen. Dus op het moment dat het moeilijk wordt gaat de natuur niet vasthouden maar delen en samenwerken. En is niet ‘ik’ maar ‘wij’ de belangrijkste drijfveer. Als je kijkt hoe de vrije neoliberale markt nu georganiseerd is, daar gaat het zelden over delen of over wat het beste is voor het grotere geheel, of over hoe samen te overleven. Ik denk dat dat niet per se mens eigen is. De ‘Homo economicus’ maakt keuzes op basis van eigenbelang. Maar de mens is eerder een sociaal dier dan een economisch. Dat zie je terug in een beweging van sociale en duurzame ondernemers die wel kiezen om samen voor het grotere geheel te zorgen. Zij brengen het morele kompas terug in de ondernemende wereld. Zij gaan samenwerken en in een pand zitten om elkaar en hun omgeving sterker en groter te maken.”

Arne Hendriks ‘knuffelt’ een gigantische pompoen


“Grappig hè, sterker én groter maken ... Het lijkt onvermijdelijk. Ik denk dat we doordat we zo geobsedeerd zijn door groei, veel alternatieven over het hoofd zien of niet herkennen. Dat is geen onwil, maar er bestaan gewoon te weinig paden die een andere kant op gaan dan dat idee van groei. We zoeken altijd naar een excuus om het wél te doen. Niet om het niét te doen. Die patronen zitten blijkbaar heel diep.”

“Ik werk met investeerders en die investeren alleen als ze weten dat er groei komt in het bedrijf. Maar kun je niet beter nadenken over wat een goede maat is voor die specifieke organisatie? Wat klopt voor die inhoud, in die context en die mensen? Ook met het zicht op gezond rendement. Voor bijvoorbeeld een bedrijf met hoogwaardige dienstverlening kan ik me voorstellen dat het niet goed is wanneer het te groot wordt. Omdat het belangrijk is dat medewerkers elkaar heel goed kennen, op de hoogte zijn van elkaars discipline en kennis uitwisselen zodat ze de beste toegevoegde waarde kunnen bieden. Wat heeft ons als mens zo’n sterke soort gemaakt? Dat komt omdat we intelligente en sociale wezens zijn die voortbouwen op elkaars kennis en ideeën. We zijn echter steeds minder gaan delen omdat we kennis als eigendom zijn gaan beschouwen. Ondanks dat kennis overvloedig is (als je het deelt wordt eerder meer dan minder) is het in de economie een schaars goed. De moderne economie heeft er mechanismes opgezet die niet gaan over delen maar over het bezitten van kennis. Raar eigenlijk als je er erover nadenkt: hoe kun je kennis bezitten?”

“Is gedeelde kennis minder schadelijk?”

“Kennis delen is het nieuwe kennis ontwikkelen. Door kennis, ideeën, verhalen, ervaringen en expressies bij elkaar te leggen ontstaan nieuwe inzichten, experimenten en kennis. Dat leidt tot beweging. Of die beweging de goede kant op gaat, ligt aan de betekenis die we er aan toekennen of de gevolgen of impact die een gedachte of handeling hebben. Dan komt dat morele kompas weer om de hoek. Terug naar je vraag: gedeelde kennis en ervaring alleen is geen garantie voor een ontwikkeling richting het goede. Ik denk wel dat als je kennis publiek maakt, dus als het van iedereen is, dat er meer ogen kritisch meekijken naar wat er met die kennis gedaan wordt. Het geeft meer mensen de gelegenheid om mee te praten over wat goede toepassingen zijn en wat niet.”

“Vanuit ecologisch perspectief is het probleem juist dat mensen wel met elkaar delen, dus als soort onder elkaar, maar niet of veel minder met het andere leven. De Amerikaanse biologe en filosofe Donna Haraway bekritiseert benaderingen die de mens als middelpunt van het bestaan beschouwen. Mensen en dieren delen een wereld en beïnvloeden elkaar wederzijds.”

”Mensen en dieren delen en beïnvloeden elkaar wederzijds”

- Arne Hendriks, artist in residence

“Ja, en ze laat ook zien dat dit soort uitsluitende tweedelingen historische constructen zijn; ze hebben niets te maken met een oorspronkelijke natuur. Op dezelfde manier bestaat er geen natuurlijke of oorspronkelijke mens: de grenzen die we zelf hebben geconstrueerd, kunnen we ook weer verschuiven. Haraway is ervan overtuigd dat de enige manier om de aarde leefbaar te maken en te houden vraagt om samenwerking tussen alle soorten: mensen, dieren en planten. Ik denk dat ze gelijk heeft. Dat betekent dat we een moreel kompas nodig hebben waarin ‘wij’ een grotere plek heeft dan ‘ik’. En dat ‘wij’ meer is dan mensen alleen.”

“Hoe gaan we dat doen? Ik vind het idee van delen mooi, want dan heb je het over een balans. Maar de economie, tenminste een groot deel ervan, onttrekt zich daaraan. Toch richt jij je pijlen op de economie. Over wat voor economie heb jij het eigenlijk?”

“Ik streef naar een nieuw narratief in de economie. Ik denk dat we economie, samenleving en natuur weer met elkaar moeten verbinden in de manier waarop we leven, werken en ondernemen. Voldoen aan de groeiende vraag kan alleen als we tegelijkertijd de aarde herstellen. Misschien moeten we het ook niet meer hebben over een groeiende vraag, maar over het realiseren van welzijn voor iedereen. Dus niet denken in markten veroveren maar je afvragen hoe je het beste kunt bijdragen aan het geluk van mensen. Van de vissers op het Wad leerde ik het verschil tussen een zoutwater- en zoetwatercultuur. Zoetwaterleven speelt zich af binnen de dijken, waar het leven geordend, gecontroleerd en veilig is. Zoutwaterleven kenmerkt zich door de zee die onvoorspelbaar is en om voortdurende alertheid en meebewegen vraagt. Het leven op zee is kwetsbaar en vraagt om steeds in verbinding zijn met het grotere geheel. Misschien hebben we een zoutwatereconomie nodig. Een economie die voortdurend inspeelt op en samenwerkt met het grotere geheel: mensen en aarde. Een economie die deel is van de natuur en de samenleving en die haar opbrengsten ook deelt en verdeelt op een manier die voor iedereen welzijn brengt. Dat betekent volgens mij dat co-creatie belangrijker wordt dan concurrentie en dat delen belangrijker wordt dan groeien. Dat is misschien niet makkelijk en dat vraagt zoals Haraway zegt om: ‘staying with the trouble’.

”Misschien hebben we een zoutwatereconomie nodig”

- Godelieve Spaas, Rabobank

“Ik ben bang dat jouw economie van delen en verbinden nog steeds gebaseerd zal zijn op hetzelfde principe van groei. Een tijd geleden sprak ik met Wouter van Eijkelenburg van de Rabobank en start-up ‘Cool Cow Collective’. Hij gelooft heel erg in verbinden, over synergie, over niet in competitie zijn, hoe je er allebei beter van wordt. Maar wel vanuit het principe van groei.”

“Misschien hangt dat ook af van wat we onder groei verstaan. Is dat groei in winst en marktaandeel? Of is dat groei aan impact: meer gelukkige mensen en dieren op een gezonde planeet? Blijft staan dat we een rigoureuze keuze moeten maken: het gaat over een beweging naar (her)verdelen en verbinden. En dus niét over kwantitatieve groei van vooral het eigen bedrijf. Anders gezegd gaat groei over ‘ik’ of over ‘wij’? De tijd van voortdurende expansie is echt voorbij. We zullen in gesprek moeten over wat de goede maat is van een bedrijf, van omzet en van winst. Dat zijn morele en ethische keuzes. Keuzes die je niet kunt overlaten aan ‘het systeem’, maar die je maakt met de verschillende samenwerkende mensen en organisaties van dat systeem. Alleen dan kun je naar een economie die het leven vertegenwoordigt.”

Wie is Godelieve Spaas?

Godelieve Spaas studeerde dans, antropologie en communicatiewetenschap. Ze specialiseerde zich in organisatie- en businessinnovaties die goed zijn voor mensen en voor de aarde. In 2016 promoveerde zij aan de Universiteit van Zuid-Afrika. Op zoek naar de economie van de toekomst onderzocht zij wereldwijd ondernemers die kiezen voor een bedrijfsdoelstelling, organisatievorm en businessmodel waarin winst een middel is om duurzame en sociale impact te realiseren. Als consultant, onderzoeker en maker werkte zij samen met gevestigde bedrijven zoals de Rabobank, DSM, Wageningen University & Research, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en met voorlopers als Utrecht Community voor pioniers, Enviu, Festival sur Le Niger en Stichting DOEN. Godelieve is medeoprichter van de Wire Group en directeur van het Pari Center in Italië. Haar onderzoek is te herkennen aan een combinatie van doen, denken en imaginatie. Momenteel werkt ze als lector Sustainable Strategy and Innovation bij het Expertisecentrum Sustainable Business aan de Avans Hogeschool.

Artist in Residence: Arne Hendriks

Groei, groter worden dat is iets positiefs, zo leren wij al vanaf jongs af aan. Kunstenaar Arne Hendriks (1971) onderzoekt al acht jaar hoe dat komt en draait het om: Wat als we niet steeds naar meer en groter zouden verlangen; maar krimp zouden nastreven? Met ‘The Incredible Shrinking Man’ stelt Hendriks fundamentele vragen over onze obsessie met groei. Ook met onze eigen lengte bijvoorbeeld. Hij werkt daarbij met voorbeelden van mensen, dieren en levende systemen als inspiratiebron. Banking4Food Innovation Centre, Rabo Foundation en Kunstzaken vroegen Hendriks om bij de Rabobank aan zijn onderzoek te werken. Afgelopen tijd ging hij temidden van zijn tentoonstelling in gesprek met opinion leaders uit verschillende disciplines over de vraag: ‘Wat is groei’? Meer over zijn project ‘The Incredible Shrinking Man’ is te vinden op www.the-incredible-shrinking-man.net.

De gepubliceerde interviews in de ‘Rethinking Growth’-serie, zijn in samenwerking met Arne Hendriks en schrijver Jens de Jongh.