Erosie en landdegradatie: zes prangende vragen

Hoe blijft de landbouwbodem gezond?

De afgelopen vijftig jaar is een derde van onze landbouwgrond wereldwijd geërodeerd. Zonder de toplaag kunnen gewassen en grasland niet groeien. We wéten hoe we het land weer vruchtbaar kunnen maken, maar daarvoor moeten we de handen ineenslaan.

Met het Duurzame Ontwikkelingsdoel (SDG) 15.3 van de Verenigde Naties (VN) streven we naar een wereld die qua landdegradatie neutraal is. We lopen echter ernstig achter op het behalen van dit doel. Sterker nog, volgens de United Nations Convention to Combat Desertification (UNCCD) verliezen we jaarlijks 12 miljoen hectare van onze bovenste bodemlaag. Dat is ongeveer drie keer de oppervlakte van Nederland en meer land dan ooit tevoren.

De bovenste bodemlaag van de aarde is rijk aan voedingsstoffen en cruciaal voor onze voedselveiligheid. Zonder deze laag kunnen er maar weinig planten groeien. Het verplaatsen van deze bodem, die weggespoeld of –geblazen wordt, staat bekend als erosie en is een vorm van ‘landdegradatie’. In een wereld die qua landdegradatie neutraal is, blijven gezonde bodembronnen behouden. Deze bronnen kunnen functionele ecosystemen ondersteunen en de voedselzekerheid versterken. Veel boeren worstelen echter met erosie van de bovenste bodemlaag. Wat kunnen we hieraan doen?

1. In welke regio’s is de landdegradatie het grootst?

Landdegradatie en erosie beïnvloeden wereldwijd miljarden mensen, maar de ernst van het probleem varieert sterk per regio. Hete, droge gebieden waar het veel waait ondervinden de grootste nadelen, omdat deze weersomstandigheden gewasgroei tegengaan. Vooral in het Midden-Oosten, het Middellandse Zeegebied en Sub-Sahara-Afrika worden steeds meer gebieden geteisterd door droogte. Dit betekent dat steeds meer mensen in kwetsbare gebieden leven.

Het probleem is vooral alarmerend in opkomende economieën. In tegenstelling tot ontwikkelde landen is daar weinig plaatselijk beleid om erosie tegen te gaan of duurzame landbouwmethodes te steunen. Vanwege de groeiende bevolking in deze landen is voedselzekerheid echter belangrijker dan ooit. Om te overleven kunnen kleinschalige boeren gedwongen worden om erosiegevoelige gebieden, zoals steile hellingen, te verwijderen. Zo kunnen ze meer gewassen verbouwen.

Map: FAO

2. Wat zijn de grootste gevaren?

In de bovenste vijf tot twintig centimeter van de bodem is de biodiversiteit het grootst. Deze laag houdt het water beter vast en bevat meer voedingsstoffen en micro-organismen dan de diepere bodemlagen. Als deze gezonde bodemlaag sneller erodeert dan aangroeit, moeten boeren steeds meer in bemesting investeren om de productiviteit te handhaven. In extreme gevallen verdraagt het land geen gewassen meer, laat staan grasland voor het grazende vee. Boeren die niet langer kunnen leven van de landbouw moeten gedwongen vertrekken, met hun families. Deze ‘milieumigranten’ vertrekken meestal naar nabijgelegen steden.

Het verlaten land kan weer herstellen, onder vochtige omstandigheden en door bedekking met boomschors. Zo kunnen planten terugkeren naar de bodem. Dit proces kan echter tientallen jaren duren in halfdroge en droge gebieden. In droge gebieden is erosie een vicieuze cirkel: minder planten betekent minder wortels in de grond, waardoor de bodem altijd vatbaar blijft voor erosie.

3. Wat zijn de hoofdoorzaken?

Soms is erosie van landbouwgrond onvermijdelijk. Zandgrond is vooral kwetsbaar voor winderosie en leemgrond voor watererosie. Het verergert echter door een groot aantal landbouwpraktijken. De grootste boosdoener is het verwijderen van het vegetatiedek, maar ook landbouw op hellingen, lokale neerslagpatronen, bepaalde gewastypes en schraal landmanagement dragen bij aan erosie.

Kamelen zoeken voedsel in de woestijn van Judea, Israël

Overbegrazing door vee is misschien wel het meest verwoestend, vooral op steil terrein in droge en halfdroge klimaten. Op overbegraasde gebieden groeien minder planten, omdat dieren ze hebben opgegeten of platgetrapt. Dit stelt de bodem bloot aan wind- en watererosie en zonnehitte. Een uitgedroogde bodem erodeert sneller. Vertrapping maakt de bodem bovendien compacter, waardoor het minder snel water opneemt. Overstromingen zijn nu nog dichterbij.

Het ploegen van landbouwgrond is een andere factor. Deze praktijk vernietigt niet alleen het onkruid, het haalt daarbij ook de beschermlaag van de bodem af. Ploegen verplaatst de toplaag en dit verstoort bodemorganismen, die juist zo cruciaal zijn voor het voeden van groeiende gewassen. Zware ploegmachines drukken bovendien de bodem plat, wat wederom zorgt voor slechte wateropname.

De omvang van het veld is ook van groot belang. Opeenhopend regenwater veroorzaakt het meeste schade op enorme, industriële velden, vooral op steile landbouwgrond. Dit kan verholpen worden door terrassen, dammen of heggen aan te leggen. Deze technieken worden echter weinig toegepast omdat ze niet efficiënt lijken.

Door het volgen van de hoogtelijnen stroomt het water beter weg

4. Wat moeten we nog meer doen om het land te beschermen?

Tot voor kort waren er weinig gegevens over hoeveel landbouwgrond exact geteisterd is door erosie. Daardoor was het voor sommige landen makkelijk om hun kop in het zand te steken. Remote sensing brengt hier verandering in. Door de UNCCD maakt de Group of Earth Observations satellietdata inzichtelijk voor het grote publiek. Die transparantie zou voor meer landen de aanzet moeten zijn om erosie als een serieus probleem te zien en met beide handen aan te pakken.

Als we op het niveau van de boerderij kijken, kunnen we constateren dat eeuwenoude bodembewerkingstechnieken beter zijn voor de landbouwgrond dan de monoculturen van de afgelopen zeventig jaar. Eeuwenoude technieken zijn bijvoorbeeld wisselbouw, gemengde landbouw en braakliggend land. Maar ook een methode als ‘integrated crop-livestock-forestry’ (iCLF), dat onder andere in Brazilië wordt toegepast, toont veelbelovende resultaten.

Om tegen te gaan dat het land kaal en kwetsbaar achterblijft na de oogst, planten steeds meer boeren groenbemesting, zoals gele mosterd. Deze benadering is duur maar dubbel het geld waard: het beschermt de bodem, en als het in de lente omgeploegd wordt, neemt de hoeveelheid organische stof in de bodem toe.

Er zijn echter steeds meer boeren die helemaal niet meer ploegen. Een toplaag die niet omgeploegd wordt, houdt meer water vast en heeft een grotere biodiversiteit. In Australië gebruikt meer dan negentig procent van de boeren momenteel ‘no-till-methodes’. Deze praktijk wint aan populariteit in landen waar grootschalige landbouw plaatsvindt, waaronder de VS en Brazilië. Boeren die overschakelen naar dit systeem moeten wellicht een periode van lage productie overbruggen en investeren in specialistische landbouwmachines, uiteindelijk besparen ze met deze methode veel geld op werknemers en brandstofkosten.

Terrasrijstvelden in Thailand

Maatregelen voor de langere termijn, zoals druppelirrigatie, terrasbouw, regenbarrières en infiltratievoorzieningen om regenwater te verzamelen, zijn duurzaam maar erg kostbaar. Ook herbebossingsprojecten zijn duur en vereisen voortdurend onderhoud om te verzekeren dat de jonge bomen groeien. Grondgebied waar bomen geplant zijn kan uiteraard niet meer gebruikt worden voor het verbouwen van graangewassen. Herbeboste gebieden herbergen echter een schat aan biodiversiteit, ze houden regenwater vast met hun wortels, voorkomen winderosie met barrières en zorgen dat duinvelden niet uitdijen.

Ngo’s als Living Land en Commonland benaderen het probleem holistisch en worden gesteund door goede doelen en overheden met een visie. Ze willen niet alleen erosie tegengaan en landschappen herstellen, maar ook boerderijen weer winstgevend en duurzaam maken, en zelfs bevolking terugbrengen naar landbouwgebieden.

Er is hoe dan ook geen kant-en-klare oplossing tegen erosie. Bij het vinden van een oplossing is het vooral belangrijk om naar de regio en de situatie te kijken.

5. Wat zijn de grootste uitdagingen bij het bestrijden van erosie?

Boeren voelen zich soms gedwongen om vluchtige maatregelen te nemen. Als ze leningen hebben lopen, zijn ze vooral bezig met het hoofd boven water houden. In dat geval lijkt het dwaas om te kiezen voor een duurzaam alternatief, omdat dit veel geld kost en aanvankelijk voor een dalende productielijn zorgt. Het is dan ook nodig dat deze boeren verder leren kijken dan de onmiddellijke kosten. Als ze langetermijndenken, zullen ze de toegevoegde waarde zien die bodembehoud brengt.

Een aantal financiers, zoals het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid van de EU, had er een handje van productiegroei te belonen in plaats van duurzaamheid. In sommige Spaanse regio’s werden sinaasappels bijvoorbeeld dicht bij elkaar geplant op terrasvelden en met de hand geplukt. Toen de prijs van de vruchten daalde, verkochten kwekers in Spanje hun land aan grote bedrijven in de landbouwindustrie. Deze bedrijven ontvingen hoge subsidies om bomen te planten en irrigatie te installeren. Alleen gaven ze het geld uit aan compleet andere zaken: ze vervingen de terrasbouw door grote, steile velden met veel ruimte tussen de bomen. Zo konden ze de sinaasappels machinaal plukken. Het resultaat? Erosie.

6. Wat is de volgende stap?

Zoals bij elk complex probleem zijn de oplossingen voor het bestrijden van erosie schijnbaar tegenstrijdig. We hebben de kennis om het probleem te verhelpen, maar boeren hebben beter advies nodig over landmanagement. Ook missen ze vaak de steun om nieuwe benaderingen en technologische oplossingen uit te proberen.

We hebben veranderingen en prikkels op beleidsniveau nodig, maar de oplossingen verschillen vaak per gebied. Boeren maatregelen opdringen heeft geen zin, dat leidt enkel tot weerstand. Om succes op de lange termijn en lokale ‘ownership’ van projecten te garanderen, is daarom een bottom-up-benadering nodig.