Smart Farmer: Marc van Rijsselberghe

Wereldwijd is al meer dan 1,5 miljard hectare grond te zout om voedsel op te verbouwen. Marc van Rijsselberghe ontdekte diverse zouttolerante groenten en aardappels. En helpt nu wereldwijd andere boeren met het telen ervan.

Wat hebben landen als Ghana, Pakistan, Bangladesh en Nederland met elkaar gemeen? Ze hebben allemaal grote gebieden met verzilte grond waarop geen landbouw (meer) mogelijk is. Dat was tot voor kort tenminste de gedachte. Volgens de gangbare wetenschappelijke inzichten kun je geen landbouw bedrijven als het water zouter is dan 1,7 deci-Siemens per meter. (Deci-Siemens is een maat voor elektrische geleiding en zilt water is door het zout een goede geleider.) Agrarisch ondernemer Marc van Rijsselberghe ontdekte met zijn Zilt Proefbedrijf dat er gewassen zijn die je wél op zilte grond kunt telen.

Van Rijsselberghe: “Specifieke soorten sla, kool, biet, uien, wortels, broccoli, aardbeien en aardappelen blijken goed te gedijen als ze op een speciale manier met zout water worden geïrrigeerd: aan de wortel en niet op het blad. Sla groeit dan nog bij 8 deci-Siemens per meter en veel gewassen kunnen zelfs het dubbele aan. Bijkomend voordeel is dat deze gewassen ook meer smaak hebben.” Inmiddels experimenteert Van Rijsselberghe in eerdergenoemde landen met diverse zouttolerante gewassen en geeft hij er voorlichting. Zo nodig geeft hij er recepten bij, want “In Bangladesh hebben ze écht geen idee wat ze met boerenkool aan moeten.”

“Deze gewassen hebben ook meer smaak”

- Marc van Rijsselberghe, agrarisch ondernemer

Texelse streekproducten

Het ondernemersbloed heeft hij van geen vreemde. Zijn moeder, Lies van Rijsselberghe, was de oprichtster van Radio Modern, een elektronicaketen met zo’n veertig winkels in Nederland. Na de verkoop van de keten begon zij op Texel een kleinschalige woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke beperking. Zij combineerde dat met een zuivelboerderij, die minder goed liep.

Zoon Marc, die in Engeland een biologisch-dynamische landbouwopleiding had gevolgd en op Texel zeehondenverzorger en vogelwachter was, sprong bij. Hij begon er met waddenzuivel, zoals duindoornyoghurt en -kwark, en ontwikkelde zo’n 200 streekproducten, van huidverzorgingscrèmes tot Texelse camembert.

Zeegroenten

Zeventien jaar geleden zag Van Rijsselberghe ook kansen voor zeegroenten. Hij las in een Zeeuws landbouwblad dat er 2000 vergunningen waren uitgegeven om zeekraal en zeeaster te snijden. “Het ging om 2 tot 4 kilo per vergunning, dus daar moet een markt voor zijn, dacht ik.” Hij ging beide gewassen, die vooral op kwelders (buitendijkse zoutwater¬moerassen) groeien, binnendijks telen.

Met zeekraal lukte dat onvoldoende, maar met zeeaster (lamsoor) werd hij leverancier van Albert Heijn. Tot op een nacht duizenden smienten (eendensoort) op zijn veld landden en de 4 hectare zeeasters kaalvraten. Hij kreeg niets vergoed, want zeeaster stond niet op de officiële rassenlijst van landbouwgewassen. Einde experiment.

Trial & error

In 2006 zocht de Vrije Universiteit (VU) een agrarische ondernemer om zeekool te telen. Sindsdien is Van Rijsselberghe weer actief met zeegroenten en is hij later ook de zouttolerantie van andere gewassen gaan testen. “De VU onderzocht welke genen in planten verantwoordelijk zijn voor zouttolerantie. Wij deden en doen veldproeven volgens het trial & error-principe.” Soms met een onverwachte uitkomst. “We hadden een test met zes aardappelsoorten. Elke soort krijgt op het veld dan zijn eigen blok, dat wordt begrensd met een sluitplant. Een sluitplant is een anderskleurige plant die de overgang tussen de blokken markeert. Van de zes geteste aardappels bleek er niet één zouttolerant, maar de sluitplant – ook een aardappelsoort – bleek het juist erg goed te doen: de Blue Lady.”

“Geen van de aardappels was zouttolerant, behalve de Blue Lady”

- Marc van Rijsselberghe, agrarisch ondernemer

Van Rijsselberghe experimenteert onder meer in Bangladesh en Pakistan met zouttolerante groenterassen

Doorbraak voor wereldvoedselvraagstuk

Inmiddels heeft Van Rijsselberghe in zijn openluchtlab op Texel zo’n 300 rassen getest. Zijn Zilt Proefbedrijf onderzoekt nu in Pakistan of de vier sterkste aardappelsoorten behalve tegen zout ook tegen de hitte en de lokale omstandigheden kunnen.

“Als dat het geval is, betekent dat een doorbraak voor het wereldvoedselvraagstuk, want dan komen miljoenen hectaren verzilte grond (weer) beschikbaar voor landbouw.” Maar volgens Van Rijsselberghe komt daar meer bij kijken dan kennis en het juiste pootgoed. “Er zijn investeerders nodig om op te schalen en lokale partners, die de gebruiken kennen en de netwerken hebben. De Rabobank Foundation zou daar bijvoorbeeld een mooie rol in kunnen spelen.” Van Rijsselberghe is momenteel in gesprek met de Rabobank over een partnerschap.