Grazen op het water: drijvende koeien in Rotterdamse haven

Stijgende zeespiegel? Geen probleem voor deze kudde

Rotterdam heeft de eerste Floating Farm ter wereld: een drijvende boerderij waar circulair wordt gewerkt. “Als we de groeiende wereldbevolking willen blijven voeden, moeten we gebruikmaken van het water op aarde.”

Een nietsvermoedende bezoeker zal in de Rotterdamse Merwehaven, tussen Schiedam en Delfshaven, even met de ogen knipperen als hij daar 32 koeien op een overdekt ponton ziet staan. Maar ze staan er toch echt. Rustig kauwen ze op hun hooi. Ze lijken volmaakt tevreden op hun Floating Farm, vanwaar ze uitzicht hebben op zeeschepen, terminals en een plateau drijvende zonnepanelen in de vorm van een melkfles. Via een loopbrug is de Floating Farm verbonden met een lapje grond waar de koeien kunnen grazen.

Half mei zijn de koeien vanuit Brabant verhuisd naar Rotterdam, naar de eerste drijvende boerderij ter wereld, waar klimaat-adaptieve, duurzame, circulaire landbouw wordt bedreven. Het idee voor de Floating Farm ontstond in 2012 toen een deel van Manhattan overstroomde als gevolg van orkaan Sandy. Ook een groot distributiecentrum voor vers voedsel kwam onder water te staan. “Dat bracht ons op het idee om voedsel op water te gaan produceren”, vertelt Minke van Wingerden, mede-initiator en woordvoerster van Floating Farm, en samen met haar man Peter een van de investeerders in het project. “We willen hier laten zien hoe je zo autonoom mogelijk voedsel kunt produceren voor stadsbewoners. Het is dus ook een educatief project.”

”Het is ook een educatief project”

- Minke van Wingerden, Floating Farm

Hooi uit De Kuip

Het bedrijf is al grotendeels circulair. Het veevoer komt voor tachtig procent uit Rotterdam en omgeving: aardappelverwerker Heezen levert schillen, bierbrouwerij Noordt brengt afval van het brouwproces naar de Floating Farm en de Schiedamse molen doneert zemelen, de schilletjes van gemalen graankorrels. Het hooi is afkomstig uit stadion De Kuip, de trainingsvelden van Feyenoord en van de golfbaan in Kralingen. Ook wordt er hooi betrokken van een stukje grond van Natuurmonumenten in Midden-Delfland. Slechts twintig procent van het voer wordt ingekocht bij een reguliere veevoederfabrikant. “We zijn dus nog op zoek naar meer reststromen”, aldus Van Wingerden.

De koeien op hun beurt leveren niet alleen 800 liter melk per dag, waar onderdeks yoghurt van wordt gemaakt die wordt verkocht in de boerderijwinkel, maar ook mest. Die wordt gescheiden in droge stof en urine: de droge stof doet dienst als bodembedekking in de ligboxen, de nuttige stof uit het vocht wordt als meststof verkocht aan golfbanen. Met opzet is gekozen voor dieren van het Maas-Rijn-IJsselras: die leveren flink wat melk, goed vlees en zijn heel rustig, wat van belang is met het oog op het vele bezoek. Ook zijn ze nauwelijks vatbaar voor ziekten. Van Wingerden: “En verder is het een mooi Hollands ras.”

”Meer dan zeventig procent van de aarde bestaat uit water. Als je de groeiende bevolking wil blijven voeden, moet je daar gebruik van maken.”


Living lab

Als het aan de beheerders van de drijvende boerderij ligt, blijft het niet bij koeien, maar wordt het concept ook uitgebreid naar kippen en groenten. Van Wingerden: “We zien de Floating Farm als een 'living lab'. Wat we voor ogen hebben, is een drijvende voedselstrip in de Merwehaven. Doel is om zoveel mogelijk duurzaam voedsel te produceren op het water.” Het idee moet uiteindelijk wereldwijd aanslaan en het begin is er: in Den Bosch, Singapore en in China zijn floating farms in de ontwerpfase. “Singapore moet 95 procent van het voedsel voor de bewoners importeren en is bovendien omringd door water. Daar zouden floating farms geweldige oplossingen zijn voor de vraag naar voedsel. Iets meer dan zeventig procent van de aarde bestaat uit water. Als je de groeiende wereldbevolking wilt blijven voeden, zullen we daar gebruik van moeten maken.”

”In grote steden raken mensen het contact met ‘t platteland kwijt”

- Minke van Wingerden, Floating Farm

Particuliere investeerders

Van Wingerden zegt 'supertrots' te zijn dat de Floating Farm 'zonder één cent' subsidie is gerealiseerd. “We hebben alleen zo'n veertig particuliere investeerders: van geldschieters tot een bedrijf dat de vloer heeft geleverd tot iemand die ons voorlichtingsmateriaal vertaalt. En drie medewerkers van de lokale Rabobank hebben hun duurzaamheidsbudget van vijfhonderd euro per jaar besteed aan de aankoop van één koe. We zijn nog op zoek naar meer mensen die een koe willen financieren, er is hier plaats voor veertig dieren.”

Aan belangstelling heeft de Floating Farm geen gebrek. Honderden journalisten en duizenden bezoekers uit de hele wereld zijn er al langs geweest om te kijken hoe je midden in een wereldstad duurzame landbouw kunt bedrijven. “In grote steden raken mensen het contact met het platteland kwijt, net als het besef hoeveel inspanning het kost om goed voedsel te produceren”, aldus Van Wingerden. 'Floating Farms brengen voedselproductie terug naar de stad en daarmee het besef dat je eten niet mag verspillen.”