Een stabiele voedselketen begint bij de boer

Een stabiele voedselketen is in het belang van iedereen. Maar met zoveel losse schakels is het knap lastig om grip te krijgen op de prijsvorming. Rabobank zet in op meer transparantie en eerlijke prijzen. Droogte in een graanexporterend land als Rusland kan leiden tot sociale onrust in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Denk aan de metafoor van de vlinder die met zijn vleugels wappert en daarmee een orkaan veroorzaakt in Texas. In een systeem waar heel veel factoren op elkaar van invloed zijn, kan een kleine gebeurtenis een serie van gevolgen in gang zetten die exponentieel toenemen: het zogenoemde vlindereffect. Zo werkt het ook in voedselketens.

Onrust

Het New England Complex Systems Institute maakte deze relatie inzichtelijk door voedselrellen af te zetten tegen de voedselprijsindex van de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO). De onderzoekers ontdekten een duidelijke correlatie: als de voedselprijzen boven een bepaalde drempelwaarde stijgen (bijvoorbeeld door misoogsten in voedselexporterende landen), leidt dat onmiddellijk tot onrust in relatief arme, voedselimporterende landen. Extreme schommelingen in voedselprijzen kunnen grote maatschappelijke gevolgen hebben.

Effect van voedselhypes

Het vlindereffect in de voedselketen werkt ook omgekeerd. Een paar generaties aten consumenten simpelweg wat er in dat seizoen op de markten werd aangeboden. Nu is het andersom: boeren produceren wat consumenten willen. Een invloedrijke voedselblogger die een gezondheidshype start in Amsterdam of San Francisco, kan impact hebben op de bedrijfsvoering van boeren in een ander werelddeel. Quinoa en avocado’s zijn hier een voorbeeld van: veel boeren in onder meer Zuid-Amerika (quinoa) en Zuidelijk Afrika (avocado) gaven een flink deel van hun land een nieuwe bestemming om aan de vraag uit het Westen te voldoen. Van bord naar boer dus.

Bijproducten

Toch is de agrarische sector nooit volledig vraaggestuurd, zegt Gilles Boumeester, Hoofd RaboResearch Food en Agribusiness. ‘Agrarische productie kent allereerst veel meer onzekerheden dan de productie van consumptiegoederen: de weersomstandigheden, goede oogsten of slechte oogsten, plant- en dierziektes, kwaliteitscontroles. Maar nog belangrijker is dat er altijd bijproducten zijn. Als een consument een auto wil hebben, zet de producent uit allerlei onderdelen een auto in elkaar. Maar wil diezelfde consument een varkenshaasje, dan moet de boer een varken slachten, waarna hij nog 149 producten overhoudt die hij ook kwijt moet. De vraag creëert dus ook aanbodsturing. Dat werkt niet alleen zo bij vlees, maar ook bij tal van andere agrarische producten. Als bijvoorbeeld de vraag naar kaas toeneemt, ontstaat ook wei. En de productie van sojameel levert ook soja-olie op.’

"Er is weinig kennis over voedselproductieketens"

- Gilles Boumeester, Hoofd RaboResearch Food en Agribusiness

Boer loopt grootste risico

Een stabiele voedselketen begint bij een steviger positie van de boer. Die loopt in deze vraaggestuurde keten namelijk veruit de grootste risico’s. Hij moet telkens afwachten of hij zijn investeringen kan terugverdienen. Begint hij bijvoorbeeld een amandelboomgaard om te voldoen aan de vraag naar amandelmelk, dan duurt het zes jaar tot de eerste volwaardige oogst. Tegen die tijd is de hype misschien overgewaaid. De boer blijft zitten met zijn amandelen en de grond is zes jaar verkeerd benut. Een faillissement is dan bijna onvermijdelijk.
Ook duurzamere, milieuvriendelijke productiemethoden, die in toenemende mate verwacht of zelfs geëist worden van de boer, vragen om forse investeringen. En ook in dit geval moet de boer maar afwachten of hij zijn investering terugverdient. Boumeester: ‘Je zou kunnen zeggen dat vrijwel alle partijen in de voedselketen een gezonde marge draaien, behalve de agrariër. Die mag in zijn handen knijpen bij een rendement op vermogen van 1 of 2 procent. De combinatie van kleine marges en grote risico’s vormt een destabiliserende factor. Boeren kunnen failliet gaan of ervoor kiezen om nog maar heel weinig te investeren, waardoor ze op de lange termijn minder gaan produceren en hun concurrentiepositie verzwakken. Als de risico’s van de boer niet acceptabel blijven, wordt het voor hem lastig om financiering te krijgen.’
Rabobank schiet boeren te hulp door aflossingsschema’s aan te passen in het dal van een prijscyclus, of wanneer de boer of de sector in slecht weer zit. Verder hebben we producten die het risico van prijsschommelingen voor de afnemers afdekken. Daardoor kunnen zij ook een stabieler prijs naar de boeren hanteren.

Zo werken we samen aan een stabiele voedselketen

Een beproefde methode voor het versterken van de positie van (kleinere) boeren is de coöperatie. Rabobank heeft een aantal adviseurs die wereldwijd boeren adviseren over het opzetten van coöperaties, tegenwoordig vooral in opkomende markten. Onlangs nog was de Rabobank betrokken bij de start van een melkcoöperatie in Oeganda. Boumeester: ‘Wij zijn zelf een land dat sterk is gevormd door coöperaties. Maar niet ieder product leent zich ervoor. Bij melkboeren werkt een coöperatie vaak heel goed. Een graancoöperatie is lastiger. Je kunt graan altijd onderhands aan iemand anders verkopen (side selling) als die een betere prijs biedt. Met melk gaat dat een stuk lastiger — er is een continue productie en het is geen product waar je makkelijk mee gaat slepen.’
Een andere manier om de positie van boeren te verstevigen, is door ‘true pricing’. Hierbij worden niet alleen alle investeringen van de boer meegerekend in de prijs van het product, maar ook de eventuele neveneffecten als een gevolg van de productie. Voorbeelden zijn verschillende manieren waarop boeren bijdragen aan waterberging en het binden van CO2 in de bodem. Rabobank kan overheidsfunding met gunstige voorwaarden beschikbaar stellen aan boeren die aantoonbaar bijdragen aan dergelijke duurzaamheidsdoelstellingen.
Uiteindelijk is, om een ‘ true price’ te kunnen bepalen, een eenduidige methodiek nodig om maatschappelijke kosten en baten van verschillende agriculturele productien door te berekenen in de prijs. De Nederlandse social enterprise True Price is samen met Wageningen University bezig om tot zo’n methodiek te komen. Voor het zover is moet nog een lange weg afgelegd worden. Afspraken over true pricing kunnen eigenlijk alleen in internationaal verband gemaakt worden.

"Behalve de agrariër draaien vrijwel alle partijen een gezonde marge."

- Gilles Boumeester, Hoofd RaboResearch Food en Agribusiness

Consumenten bewust maken

Chocoladefabrikant Tony Chocolonely koos voor een andere weg. Om hun belofte van ‘slaafvrije’ chocola waar te maken, hebben zij iedere schakel in hun eigen productieketen nauwgezet in kaart gebracht en gecontroleerd. Van de cacaoplantages in West-Afrika tot aan het schap in de supermarkt. Het is een strategie die loont, want veel Nederlandse consumenten hebben het eigenwijze merk omarmd en zijn bereid om de ‘ware prijs’ van deze chocola te betalen. Hoe succesvoller Tony Chocolonely is, hoe groter de druk op de andere chocolademakers om ook transparanter te worden. Dat is precies het doel van het idealistische merk: het ‘slaafvrij’ maken van de gehele chocolade-industrie. Door productieketens transparant te maken zijn consumenten eerder bereid om een meerprijs te betalen voor duurzaam geproduceerde producten. ‘Iedereen praat graag over eten, maar er is weinig kennis over productieketens,’ zegt Boumeester. ‘Het voorlichten van consumenten staat prominent op onze agenda. Daarom is de Rabobank ook partner van het Voedseleducatie Platform. Dat ontwikkelt lesprogramma’s voor basisscholieren. De kinderen leren onder meer hoe voedsel geproduceerd wordt.
En als het aan mij ligt hebben we het dan niet alleen over fair trade-achtige initiatieven die kleine boeren ten goede komen, maar ook over bijvoorbeeld melk of brood. Ook daarvoor moet een eerlijke, “ware” prijs worden betaald.’

Onze impact

Rabobank is betrokken bij meerdere initiatieven om in opkomende markten boeren toegang te geven tot prijsvormingsprocessen. Als een boer op zijn mobiele telefoon kan opzoeken wat de prijs van een ton koffiebonen of een kilo cacao is op de wereldmarkt, dan versterkt dat zijn informatiepositie ten opzichte van de opkoper — er moet nog steeds scherp worden onderhandeld, maar in ieder geval weet de boer de werkelijke waarde van zijn gewassen.
Verder adviseert Rabobank grote agrarische bedrijven over het opzetten van outgrower schemes. Palmolieplantages bijvoorbeeld, zijn grootschalige bedrijven die goede rendementen behalen. Vaak werken zij samen met veel kleine bedrijven die wel wat hulp kunnen gebruiken. Rabo Development en de Rabo Foundation verbeteren, in samenwerking met de grote palmolieproducenten en groothandelaren, de positie van dit soort toeleveranciers door bijvoorbeeld te zorgen voor scholing en toegang tot financiering.

Afnamecontracten

Samen met een consortium van publieke en private partijen heeft Rabobank het initiatief genomen tot het Patient Procurement Platform (PPP). Dit is in de eerste plaats een afspraak met het Wereldvoedselprogramma van de VN. Dat koopt voortaan in bij kleine boeren in Rwanda, Tanzania en Zambia. Voor deze boeren is dit een enorme vooruitgang, want het is voor hen erg moeilijk om vaste afnamecontracten te krijgen. Deze zekerheid stelt veel van deze boeren voor het eerst in staat om te investeren in hun bedrijf. In 2030 moeten anderhalf miljoen boeren in 25 landen zijn aangesloten bij het platform.

Toekomst

Er bestaat geen quick fix voor het stabiliseren van de voedselketen. Betere afstemming en nauwere samenwerking binnen de productieketens voor voedingsmiddelen is noodzakelijk, maar ingewikkeld vanwege de vele stakeholders. Langetermijncontracten tussen afnemers en leveranciers zijn nu nog uitzonderlijk en worden vaak gezien als een begrenzing van de eigen onderhandelingspositie. Gelukkig beginnen steeds meer partijen de voordelen in te zien van ‘verticale samenwerking’ in de voedselketen. Op de lange termijn is niemand gebaat bij instabiliteit.