de Rabo Canon

Tijdslijn NL Menu sluiten
terug Bieden van een solide basis
terug
Bieden van een solide basis

De Rabobank ontstaatDe handen ineen

De eerste boerenleenbanken slaan de handen ineen en besluiten tot de oprichting van een coöperatieve centrale bank. Zo ontstaan in 1898: de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-bank (CCRB) in Utrecht en de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank (CCB) in Eindhoven. Beide organisaties fungeren als centrale bank voor hun ledenbanken. Zij houden toezicht op de liquiditeit en solvabiliteit van de aangesloten banken en stellen grenzen aan de kredietverlening. Verder spelen de centrales een belangrijke rol in de financiering van grote agrarische ondernemingen.

Aan de Rijnlaan in Utrecht waren vanaf 1968 de Boerenleenbank en de Raiffeisenbank naast elkaar gevestigd (foto: Bart Stap, ca. 1970)

De ledenbanken van de CCRB bevinden zich vooral in de noordelijke provincies en de bij de CCB aangesloten banken in de zuidelijke grensprovincies. Door schaalvergroting van bedrijven en verstedelijking gaan de werkgebieden van beide organisaties elkaar steeds meer overlappen. Plaatselijk wordt de concurrentie scherper. Nederland wordt gaandeweg te klein voor twee centrales. Al in 1949 hebben zij in Den Haag een Gemeenschappelijk Bankkantoor opgericht. Dat is het begin van een toenadering. Twee decennia later zoeken beide centrales opnieuw toenadering, wat ditmaal uitmondt in coöperatief fuseren met behoud van lokale autonomie. Door de bijzondere organisatievorm met lokale, autonome banken en een centrale bankorganisatie is vervlechting een betere omschrijving dan fusie. Door samen te gaan kan de Rabobank echt een bank voor iedereen worden, een brede financiële dienstverlener die niet alleen particuliere klanten aan zich bindt maar ook steeds meer (groot)zakelijke klanten.

lokale voorbeelden