Klanten delen hun dromen en ambities voor Nederland

‘Aanwezig bij #rabodialoog om over de uitdagende maatschappelijke ontwikkelingen van NL te praten en de rol die @Rabobank daarbij kan spelen’, zo twittert een van de meer dan 500 deelnemers over de dialoogsessies over de toekomst van Nederland en de bijdrage van de Rabobank. Een dialoog met leden, klanten, medewerkers en maatschappelijk vertegenwoordigers.

Samenleving in dialoog met Rabobank

De uitkomsten van deze sessies, eind mei en begin juni 2015, geven een beeld van hoe de Nederlandse samenleving er over tien jaar uit zou kunnen zien, wat er moet gebeuren om daar te komen en welke rol de Rabobank daarin kan spelen, zowel lokaal als landelijk. Op de algemene ledenraad van de Rabobank op 18 juni 2015 is ‘Bankieren voor Nederland’ het thema.

‘Deze dialoog is een expressie van wie wij zijn, coöperatieve bank in gesprek met dit land. Welke uitdagingen hebben we als land? Welke rol hebben we als bank? Vandaag zit het antwoord in deze zaal’, aldus bestuursvoorzitter Wiebe Draijer bij het begin van de bijeenkomst in Utrecht. Enkele uren later, bij de afsluiting van deze dialoogsessie zegt hij: ‘Dank dat u een middag heeft gegeven aan de Rabobank en dus ook aan Nederland.’

De 150 deelnemers van vandaag, verdeeld over 14 tafels, zijn met name uitgenodigd door lokale Rabobanken en er zijn ook directievoorzitters en commissarissen van lokale Rabobanken die deelnemen. De deelnemers komen uit diverse regio’s en met verschillende invalshoeken naar deze bijeenkomst. Van elke dialoog wordt nauwkeurig opgeschreven wat er wordt gezegd.

‘Vanmiddag een dialoog gehad over de toekomst van Nederland. Luisteren, discussiëren en aan het denken gezet worden! #rabodialoog’

Wat zijn ontwikkelingen die mensen zoal bezig houden? Er komt aan 14 tafels heel veel ter sprake: arbeidsmarkt, basisinkomen, levensloop, zorg, jongeren, natuur, ….

‘Kinderen hebben nu al overgewicht; waar moet dat naartoe? Met alle kennis die we hebben, moeten we onze kinderen toch fatsoenlijk voedsel kunnen geven. We zijn een van rijkste landen in wereld’

Voedselvoorziening en met name de relatie tussen voeding en gezondheid komt ter sprake aan tafel 14. Met de vraag hoe het kan dat mensen teveel, te vet, te zout en te zoet blijven eten, ondanks alle voorlichting. En dat terwijl boeren en tuinders ‘hun best doen voor verantwoord produceren’.

‘Gaat een robot straks mensen verzorgen in verzorgingshuis? Mensen kunnen langer zorg krijgen, de robot kan repetitieve handelingen overnemen, waardoor je meer echte aandacht aan mensen zou kunnen geven’.

Het klinkt mooi, vinden mensen aan tafel 14, maar gaat dit wel goed? Op de een of andere manier zorgen financiële prikkels ervoor dat het in de zorg steeds meer om efficiency gaat. En komt de vraag op tafel of je wel in geld kunt uitdrukken wat de waarde is van zomaar een praatje van de verzorger met een hulpbehoevende. Er wordt geconstateerd dat er buurtzorg-voorbeelden zijn waar het wél goed gaat, omdat verzorgers verantwoordelijkheid krijgen om goede keuzes te maken.

De gesprekken leveren interessante inzichten op in de drijfveren van mensen. Een bloemlezing van tafel 14:

‘Ik ben teveel nog gehecht aan comfort, maar ik probeer juk van me af te schudden.’

‘Niemand gaat innoveren omdat het in een plan staat. Ik innoveer omdat ik het wil doen ‘

‘Bij innovatie ligt de focus teveel op hoogtechnologische ontwikkelingen, maar ook de bakker op de hoek moet innoveren.’

‘Alle wetten in Nederland remmen de voorsprong.’

Een rode draad in het gesprek aan tafel 14: de regelgeving die vaak niet helpt om in de economie en de maatschappij zaken te veranderen.

‘Ik rijd niet voor niets een Prius.’

Regels hebben toch ook een functie: ze stimuleren gedrag. ‘Intrinsieke motivatie is het beste, maar hoe kun je verder mensen stimuleren?, zegt de Prius-rijder. Een ander: ‘Ze hadden ook tegen jou kunnen zeggen: jouw CO2-footprint moet nul zijn en zie maar hoe je dat invult.’

‘In 2025 woon en werk ik in Silicon Utrecht. Daar is geen armoede en geen criminaliteit. Iedereen woont en werkt zelfstandig, 50% minder regels. Iedereen verantwoordelijk. Gratis onderwijs en infrastructuur is top’, schetst een deelnemer zijn droom van Nederland in 2025. Waarop een ander, naar de beste dialoogtraditie aanvult, dat het in Silicon Utrecht niet meer gaat om het bezit van spullen, maar om gebruik en hergebruik.

En wat kan de Rabobank bijdragen aan het realiseren van deze droombeelden? In elk geval het goede voorbeeld geven, zo klinkt aan deze tafel. Bijvoorbeeld met minder regels. Denk aan boetevrij extra aflossen, maar ook aan ruimte om niet te hoeven aflossen als iemand een tijdje werkloos is of weinig opdrachten heeft.

‘In 2025 hebben we een dienende overheid en een dienstbare bank.’
‘De Rabobank zorgt voor cement in BV Nederland. De Rabobank zou een aantal kernthema’s moeten pakken waar ze geld op inzet.’

De laatste minuten van de dialoog aan tafel 14 zorgen voor het inzicht dat de Rabobank niet alleen terug moet naar de coöperatieve oeropdracht (‘Rabobanken zijn ontstaan vanuit een maatschappelijk probleem, armoedebestrijding op het platteland’), maar ook naar de oerbetekenis van  ‘bank’: wegen en bepalen of iets te vertrouwen is.
Een Rabo-medewerker aan deze tafel memoreert het Rabobank-logo met een lopende mens die richting kiest op een zonnewijzer en concludeert:

‘Het logo van de Rabobank is nog steeds heel actueel.’