Verse kwaliteit is kracht Nederlandse pluimveehouderij

De Nederlandse pluimveehouderij loopt internationaal gezien voorop. Met ondernemerschap, kwaliteit en logistiek handhaven ondernemers de sterke positie in eieren en pluimveevlees. Maar de sector moet alert blijven.

Als je in Noordwest-Europa een ei of stukje kippenvlees eet, grote kans dat het uit Nederland komt. Nederland is ’s werelds grootste exporteur van consumptie-eieren en eiproducten en de nummer drie in kippenvlees. Van de 10 miljard eieren die de Nederlandse kippen jaarlijks leggen, gaan er zo’n 6,5 miljard de grens over. Van het vlees en de broedeieren gaat 50% naar het buitenland. Veel afzet is vers en vindt plaats in Noordwest-Europa. ‘In kwaliteit, kostprijs en logistiek maakt Nederland het verschil’, weet Ruud Huirne, directeur Food & Agri Nederland bij de Rabobank.

Bijna 2.000 bedrijven in pluimvee

Groot is de sector niet. Van de 67.000 boerenbedrijven in Nederland zijn er krap 2.000 actief in pluimvee. Een beperkt aantal fokt en vermeerdert moederdieren, het ‘genetisch uitgangsmateriaal’. Dat gaat naar de 900 bedrijven die leghennen houden (eieren voor consumptie), naar 650 vleeskuikenbedrijven en naar bijna 200 bedrijven die broedeieren produceren, waar een vleeskuiken of legkip uit zal stappen.

Rabobank is al 100 jaar kind aan huis

De Rabobank is kind aan huis in de sector, die zich de laatste 100 jaar ontwikkelde op zandgronden in zuid-, midden- en oost-Nederland, waar andere landbouw nauwelijks mogelijk was. Vandaag de dag bevinden zich daar nog steeds de meeste pluimveebedrijven. Lokale Rabobanken hebben 1,1 miljard euro aan langlopende kredieten uitstaan bij pluimveebedrijven.

Ondernemers verantwoordelijk voor eigen resultaat

Dat Nederland zelfstandige ondernemers in de pluimveehouderij kent, is een van de verklaringen voor de sterke internationale positie van de sector. De ondernemers zijn gespecialiseerd en verantwoordelijk voor hun eigen resultaat. Die gedrevenheid onderscheidt Nederland van andere landen, waar pluimveehouderij vaak gebeurt door conglomeraten en minder door zelfstandig ondernemers. Het vakmanschap en de grootschalige bedrijven houden de kostprijs in Nederland concurrerend. Ook is er het voordeel van de betrekkelijk goedkope aanvoer van granen en andere veevoergrondstoffen via de Rotterdamse haven.

Logistiek op orde voor versproducten

Kenmerkend voor Nederland zijn de ketenwerking en strakke logistiek. Zelfstandige pluimveebedrijven opereren in nauwe afstemming met hun leveranciers en afnemers. ‘Het zijn allemaal versproducten en de marges zijn klein, dus moet de logistiek op orde zijn’, zegt Jeroen van den Hurk, bij de Rabobank werkzaam als sectormanager food & agri.

Aanhoudend lage eierprijzen

Hoewel de pluimveesector in de kern gezond is, zijn er zorgpunten. Financieel-economisch kijken producenten van kippenvlees terug op betrekkelijk goede jaren. Bedrijven die consumptie-eieren produceren, hebben echter twee zware jaren achter de rug. De afzetmarkten zijn overvol. Dat is het gevolg van massale investeringen in diervriendelijker kippenhouderijen, afgedwongen door Europese wetgeving. Van den Hurk: ‘Er zijn in legpluimvee nu meer bedrijven met continuïteitsvraagstukken dan in eerdere jaren.’

"Investeringen in bijvoorbeeld vrije uitloop van dieren zijn niet alleen van belang voor bepaalde marktsegmenten, maar ook voor maatschappelijk draagvlak."

Ruud Huirne, directeur Food & Agri Nederland bij de Rabobank

Hygiëne-eisen zijn onontkoombaar

Het voorkomen van ziekte-insleep heeft prioriteit in de Nederlandse pluimveehouderij. Ook al blijkt uit onderzoek dat grootschalige pluimveehouderij prima samengaat met gezonde kippen, als trekvogels of muizen eenmaal een ziekte in een bedrijf hebben gebracht, kan ziekteverspreiding snel gaan. De strengste hygiëneprotocollen zijn dus onontkoombaar. Op dit punt kijkt de Rabobank scherp naar bedrijven, omdat tegengaan van ziekte-insleep direct te maken heeft met de verdiencapaciteit van bedrijven.

Sector speelt goed in op trends

Toch ziet de Rabobank een goed perspectief voor de pluimveehouderij. Ruud Huirne van de Rabobank: ‘De Nederlandse pluimveehouderij speelt goed in op trends in de markt. En investeringen in bijvoorbeeld vrije uitloop van dieren zijn niet alleen van belang voor bepaalde marktsegmenten, maar ook voor maatschappelijk draagvlak. Ook hierin zit de innovatiekracht. Internationaal moet Nederland steeds beter zijn dan de rest. En dat lukt.’