Nederlandse varkenshouderij: van meer kosten naar meerwaarde

De Nederlandse varkenshouderij heeft het moeilijk, door de lage opbrengstprijzen op internationale markten. De Rabobank ziet wel degelijk toekomstperspectief voor de sector, die voorop loopt in innovatie, kwaliteit en duurzaamheid. Wel moet de kostprijs omlaag en is een sterkere marktpositie nodig.

De Nederlandse varkenshouderij heeft over de grens afzet nodig voor 60 procent van de productie. Duitsland, Italië en België gelden als de grootste afzetmarkten. Om opbrengsten te verbeteren, moet Nederland nieuwe exportmarkten aanboren én producten aanbieden waarvoor supermarktketens en consumenten extra willen betalen. 'De sector staat voor de uitdaging om de inspanningen in kwaliteit en duurzaamheid te vertalen naar meerwaarde ten opzichte van andere varkensproducten die herkenbaar is voor klanten. Het gaat het erom dat zij een voorkeur krijgen voor het Nederlandse varkensvlees en daar extra voor willen betalen. Er zijn inmiddels enkele Nederlandse winkelketens die varkensvlees verkopen dat extra smakelijk of duurzaam is, maar die hoeveelheden zijn nog beperkt. Er zijn meer van zulke onderscheidende producten nodig, ook voor de exportmarkten', zegt Ruud Huirne, directeur Food & Agri Nederland bij de Rabobank.

Hoge productiekosten

Voor een toekomstbestendige varkenshouderij moeten ook de productiekosten omlaag. Vergeleken met andere landen heeft Nederland betrekkelijk hoge kosten. Huirne geeft aan dat daar niet één oorzaak voor is aan te geven. De Nederlandse varkenshouderij werkt heel efficiënt en loopt voorop in kwaliteit en duurzaamheid, maar heeft te maken met hoge kosten voor bijvoorbeeld dierrechten, mestafzet, milieumaatregelen en dierenwelzijn.

Hoe de sector deze veranderingen kan doorvoeren en wie daarvoor het initiatief neemt, is een belangrijke vraag. Daarvoor is het project 'Vitale varkenshouderij' gestart, waarin de Rabobank samenwerkt met de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) en het ministerie van Economische Zaken onder leiding van oud-minister Uri Rosenthal.

Varkenscyclus

Momenteel beleeft de Nederlandse varkenshouderij zware tijden. Koen van Bergen, sectormanager varkenshouderij bij de Rabobank: 'Op zich is een opeenvolging van piek- en dalperioden van alle tijden. Niet voor niets heeft men het over de varkenscyclus. Het rendement in de varkenshouderij zal in 2015 duidelijk onder het langjarig gemiddelde liggen. Dat merken onze klanten en wij ook.' Nederland telt zo'n 5.000 varkensbedrijven met ruim 12 miljoen varkens. 80 procent van deze bedrijven is klant bij de Rabobank. De Rabobank heeft 2,4 miljard aan financiering uitstaan in deze sector.

Importboycot Rusland

De prijzen die de varkenshouders ontvangen voor dieren, zijn in de nazomer van 2014 sterk gedaald tot een niveau onder het langjarig gemiddelde. Die daling heeft alles te maken met de Russische importboycot. De Nederlandse varkenshouderij produceert meer dieren dan er voor Nederland nodig zijn en moet daarom 60 procent van de productie exporteren. Doordat de Russische import van varkensvlees uit de Europese Unie in een klap wegviel, was er vanuit de Europese Unie opeens afzet nodig voor de 800 miljoen kilo varkensproducten die Rusland in 2013 nog kocht in de EU. Dat zette de hele Europese markt onder zware druk. Van Bergen: 'Omdat Nederland zo sterk op de export is aangewezen, komt dit bij onze varkenshouders extra hard aan.'