Koninklijke visie op innovatieve toekomst landbouw

Verstedelijkte landen die betrekkelijk weinig landbouwgrond hebben, zoals Nederland en Japan, spelen een belangrijke rol in de wereldvoedselvoorziening. ‘Hoe dat kan? Het antwoord is: innovatie’, aldus de Nederlandse koning Willem-Alexander vrijdag in Tokio op het congres ‘Agribusiness Opportunities in Japan; the Future of Farming’, georganiseerd door de Rabobank.

Het congres vond plaats ter gelegenheid van het koninklijk bezoek van koning Willem-Alexander en koningin Máxima aan Japan en de gelijktijdige handelsmissie. Koning en koningin en andere hoogwaardigheidsbekleders uit Japan en Nederland waren aanwezig op het congres.
De koning signaleert dat er in hoogontwikkelde landen als Japan en Nederland steeds meer af komt op boeren en tuinders. ‘We vragen veel van hen. We willen de zekerheid dat er altijd voldoende voedsel is, we willen voedsel van hoge kwaliteit, we willen voedsel dat ons helpt gezond te blijven. We willen het milieu beschermen. We willen efficiënt gebruik maken van schaarse ruimte. En we willen dat ons voedsel betaalbaar is.’

Hogere productiviteit

Daarom is innovatie zo belangrijk, aldus koning Willem-Alexander. Door de innovaties die in het verleden hebben plaatsgevonden, is de productiviteit in Nederland vijf keer zo hoog als het Europees gemiddelde. De tuinbouw in kassen heeft volgens Willem-Alexander een ‘revolutie’ ontketend, waar tuinders, consumenten en het milieu baat bij hebben. ‘In de vollegrond heb je 60 liter water nodig om een kilo tomaten te produceren. In een kas, is vier liter voldoende. Hi-tech kassen verbruiken niet langer energie, ze wekken energie op.’

Potentieel benutten

En dus duidt Wiebe Draijer, bestuursvoorzitter van de Rabobank, het doel van deze conferentie: . ‘Hoe kunnen innovatie, leiderschap van ondernemers en samenwerking eraan bijdragen dat het potentieel ook benut wordt. Dat zijn belangrijke vragen, die wij als Rabobank willen bespreken. Van Australië tot Afrika, van Amsterdam tot Tokio.’
Potentieel is er. Japan is wereldmarktleider in zogeheten functional foods, voor de Verenigde Staten en Europa. Functional foods hebben een extra functie, meestal voor gezondheid of ziektepreventie, door toevoeging van nieuwe ingrediënten. Japan vond ‘functional foods’ uit in de Jaren ’80. Nederland is kampioen in kilo’s tomaten en komkommer per vierkante meter. Nederlandse telers oogsten gemiddeld 48 kilo tomaten en 66 kilo komkommers per vierkante meter, tegen Japanners 6 kilo tomaten en 5 kilo komkommer. Nederland gebruikt slechts 14% van het Japanse areaal, maar produceert wel méér komkommers.

Ideeën voor nieuwe kansen

De conferentie in Tokio past naadloos bij de Rabo-visie Banking for Food. Als internationale leidende food- en agribank geeft de Rabobank niet alleen toegang tot financiering, maar ook tot kennis en netwerken. ‘We willen inspiratie bieden voor nieuwe ideeën om zo nieuwe, vruchtbare kansen te creëren voor de agribusiness, om de wereld duurzaam te voeden’, zegt Draijer. Onlangs presenteerde hij in Washington tijdens de Duisenberglezing tien ideeën van Rabo-analisten die de wereldwijde beschikbaarheid van voedsel wezenlijk kunnen vergroten. Het koninklijk paar ontving in Tokio van Draijer de Rabobank-publicatie ‘The Future of Farming’.

Goede samenwerking is cruciaal

De kansen die de landbouw en voedingssector in Japan en Nederland hebben, lopen deels parallel, zo verduidelijkt Rabobank-bestuurslid Berry Marttin tijdens de conferentie. Hij noemt het exporteren van kennis over productiviteitverhoging in de primaire landbouw en over procesefficiency in de verwerking van landbouwproducten. Ook kunnen beide landen inspelen op de groeiende vraag naar hoogwaardigere voedingsproducten in Aziatische landen buiten Japan. En er zijn volgens Marttin kansen in het ontwikkelen van gegevens-intensieve ‘smart farming’ voor de typische Japanse en Nederlandse landbouwsectoren, zoals tuinbouw, intensieve veehouderij en melkveehouderij.
‘Cruciaal voor het realiseren van deze kansen, is een blijvend goede publiek-private samenwerking om innovaties te ontwikkelen voor de landbouwsectoren en het behouden van een maatschappelijk draagvlak voor een levensvatbare land- en tuinbouwsector’, aldus Marttin.

Japan grote netto-importeur, Nederland grote exporteur

Hoeveel overeenkomsten de land- en tuinbouw in de twee landen heeft, er zijn ook grote verschillen tussen beide landen.
Marttin: ‘Japan is de grootste netto-importeur van voedsel en landbouwproducten, waar Nederland de één na grootste exporteur is van landbouwproducten.’ Japan telt 7,5 keer zoveel inwoners als Nederland en slechts 2,5 keer zoveel landbouwgrond. Japan kent een sterk gefragmenteerde landbouw, terwijl Nederland relatief grootschalige bedrijven kent, met de afgelopen 15 jaar een aanzienlijke stijging in productie en waarde.
Het Japanse landbouwbeleid is sterk gericht op het ondersteunen van de binnenlandse producenten via subsidies en kunstmatig hoge prijzen. Nederlandse ondernemers hebben veelal te maken met vrije markten en beweeglijke prijzen; het Nederlandse beleid gericht is op het versterken van de concurrentiepositie en het vergroten van de productiviteit en duurzaamheid van de landbouw.