Het verhaal van Kumar

Kumar is katoenboer en woont samen met zijn vrouw en vijf kinderen in het zuiden van India. Jaar in jaar uit valt zijn oogst tegen. Hij moet van iets meer dan een euro per dag rondkomen.

Het werk op het land is zwaar en ongezond. Hij heeft geen geld om de katoenzaden te kopen en leent hiervoor geld van een onbetrouwbare tussenhandelaar. Die zaden zijn bovendien van slechte kwaliteit. De toekomst ziet er niet best uit voor Kumar. Dan hoort hij van de katoencoöperatie die is opgericht. Door zich aan te sluiten bij de coöperatie, krijgt hij toegang tot krediet en kennis. Bij de coöperatie koopt hij op krediet kwalitatief goede zaad. Ook leert hij op een duurzame manier katoen te verbouwen. Om te investeren in zijn bedrijfje krijgt hij een lening van de coöperatie. Het geld voor dit krediet is afkomstig van Rabobank Foundation. Zijn kosten dalen, omdat hij geen dure bestrijdingsmiddelen hoeft te kopen en minder water verbruikt. Zijn opbrengst stijgt, omdat de marktprijs voor biologische katoen hoger is en hij met zijn kennis efficiënter produceert. Zijn oogst verkoopt hij aan de coöperatie. Zo stijgt zijn inkomen naar 900 euro per jaar. Hij lost zijn lening af en schaft twee koeien aan. Dat maakt hem minder afhankelijk van de katoenoogst. Het gaat goed met Kumar en zijn familie. Zijn kinderen kunnen naar school en hij heeft zijn huis verbouwd. Kumar is een trotse boer.